Als de sirenes gilden, haastten we ons allemaal naar de kelders. Al werd er zelden echt gebombardeerd : één keer troffen de vliegtuigen de televisietoren, en één keer het presidentiële paleis. Een tijdlang was er zelfs een avondklok : vanaf zeven uur gingen de straatlichten uit en moesten de ramen verduisterd worden. De stad was dan een stille, donkere vlek in de nacht. Heel akelig." Het had bijna een verhaal van mijn grootmoeder over de Tweede Wereldoorlog kunnen zijn. Of het relaas van een of andere staatsgreep in Zuid-Amerika. Maar Martina, de jonge vrouw die aan het woord is, schat ik zo'n jaar of 24 en ze woont in Zagreb, op goed anderhalf uur vliegen van Brussel.
...

Als de sirenes gilden, haastten we ons allemaal naar de kelders. Al werd er zelden echt gebombardeerd : één keer troffen de vliegtuigen de televisietoren, en één keer het presidentiële paleis. Een tijdlang was er zelfs een avondklok : vanaf zeven uur gingen de straatlichten uit en moesten de ramen verduisterd worden. De stad was dan een stille, donkere vlek in de nacht. Heel akelig." Het had bijna een verhaal van mijn grootmoeder over de Tweede Wereldoorlog kunnen zijn. Of het relaas van een of andere staatsgreep in Zuid-Amerika. Maar Martina, de jonge vrouw die aan het woord is, schat ik zo'n jaar of 24 en ze woont in Zagreb, op goed anderhalf uur vliegen van Brussel. En dan dreunt er enkele meters onder ons een zware explosie. Hoewel ik gewaarschuwd was dat het luid zou zijn, gaat er een schok door me heen en moet ik even naar adem happen. Burgeroorlogen, een mens heeft er wellicht een iets heldhaftiger inborst voor nodig dan de mijne. Nochtans is deze knal doodgewoon een tijdssignaal voor de inwoners van Zagreb : elke dag precies om twaalf uur buldert een kanon vanuit deze oude stadstoren de werkende mens richting lunchpauze. Een vogeltje uit een koekoeksklok ware me net zo lief geweest. Of ze het niet beu wordt, wil ik weten, om tegen buitenlanders steeds maar weer te moeten vertellen over het afgelopen conflict in haar land. Martina haalt de schouders op : "Het is ook onbegrijpelijk voor de mensen dat zoiets kan gebeuren in een land dat er zo gewoon uitziet, dat misschien zo op het hunne gelijkt", verwoordt ze precies mijn gevoelens. Maar de kruitdampen zijn snel opgetrokken. Als we rondstruinen op de markt op en rond het centrale Ban Josip Jelacic-plein, lijken de vijandelijkheden van de jaren negentig nog slechts een vage herinnering. Opvallend veel erg hip geklede mensen doen hier hun inkopen. Blijkt dat op zaterdag vooral de mannen met de boodschappentas rondzeulen. En daar zit steevast ook een bos bloemen in voor mevrouw, die ze na afloop ontmoeten in een van de omliggende cafés. Er zijn zo van die dingen waar je aan merkt dat Italië maar net om de hoek ligt. Nochtans waren het de Oostenrijkers die hier eeuwenlang de plak zwaaiden. Zijn grote negentiende-eeuwse uitbreiding dankt Zagreb vooral aan hen : toen op een dag de keizer besliste op bezoek te komen, moesten dringend de nog wat chaotische bouwwerven aan de rand van de oude stad aan het gezicht onttrokken worden. In allerijl werd er een hoefijzervormige gordel van parken aangelegd waarlangs de vorst zich in stijl van het station naar het centrum kon begeven. Rond die groene long groeiden geleidelijk statige, kaarsrechte lanen met theaters, musea en bibliotheken. Ook nu nog is het niet moeilijk om je in deze omgeving heren met hoge hoed en dames met ruisende rokken voor te stellen. Zagreb was trouwens de enige plaats op het hele traject van Orient Express waar de deftige passagiers een nachtje in een van de grand hotels moesten doorbrengen, terwijl hun luxetrein werd klaargemaakt voor het tweede deel van de reis naar Constantinopel. Bij de rijzige kathedraal met dubbele spits voeren bussen nog horden gelovigen en toeristen aan, maar wat verder, in de smalle, kronkelende straatjes van de oude bovenstad, is het merkwaardig rustig. In het vroegere centrum huizen nu vooral de officiële instanties, en in het weekend zoeken 's lands bestuurders de rust op van de bergen rond de stad. "Op zaterdagavond is het hier heerlijk romantisch wandelen tussen de eeuwenoude panden", weet Martina blijkbaar uit ervaring, te oordelen naar de glinstering in haar ogen. Terwijl de rest van Zagreb feest, hoor je hier alleen het zachtjes suizen van de gasverlichting, die enkele jaren geleden werd gerestaureerd. 'Barok, bloemen en muziek', zo afficheert Varazdin zich. Voorwaar een fijnzinnig oord, zo is men dan geneigd te denken. Maar ik loop er nog geen vijf minuten rond of word alweer bijna ondersteboven geblazen door een luid geknal. Deze keer is het een bende hobbyisten die oude uniformen een prima alibi vinden om eens flink van katoen te geven met musketten en donderbussen. Mensen in klederdracht helpen je een voorstelling maken van hoe het hier ooit was, heet het dan, maar ik blijf het een beetje potsierlijk vinden : ik zie gewoon 21ste-eeuwse tijdgenoten met rare pakjes aan. Voor het overige niets dan lof voor dit 'klein Wenen' op zo'n honderd kilometer ten noorden van de hoofdstad. In het prachtige kasteel is er inderdaad een bloemententoonstelling, maar het indrukwekkendst is wel de collectie meubelen die hier is bijeengebracht : elke kamer is ingericht volgens de stijl van een bepaalde periode, gaande van de zestiende tot de negentiende eeuw. En misschien nog het leukst is gewoon door de straten en over de pleinen van deze oude stad dwalen. Het jaarlijkse muziekfestival De avonden van de barok kan zich geen beter kader indenken. Van barok naar de Middeleeuwen, het is maar een busrit ver. Vanuit Varazdin vertrekt een lijndienst van een goede veertig kilometer naar Trakoscan, een imposant gravenkasteel dat hoog op een rots uitkijkt over het dichtbeboste, heuvelachtige grensgebied met Slovenië. Op het eerste gezicht doet het een beetje denken aan de woonst van die andere graaf, diep in het ruige Transsylvanië, maar deze plek is oneindig veel lieflijker. In de negentiende eeuw bouwden graaf Draskovic en zijn kunstminnende vrouw Juliana - zij was zelf een behoorlijk succesvolle schilderes - de stoere ridderburcht om tot een romantische woonst die zich weerspiegelt in een uitgestrekt kunstmatig meer aan de voet van de rots. Veel hout, tapijten, neogotische ornamenten : echte middeleeuwenfreaks zullen wellicht gruwen van deze 'lightversie' van hun favoriete tijdperk, maar ik geniet met volle teugen van dit heerlijke slot met zijn verborgen wenteltrappen, galerijen met spectaculaire uitzichten en overal de strategisch geplaatste, kunstig bewerkte zitbanken. Het robuuste kasteel Veliki Tabor, zo moet Trakoscan er ongeveer hebben uitgezien voor de negentiende-eeuwse verbouwing. Ik loop er door de imposante, ruw bewerkte zalen waar vensters en deuren wel uitgehouwen lijken in de metersdikke muren. In een daarvan is volgens de legende het mooie dorpsmeisje Veronika ingemetseld, omdat ze een ongeoorloofde liefde koesterde voor de zoon van de kasteelheer. Stof tot mijmeren dus, over een ver en duister verleden, een favoriet tijdverdrijf van mij. Maar dat is buiten Ernest gerekend, mijn lokale gids. "Leeg kasteel, niets te zien", oordeelt hij met een gezicht alsof hij iets vies heeft geroken, en troont me weer mee naar de auto. Waar bezienswaardigheden op persreizen doorgaans op een drafje worden afgewerkt, gaat het vandaag in onvervalste stormgalop : we kletteren spoorslags langs onder andere het geboortedorp van Tito, het museum van beeldhouwer Antun Augustincic, de bijna 40.000 jaar oude Neanderthaler-site van Husnjakovo. En mijn gids is een man met een missie, want ook de toeristische infrastructuur moet nodig worden bewonderd. Dat ik met hotel- en restaurantbezoeken niet echt veel aan kan voor mijn artikel, probeer ik nog te protesteren, maar daar zetten we alweer koers naar het volgende kuuroord. Murw door het vele autorijden loop ik de kruisweg op, die wordt uitgebeeld met levensgrote figuren op een heuvel net buiten Marija Bistrica. Tienduizenden pelgrims bezoeken jaarlijks dit bedevaartsoord - de meeste Kroaten zijn diepgelovig -, maar vandaag is er niemand. Altijd een beetje bevreemdend om alleen rond te lopen op een plek die voorzien is op massa's. De avond valt en het begint te regenen als we aankomen op de top. Christus' lijden is hier voorbij, ik van mijn kant heb nog één hotelbezoek voor de boeg. "I'm sure you'll like this one", toetert Ernest enthousiast, terwijl hij alweer fluks naar beneden beent. n Tekst Jan Haeverans'Barok, bloemen en muziek', zo afficheert Varazdin zich. Voorwaar een fijnzinnig oord.