A ls torpedo's schieten ze over het wateroppervlak : wie zal zeggen wat ze zijn ? Ver weg op zee is niet uit te maken of die bliksemsnel klapwieken de vogels alken, papegaaiduikers of zeekoeten zijn. Maar op de zachte flank van Mykineshólmur zijn ze onmiskenbaar : koddig kwakkelend, in hun bek soms kleine visjes, verdwijnen honderdduizenden papegaaiduikers in hun holen, ze vliegen af en aan, de hemel is gevuld met zwarte stippen. Op zee dobberen evenveel zwarte stippen. Ik zit in het gras en laat mijn verrekijker zakken : ze staan gewoon rondom mij, op een paar meter en kijken meer nieuwsgierig dan bang naar die vreemde indringer, op zoek naar de vogels van de Faeröer, achttien wonderlijke basaltklompen halfweg tussen Schotland en IJsland, verloren in de Atlantische Oceaan en bevolkt door zo'n veertigduizend afstammelingen van Vikings, die in de negende eeuw de eilanden bevolkten en de archipel z'n naam gaven : schapeneilanden.
...