Kanazawa en Noto : de eerste is een stad met zo'n half miljoen inwoners, de tweede een vlakbij gelegen schiereiland. Terwijl het schiereiland Noto bekendstaat voor zijn prachtige bossen, valleien en vulkanische baden, blinkt de stad Kanazawa uit door haar enorm cultureel en historisch aanbod. Je vindt er een van de mooiste stations ter wereld, er is een bruisend nachtleven dat op zaterdagavond doet denken aan New York, en cultuurliefhebbers kunnen er meer dan hun hart ophalen. De westerse toerist heeft deze twee toeristische parels nog niet ontdekt, maar daar komt over twee jaar wellicht verandering in met de opening van een nieuwe Shinkansenlijn, het Japanse netwerk van hogesnelheidstreinen. Tot dan blijft Kanazawa een goed bewaard geheim.
...

Kanazawa en Noto : de eerste is een stad met zo'n half miljoen inwoners, de tweede een vlakbij gelegen schiereiland. Terwijl het schiereiland Noto bekendstaat voor zijn prachtige bossen, valleien en vulkanische baden, blinkt de stad Kanazawa uit door haar enorm cultureel en historisch aanbod. Je vindt er een van de mooiste stations ter wereld, er is een bruisend nachtleven dat op zaterdagavond doet denken aan New York, en cultuurliefhebbers kunnen er meer dan hun hart ophalen. De westerse toerist heeft deze twee toeristische parels nog niet ontdekt, maar daar komt over twee jaar wellicht verandering in met de opening van een nieuwe Shinkansenlijn, het Japanse netwerk van hogesnelheidstreinen. Tot dan blijft Kanazawa een goed bewaard geheim. Ze worden beschouwd als toonbeelden van schoonheid en verfijnde cultuur : de geisha's. Met hun kunstige pruik van zwart haar, het witgemaakte gezicht met rode lippen en een opvallend versierde kimono zorgen ze al eeuwenlang voor verstrooiing en vermaak onder de Japanse kunstenaars en handelaars. De oude theehuiswijk Higashi-Chaya in Kanazawa is het enige volledig bewaarde geishadistrict van Japan. Er staan nog honderd houten theehuizen, in zes van die theehuizen werken nog altijd geisha's. Shima, het bekendste en mooiste theehuis van het district, is anno 2013 een museum dat uitvoerig laat zien hoe handelaars (monniken en samoerai waren niet toegelaten tot het district) vermaakt werden door geisha's. Buiten kun je verdwalen in de kronkelende steegjes tussen de theehuizen. Aan de andere kant van de rivier vind je het tweede, kleinere en veel minder bezochte geishadistrict NishiChaya. Kanazawa is een plek waar de sfeer van het oude Japan nog overheerst. Met dank aan de Amerikaanse bommenwerpers die de stad in de Tweede Wereldoorlog ongemoeid lieten. Enkele eeuwenoude stadsdistricten zijn daardoor volledig bewaard gebleven. Kanazawa is op dit moment de enige stad die zowel een oude samoerai- als geishawijk herbergt. Achter de glanzende etalages van Louis Vuitton en Giorgio Armani ligt de oude samoeraiwijk Nagamachi. De muren, gebouwd met modder, staan er nog overeind en alle huizen zijn nog in hun oorspronkelijke staat bewaard gebleven. In het huis Nomura hangt zelfs een samoerai-uitrusting van meer dan vierhonderd jaar oud. Het bekendste nog levende ambacht in Kanazawa is het drukken van bladgoud. 99 procent van alle bladgoud in Japan komt uit Kanazawa, ook het wereldberoemde bladgoud op het Gouden Paviljoen in Kyoto. In de oude wijken van de stad vind je hier en daar nog muren die volledig met bladgoud zijn bekleed, ateliers waar het goud gedrukt wordt, en toeristische workshops waar bejaarde, giechelende dames hun eigen hashi of eetstokjes versieren met bladgoud. Unesco bekroonde Kanazawa in 2009 zelfs tot City of Arts and Crafts. Het bladgoud vind je ook terug in de naam van de stad. Kanazawa bestaat uit twee karakters. Kana staat voor goud, zawa voor moeras. Tegenwoordig valt er echter nog maar bitter weinig goud te rapen in de stad en wordt het goud ingevoerd vanuit Afrika. In Kanazawa gaan rijke, culturele tradities en hedendaagse kunst hand in hand. Zoals in het 21st Century Museum of Contemporary Art. Het gebouw is ontworpen door de Japanse architecten Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa, het duo dat in 2010 de Pritzker Architecture Prize, zowat de Nobelprijs voor architectuur, ontving voor hun hele oeuvre. Het cirkelvormige gebouw, opgetrokken uit witte muren en glas, weet het invallende felle Japanse licht zo fijn te bespelen dat elke blik op eender welk deel van het gebouw een kunstwerk lijkt. Binnenin maakt James Turrel met Blue Planet Sky een moderne herinterpretatie van het Pantheon, speciaal ontworpen voor Kanazawa. De Brits-Indiase Anish Kapoor neemt Origine du Monde van Gustave Courbet onder handen. Kinderen spelen onophoudelijk in het Colour Activity House van Olafur Eliasson, net buiten de muren van het museum. In de donkere Heart Beat Room wordt je eigen hartslag nagespeeld door een flikkerende lamp aan het plafond. Die lamp geeft je hartslag in een oogwenk door aan driehonderd perfect geordende andere lampen die allemaal op het ritme van je hart aan- en uitspringen. Het museum wordt tijdens het weekend onder de voet gelopen door hele gezinnen, vaak met heel jonge kinderen die allemaal vol ontzag en bewondering naar de kunstwerken staren. Leuk detail : op de middelste cirkel van het gebouw vinden we Jan Fabre die net als in zusterstad Gent de wolken meet. Japan zou Japan niet zijn zonder zijn zentuinen. De tuin Kenroku-en (Japans voor 'combinatie van de zes elementen'), vlak naast het ontzagwekkende kasteel en op honderd meter van het museum voor hedendaagse kunst, is een van de drie mooiste tuinen in Japan. Verspreid over ongeveer twaalf hectare torent deze tuin hoog uit boven de stad. Kenroku-en is een tuin waar al sinds 1620 in getuinierd wordt en een van de weinige Japanse tuinen die met succes de zes zenelementen weet te verenigen. Volgens de Japanse kunst van zentuinaanleg overbrugt een perfecte tuin namelijk drie tegenstellingen. Eén : een tuin moet zowel ruimte scheppen als afzondering bieden. Twee : een tuin moet artificieel zijn maar natuurlijk aanvoelen. Drie : de tuin moet weidse uitzichten bieden terwijl er altijd stromend water in de buurt is. Kenroku-en slaagt erin op eender welke plek de zes elementen simultaan aan te bieden. De compositie van elke plek in de tuin verandert bovendien afhankelijk vanuit welke hoek je kijkt, maar blijft altijd perfect harmonisch. In het midden van het park staat het theehuis Shiguretei. Vanuit het theehuis lijkt het alsof de tuin wordt binnengevraagd in huis. ?Een goed huis heeft een goede tuin en een goede tuin heeft een goed huis", vertelt een Japanse bezoeker. Wie zen wil ervaren, kan ook terecht in het nog prille D.T. Suzukimuseum, dat zo goed verborgen ligt dat het zelfs door de meeste Japanse bezoekers over het hoofd wordt gezien. Het is opgedragen aan Daisetz Teitaro Suzuki, een gerenommeerde boeddhistische filosoof die zijn hele leven lang de kracht van zen bestudeerde en ook parallellen trok met de Europese psychoanalyse. De briljante vormgeving van de zenvijver en het aanpalende museum zijn van de hand van Yoshio Taniguchi, de Japanse minimalistische architect die ook instond voor het design van het wereldberoemde MoMA in New York. In Japan regeert discipline en orde. Maar wanneer er gefeest wordt, kan het er wild aan toegaan. In de dorpen van het schiereiland Noto vieren de inwoners de zomer en de oogst met liters sake en het verbranden van metershoge houten constructies die vaak in de menigte terechtkomen. Er worden bijzonder zware schrijnen rondgedragen door de mannen van het dorp en de Kiriko's, traditionele lantaarns die soms meer dan tien meter hoog zijn, worden uit hun opslagplaats gehaald. Oorspronkelijk wilden de bewoners van Noto het licht zo dicht mogelijk bij God brengen. Tijdens de Edo-periode (van 1603 tot 1868) ontstond er een competitie tussen de dorpswijken wie de mooiste en grootste Kiriko kon bouwen. Vandaag zijn er achttien data in juli, augustus en september waarop de Kiriko's rondgedragen worden. Wie de festivals niet kan bijwonen, kan de lantaarns altijd bewonderen in hun opslagplaats, het Kirikomuseum in Wajima. Wie van Kanazawa naar Wajima rijdt, kan een achttal kilometer over het strand rijden op de enige strandsnelweg ter wereld. Tractoren nivelleren en verharden er elke dag het zand. Een surrealistische ervaring. Het schiereiland Noto is in Japan voornamelijk bekend om zijn onsen. Een onsen is een Japanse badgelegenheid met water uit een geiser. Japanners laten er alle zorgen varen na een hectische werkweek. Zowel in de bergen als aan zee bevinden zich kleine en grote heetwaterbronnen. Wakura is er waarschijnlijk het bekendste kuuroord van Japan. Zakenmannen worden er in limousines heengevoerd en verwelkomd door geisha's in kimono. Je maakt er ook kennis met ryokan, een Japanse, traditionele hotelformule die ook ontstaan is tijdens de Edo-periode. De ryokan-kamers zijn bekleed met tatami, de schuifdeuren zijn van papier. In het Tadaya-hotel kijken de kamers uit over de diepblauwe baai van Noto bij zonsondergang. Terwijl het avondeten in een ander vertrek wordt opgediend, schuiven de bedienden in je slaapkamer de theetafel opzij om plaats te maken voor de futon, een buigzame Japanse matras die overdag wordt opgevouwen en opgeborgen. De ryokan-formule staat garant voor een keizerlijke behandeling : het avondeten en het ontbijt duren elk precies anderhalf uur. Een van de hoogtepunten van het diner zijn de lapjes rundvlees van Noto, vlees waarvan Japanners van Tokio tot Osaka zeggen dat het 'smelt in de mond'. Na het diner en voor het ontbijt ga je naar de onsen. Met zicht op zee lig je te weken in een granieten bad met (erg) heet water. TEKST EN FOTO'S DAAN BAUWENS