We vinden de leuke antiekzaak Et caetera van Franck Delmarcelle in de rue de Poitou, een paar straten verwijderd van de place des Vosges in Parijs. De stad waar ook Laurent Dombrowicz als modestylist en moderedacteur voor verschillende Franse bladen aan de kost komt. Maar hoe gesteld ze ook zijn op de Franse hoofdstad: "Dit beschouwen we niet als de plek waar we wonen", zegt Laurent. Hoewel ze meer dan de helft van de week in de grootstad zijn, beschouwen ze hun buitenplaats als eerste residentie. Lang voor ze uit Brussel vertrokken naar Parijs, verwierven ze in de streek tussen Abbeville en Amiens een oude boerderij; geen herenhoeve, maar een landelijke stulp met muren van leem en vakwerk. Dit soort bouwsels kennen we allemaal van de schilderijen van Breughel. Vakwerk komt ook voor in ons land, maar is zeldzaam en bijna volledig verdwenen. Frankrijk heeft meer van zijn rurale architectuur bewaard, waardoor sommige streken nog rijk zijn aan vakwerkgebouwen. Van alle bouwsels die we in het Westen kennen, staan ze het dichtst bij de prehistorische hoeve. Precies dat archaïsche spreekt de bewoners van dit pand aan. "Een oeroud huis is heel erg bijzonder", vindt Franck. " Le Corbusier dacht dat hij de woning op mensenmaat had uitgevonden, maar die bestond al veel langer. Kijk naar dit huis dat niet te groot en niet te klein is, volledig op onze maat, inclusief de hoogte van deuren en vensters. Het is amper vijf meter breed, de breedte van een boomstam. Zo simpel zit ...

We vinden de leuke antiekzaak Et caetera van Franck Delmarcelle in de rue de Poitou, een paar straten verwijderd van de place des Vosges in Parijs. De stad waar ook Laurent Dombrowicz als modestylist en moderedacteur voor verschillende Franse bladen aan de kost komt. Maar hoe gesteld ze ook zijn op de Franse hoofdstad: "Dit beschouwen we niet als de plek waar we wonen", zegt Laurent. Hoewel ze meer dan de helft van de week in de grootstad zijn, beschouwen ze hun buitenplaats als eerste residentie. Lang voor ze uit Brussel vertrokken naar Parijs, verwierven ze in de streek tussen Abbeville en Amiens een oude boerderij; geen herenhoeve, maar een landelijke stulp met muren van leem en vakwerk. Dit soort bouwsels kennen we allemaal van de schilderijen van Breughel. Vakwerk komt ook voor in ons land, maar is zeldzaam en bijna volledig verdwenen. Frankrijk heeft meer van zijn rurale architectuur bewaard, waardoor sommige streken nog rijk zijn aan vakwerkgebouwen. Van alle bouwsels die we in het Westen kennen, staan ze het dichtst bij de prehistorische hoeve. Precies dat archaïsche spreekt de bewoners van dit pand aan. "Een oeroud huis is heel erg bijzonder", vindt Franck. " Le Corbusier dacht dat hij de woning op mensenmaat had uitgevonden, maar die bestond al veel langer. Kijk naar dit huis dat niet te groot en niet te klein is, volledig op onze maat, inclusief de hoogte van deuren en vensters. Het is amper vijf meter breed, de breedte van een boomstam. Zo simpel zit deze architectuur in elkaar, zonder gezochte snufjes. Dat geldt ook voor het leven hier: het is simpel en schoon." Hun boerderij ligt in een ongerepte streek waar er amper tweede verblijven zijn. "De laatste inwijkeling die zich in dit dorp vestigde, kwam hier in de jaren zestig, zegden ze op het gemeentehuis. 'En het was een Afrikaan, maar jij bent een Belg', zegden ze erbij. Dát vonden ze pas exotisch", vertelt Laurent. De dorpelingen begrepen aanvankelijk niet wat ze hier kwamen zoeken, want de pure schoonheid van de streek ontgaat hen blijkbaar. "Mij zelfs ook, want ik ben afkomstig uit Amiens", zegt Franck. "Ik besefte niet hoe mooi dit binnenland wel is. Als jonge kerel voel je je aangetrokken tot de grootstad, pas later apprecieer je de natuur en dit soort architectuur. De dorpelingen zien er dikwijls de waarde niet van, want ze laten bijna alle vakwerkhuizen vervallen." Dat verklaart alleszins hun verbazing. Tijdens de werken kwamen er soms meer dan tien mensen per dag langs om het met eigen ogen te aanschouwen. Sedert de oorlog had niemand zich nog de moeite getroost om een dergelijk huis te herstellen. Wel om nieuwe woningen te bouwen, meestal naast de oude boerderij. Overal in de buurt zie je dan ook prachtige vakwerkhuizen in puin vallen. Toch willen de bewoners ze niet verkopen aan stedelingen die ze willen herstellen. "Daar bestaan verschillende redenen voor, misschien zijn ze wel een beetje beschaamd voor die architectuur. Vakwerkhuizen waren immers altijd een symbool voor achterlijkheid en armoede", vermoedt Franck.Dat was ook in Vlaanderen het geval, waardoor er in de Westhoek en in bepaalde delen van Limburg veel vakwerkhuizen verloren gingen. De meeste mensen vinden het een hele prestatie om zich een stenen woning aan te kunnen schaffen en willen die halfhouten constructies zo snel mogelijk zien verdwijnen. Dat is ook de reden waarom er bij ons vanaf de jaren zestig zoveel landelijke architectuur verloren gaat."Het is pas als je zo'n huis bewoont, dat je de charme, warmte, natuurlijkheid en menselijkheid ervan beseft", aldus Franck. Het is vanzelfsprekend een frêle constructie die onderhoud vraagt, anders treedt het verval snel in. Eenmaal de leem van tussen de houten balken valt die de muren steunen, gaat de erosie haar gang. Leem is moeilijk te herstellen, want elk pleister dat wordt aangebracht op een gat, valt er zo weer uit. Omdat de oude leem na verloop van tijd zo poreus wordt, kan je er geen nieuwe leem meer op vasthechten. "We dachten dat de muren van ons huis makkelijk zouden zijn hersteld met wat plamuur. Niets was minder waar, alle leem plus het vlechtwerk tussen de balken hebben we moeten laten vervangen. Gelukkig vonden we iemand in de streek, die dit prachtige ambacht nog beheerst", legt Franck uit. Na deze restauratie werden er in het dorp al enkele andere huizen opgeknapt. Blijkbaar hebben ondernemende stedelingen soms een positieve invloed op een dorpsgemeenschap. Bovendien raken Franck en Laurent goed geïntegreerd in het dorp, op een erg rustige manier, zoals heel het leven hier is. "Het klinkt misschien kitscherig, maar het is de waarheid: de buurvrouw komt appels brengen en de gemeentebediende komt langs als er papieren moeten worden ingevuld. Het leven is hier vertrouwelijk en heeft een aparte intimiteit", volgens Laurent. Hem bevalt hier vooral de rust, de sfeer en het landschap. "Je hoeft niet eens te gaan wandelen. Alleen al als je door dit ietwat kale groene land rijdt, kom je tot rust. Ik ervaar het als fabelachtig als ik hier op vrijdagavond naartoe kom, maar zou hier niet altijd kunnen wonen. Na een paar dagen moet ik terug naar de grootstad. Het contrast tussen de hectische modewereld in Parijs en dit platteland is heerlijk. Hier ben je vrij van stress. Je leeft hier ook intenser, want je neemt de tijd voor alles, maar je kan je leven niet echt improviseren. Je kan bijvoorbeeld niet zomaar een kop koffie gaan drinken of uit eten gaan: je moet voor alles zelf zorgen. Ook het sociale leven is anders. Parijse bezoeken bij vrienden zijn korter en oppervlakkiger. Als er hier vrienden komen, heb je tijd voor elkaar. In verband met die rust heb ik nog een leuke anekdote. Toen we dit pand kochten en samen met de vroegere eigenaren zaten te wachten bij de notaris, kwam er opeens een ambulance voorbijrazen. Amper vijf minuten later gevolgd door een tweede, loeiende ziekenwagen. Daarop reageerden die twee oude mensen als volgt: "Ha! Twee ambulances, je zou denken dat je hier in Parijs bent." Dat resumeert de rust van het leven hier. Je moet uit de stad komen om dit te appreciëren." Laat de zachte restauratie van deze woning een voorbeeld zijn: veel werd opgeknapt en weinig vervangen. De oude, scheve binnenmuren, vloeren en deuren zijn bewaard. Overdreven veel modern comfort is er niet. Nergens werden extra ramen aangebracht, waardoor de lichtinval authentiek bleef. De noordkant van het huis is, zoals van veel boerderijen, grotendeels gesloten: het licht komt van het zuiden. Ook alle balken, en zelfs hier en daar het patina op de muren, werden behouden, waardoor het interieur buitengewoon schilderachtig is. Door deze verarmde aanpak is het resultaat rijk van sfeer. Bovendien verzamelt Franck al jaren rurale objecten en meubilair. Zijn leuke trouvailles passen perfect in de woning, alsof ze er altijd hebben gestaan. De woning is druk gemeubeld, maar nergens overgedecoreerd.De indeling van de boerderij is boeiend en simpel, met een aaneenschakeling van kamers, gericht naar de vensters. Op verscheidene plekken werden zit- en werkhoeken geïnstalleerd. Ergens middenin bots je op de keuken met een grote open haard en veel schilderijtjes aan de muur. "Het zijn geen goede tableaus, maar leuke, pretentieloze panoramaatjes, waarvan je zou denken dat ze in de omgeving zijn geborsteld", zegt Laurent. In de keuken groeit ook de collectie aardewerk wekelijks aan. Overal koopt Franck oude melkkannen, pasteipotten en schalen op voor zijn verzameling. Het rustieke aardewerk past perfect in dit decor. Maar niet alles is even landelijk van stijl. In de zithoek staan echt burgerlijke meubels en hangt er zelfs een fragment van een wandschildering uit een herenhuis aan de muur. Maar door het mooie, herfstige kleurenpalet van alle meubels en objecten, én het feit dat alles toch enigszins versleten is, lijkt dit allesbehalve een burgerlijk interieur. De nonchalante combinaties en composities geven er juist een artistiek cachet aan.Piet Swimberghe / foto's Jan Verlinde