K reta is al vierduizend jaar een bakermat van cul- tuur, maar nooit heeft de cultuur het landschap verdrongen. De Golf van Mirabello, in het oosten, was zelfs een goddelijk oord want Zeus, de Griekse oppergod, werd er geboren op de berg Dikti. Ooit beschouwde het eiland zich als het centrum van de wereld, de steden sloegen hun eigen munten en handelaars uit Europa, Azië en Afrika ontmoetten er elkaar. De stad Oulos werd door Plutarchus bezongen. Bij de talrijke opgravingen sta je oog in oog met dat rijke verleden.
...

K reta is al vierduizend jaar een bakermat van cul- tuur, maar nooit heeft de cultuur het landschap verdrongen. De Golf van Mirabello, in het oosten, was zelfs een goddelijk oord want Zeus, de Griekse oppergod, werd er geboren op de berg Dikti. Ooit beschouwde het eiland zich als het centrum van de wereld, de steden sloegen hun eigen munten en handelaars uit Europa, Azië en Afrika ontmoetten er elkaar. De stad Oulos werd door Plutarchus bezongen. Bij de talrijke opgravingen sta je oog in oog met dat rijke verleden. In het archeologisch museum van Agios Nikolaos ben ik vrijwel alleen en neem er ruim de tijd om de schatten van de Minoïsche cultuur rustig te bekijken. De collectie gaat terug tot het derde millennium voor onze tijdrekening. De verscheidenheid is indrukwekkend : van eenvoudige potjes over bronzen steekwapens en een klein sistrum - een raketvormig muziekinstrument - naar een gouden diadeem. Ik verkijk me op een ritueel etui dat de vorm van een tritonschelp meekreeg, gemaakt van serpentijn, waarop twee Minoïsche demonen elkaar te lijf gaan. Iets verderop sta ik voor de verwrongen schedel van een atleet, bekroond met een gouden laurierkrans en voorzien van een zilveren tetradrachme, een zilveren muntstuk waarmee hij de overtocht naar de andere wereld kon betalen. Mijn stille tocht langs de archeologische schatten wordt buiten abrupt afgebroken door het motorenlawaai. Het valt me op dat alleen toeristen een helm dragen op de motor. Er heerst een gezellige drukte in Agios Nikolaos, maar handelaren hebben van het haventje een obligaat shoppers- paradijs gemaakt. Op zoek naar meer authenticiteit laat ik me naar de hellingen rijden, en naar het kerkje van Panagia Kera dat uit de twaalfde eeuw dateert. Het interieur met zijn gerestaureerde fresco's is van een eenvoudige, tijdloze schoonheid. De gevel daarentegen werd met al te veel ijver aangepakt en ziet eruit als een nieuwbouw kopie. Na mijn kerkbezoek spoed ik me naar Kritsa. Voor een koffie, maar vooral voor de afspraak met mijn Griekse collega Leonidas die honderduit kan vertellen over de kwaliteiten van de lokale olijfolie. "Als kind dacht ik dat olijfolie als water was, want alomtegenwoordig. De olijf beheerst de hele bedrijvigheid op het eiland en tijdens de oogst, zo van november tot eind februari, is iedereen ermee bezig. Al kan je niet zeggen dat je er rijk van wordt. Boeren vangen tegenwoordig hoogstens twee euro per kilo." "Je mag me niet citeren", bezweert hij als ik hem naar de aard van de Kretenzische ziel vraag. Ik onthoud vooral dat de Kretenzers in 1913 tot Griekenland wilden toetreden en hen dat aanvankelijk geweigerd werd. De eilanders heetten eigenzinnig en een beetje wild te zijn. Dat kon Hilde Vanderpas niet deren, ze viel voor hun charme. Nadat ze er vijftien jaar op vakantie was geweest, liet ze haar job als manager van een Delhaizevestiging in Molenbeek voor wat die was en vestigde zich definitief in Kritsa. "Het spontane en het joviale van de mensen had me al jaren getroffen en toen ik hierheen verhuisde, werd ik meteen in hun armen gesloten. Ze delen alles met je, van koekjes tot eitjes en raki van eigen makelij. Het leven lijkt hier vaak op een permanente ruilhandel. Al was het ook aanpassen, het duurde zijn tijd voor ik het ritme van het land te pakken had. Ik, die altijd jachtig leefde, moest ondervinden dat traag ook lukte, en vaak beter. En dat geduld een schone zaak is, als je naar de bank moet en je er dertig stoelen voor wachtenden aantreft. Dan trek je gewoon een nummertje en ga je eerst je boodschappen doen." Later brengt Leonidas me naar het bescheiden atelier van Giorge Detorakis, de laatste laarzenmaker van de streek. Terwijl die zorgvuldig het leder op de pasvorm kleeft, voel ik me een laatste getuige. Wat rest er nog van het Kreta dat enkel bewoond werd door schaapherders, boeren en ambachtslui ? En toen kwam Spyros Kokotos langs. De jonge, ambitieuze Griekse architect trok te midden van die barre omgeving langs de kust enkele hotels op. Hij verkocht die weer om in 1983 aan een project te beginnen dat de hele kust zou veranderen : hij tekende het Elounda Mare hotel met 44 kamers en suites, waar ik voor een paar dagen van de Kretenzische gastvrijheid geniet. Spyros Kokotos wou het landschap met zijn creaties niet domineren, hij wilde dat zijn projecten er deel van uit maakten. Daarom loopt het Elounda Mare gewoon mee met de helling. De heuvel kreeg daardoor een witte, contrasterende kroon. Ik betrek er een kamer met een terras dat over zee uitkijkt en een klein zwembad bezit waarin ik soms wat koelte zoek. 's Avonds na het diner, laat ik me een verse muntthee brengen, kijk naar de sterren en naar de wisselende glinstering van het licht op zee. Het hotel verwierf met de jaren vijf sterren, maar die quotering uit zich niet in protserige luxe, maar veeleer in ruimte en subtiele verfijning. Sinds 1988 is het lid van Relais & Châteaux en dat betekent ook dat er op hoog niveau gekookt wordt. De gasten kiezen er tussen het Deck restaurant, met zijn terras met uitzicht over zee, het restaurant van de Yacht Club en de Old Mill. Die laatste plek ligt aan de boord van het water en getuigt van exclusieve kleinschaligheid, met op de achtergrond : de verfrissende aanwezigheid van een pianist. Een uitgelezen plek voor romantici. Maar om de hoek loert ook de geschiedenis, en die is niet altijd mild geweest voor de regio. Op een middag neem ik in Plaka het veerbootje naar Spinalonga, waar ik afspraak heb met Maria, een vrijwillige gids. Het kleine eiland is op het eerste gezicht niet veel meer dan een ruwe, rotsachtige klomp voor de kust. Spinalonga hengelt tegenwoordig naar de gunsten van het selectiecomité van het Unesco World Heri-tage. Niet omdat het spectaculaire of waardevolle schatten herbergt, maar het koestert wel het unieke verhaal dat door Victoria Hisslop in haar boek The Island uit de doeken wordt gedaan. Het eiland werd in 1204 door de Venetianen van de kruisvaarders gekocht en van een versterking voorzien. De inwoners zagen ook de Turken komen en gaan, en nadat Kreta een kleine, onafhankelijke staat was geworden (1899-1913) en vervolgens aansluiting had gevraagd bij Griekenland, kreeg Spinalonga wat onverwachts een weinig benijdenswaardige bestemming, die van een leprakolonie. Zo'n 250 melaatsen brachten er hun dagen door, voor eeuwig gestigmatiseerd. Op veel hulp van de Kretenzers hoefden ze niet te rekenen, omdat iedereen doodsbang was voor het besmettelijke lot van de zieken. Met een drachme per dag moesten die rondkomen. "De wildste theorieën over de ziekte hebben eeuwenlang de ronde gedaan", weet Maria. "Zeven jaar na de besmetting verschenen in een schijnbaar gezond lichaam de typische rode vlekken, de wonden genazen niet meer. Soms nam de lepra in een ijltempo bezit van het lichaam, werden de zieken al na korte tijd blind of kregen gangreen. Wie naar Spinalonga werd gestuurd, wist dat het om een levenslange veroordeling ging, weg van de wereld. Met angst en verbazing werd naar dit oord gekeken, er werden kerngezonde baby's geboren, maar die werden onmiddellijk van hun ouders afgenomen en in een weeshuis geplaatst." We lopen door de ruïnes van de huizen, waar geraniums en roze laurier bloeien en kappertjes weelderig woekeren. Er groeit aloë vera en tamarisk en in een verlaten schuur wordt het verhaal van de ongelukkige bewoners in foto's verteld. Hoe ze probeerden om handel te drijven met het vasteland, hoe wetenschappers zich over het hardnekkige probleem bogen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd een medicijn samengesteld dat later genezing mogelijk zou maken. Maar het duurde tot 1957 voor de kolonie gesloten werd en al die jaren streed één bewoner, Epaminondas Remoundakis, voor begrip, aanvaarding en betere levensomstandigheden. Het is geen vrolijk bezoek, maar het bevat ook een hoopvolle boodschap, want de ziekte mag dan niet uitgeroeid zijn (wereldwijd lijden 738.000 mensen in 91 landen nog altijd aan lepra), ze is tegenwoordig behandelbaar en in één jaar tijd te genezen. De volgende dag nodigt Eliane Kokotos me uit om twee andere projecten van haar man te bezoeken, de aanpalende hotels Elounda Port met zijn unieke Children's Ark en Elounda Peninsula dat onder meer als Europe's Most Excellent Waterside Hotel werd bekroond. Niet verwonderlijk voor wie een blik gegund wordt op de kleine terrassen aan zee. Maar Kretenzers zijn in de eerste plaats vissers en zeevaarders en daarom stelt ze me voor om met skipper Manolo en zijn Filippijnse rechterhand een tocht te maken met de 25 meter lange tweemaster die er voor anker ligt. Een tocht vol rust en schoonheid die een opwindend uitzicht biedt op de ongeschonden natuur in de omgeving. Als ik terugkeer, is een plaats voor mij gereserveerd in het restaurant van de Yacht Club, waar twee Deense cellisten me op de schoonheid van Rolf Løvlands Songs from a Secret Garden vergasten. Terwijl op de achtergrond de golven in de kleine baai klotsen, valt de nacht over Elounda. Het water is alom, en op aanraden van andere gasten laat ik me op de middag voor mijn vertrek inschrijven voor een holistische massage in het Six Senses spacentrum van het aanpalende hotel Porto Elounda, waar ik onder de vaardige handen van Vicky terechtkom. Haar aanpak is voelbaar en ferm en toch weer niet té doortastend zodat een vermoeidheid en deugddoende rust mijn deel worden. Als ik na een uurtje opnieuw op de wereld land, voel ik een rustige zaligheid. Op aanraden van de therapeuten vlij ik me op een rustbed voor een nog beter effect, terwijl me een glas hete gemberthee wordt aangereikt. Naast mij ligt een heer met een lichte blos op de wangen. Hij kijkt me doordringend aan en vraagt in perfect Nederlands : "Vroeg die van jou in het begin ook do you want more pleasure ?" Ik zie een tinteling in zijn ogen, en allicht ook wat hoopvolle verwachting. "Nee", antwoord ik naar waarheid en een beetje belerend, "die van mij vroeg do you want more pressure ?" DOOR PIERRE DARGE"ALS KIND DACHT IK DAT OLIJFOLIE ALS WATER WAS, WANT ALOMTEGENWOORDIG."