In alle vroegte begeef ik mij naar de rommelmarkt, die met zijn gradaties van voorbijheid een goed tegengif is tegen alle eigentijdse rotzooi. Ik tref er een asbak aan met doodskop en gekruiste knoken en de aanmaning : memento mori - gedenk dat gij zult sterven. Ontrading voor rokers avant la lettre. Ik vind een Eversharp Symphony met gouden punt voor 1 euro. Ridder Mistral 66 staat erin gegraveerd. Zo'n opschrift waarvan de betekenis zelfs door Google niet meer valt te achterhalen ; juist daaraan ontleent het zijn charme. Voor de gemid-
...

In alle vroegte begeef ik mij naar de rommelmarkt, die met zijn gradaties van voorbijheid een goed tegengif is tegen alle eigentijdse rotzooi. Ik tref er een asbak aan met doodskop en gekruiste knoken en de aanmaning : memento mori - gedenk dat gij zult sterven. Ontrading voor rokers avant la lettre. Ik vind een Eversharp Symphony met gouden punt voor 1 euro. Ridder Mistral 66 staat erin gegraveerd. Zo'n opschrift waarvan de betekenis zelfs door Google niet meer valt te achterhalen ; juist daaraan ontleent het zijn charme. Voor de gemid- delde burger een waardeloos voorwerp, maar voor mij een fijn project om te restaureren in zijn oorspronkelijke glorie. Hetzelfde voor de scheermessen, aanstekers en vintage zakrekenmachines die ik heb leren repareren - welke gek houdt zich dààr nu mee bezig, in dit toch al te korte leven ? Ik heb mij daar het hoofd over gebroken en ben erachter gekomen dat het pogingen zijn om, door het kleine bijeen te houden, het uiteenvallen van het grote tegen te gaan. Ik overweeg de aankoop van een pancarte waarop aanschouwelijk staat getekend hoe het baren bij een paard geschiedt, met pijltjes die verwijzen naar de aars en aanverwante lichaamsdelen. Toch maar niet, denk ik dan. Mijn aandacht verglijdt naar de gesprekken van jonge vrouwen. Zij praten anders dan ze vroeger praatten, met rollender r'en en klaterender a's, waardoor het lijkt alsof zij door de wereld rijden in vrolijk voortratelende pantserwagens. "Ze kent de prijs, hoor", zegt het ene meisje met een spijtig gezicht tegen het andere, over een standhoudster die blijkbaar iets gegeerds te verkopen heeft. Het spel van de rommelmarkten : de niet aflatende hoop iets op te kop te tikken voor een fractie van wat het werkelijk waard is. Dat 'werkelijk waard' is natuurlijk subjectief. Neem nu de stolpen, die opeens erg gezocht zijn. Een halve eeuw lang kon je geen mens ter wereld nog zoiets stoffigs en bomma-achtigs als een stolp aansmeren. Nu zijn ze opeens weer razend in trek en zie je ze in etalages van menig bijdetijdse winkel. Modes zijn rare dingen, misschien schrijft het hippe jonge volkje op een dag plots ook weer met een vulpen. Dan ben ik een rijk en welvarend man, omdat ik veel vulpennen bezit en de meeste zelf kan herstellen. "Ze mogen al blij zijn dat ze eten en drinken krijgen !", moppert een man met friendly mutton chops (zie www.beards.org). "Wie weet hoeveel moordenaars daar tussen zitten." De mening walmt op van een kraam waar ik onder meer een boek met een adelaar zie liggen, wat niet wegneemt dat deze man een bezorgdheid vertolkt die leeft bij velen. Zijn maat beaamt, ze kijken me aan met metende blikken, in deze tijd waarin niet zomaar om het even wat op straat mag worden verkondigd. Zelfs de rommelmarkt ontsnapt niet aan de stuwing van de tijden. Stilaan begeef ik mij richting fiets, echter niet zonder mij eerst nog wat laboratoriumglaswerk aan te schaffen dat in de keuken kan dienen. Ik word aangeklampt door een vrouw die mij prijst, tot drie keer toe noemt zij mijn geschriften prachtig. "Kom, kom", voel ik de aandrang te zeggen, "zo geweldig is het nu ook weer niet." Nergens ter wereld word ik vaker op het geleverde werk aangesproken dan op rommelmarkten. Ergens moet er een onnaspeurlijk verband bestaan tussen mij en slordig uitgestalde koopwaar. Ik besluit er mijn hoofd niet over te breken en begeef mij fietsend huiswaarts, terwijl de zon schijnt en het zacht begint te regenen, een verschijnsel waarbij er aan de hemel al eens een regenboog valt te bespeuren, of een soortgelijk hoopvol teken. Zoals de trekvogels die ik gisteren zag, en die vrij en niet gehinderd door grenzen in de richting van een gunstiger klimaat voortwiekten. Het was een magnifiek zicht, waarbij ik een soort heimwee voelde naar de regel van drie en naar de eenvoudige vraagstukken die wij daamee op school oplosten. jp.mulders@skynet.be JEAN-PAUL MULDERS"Ze mogen al blij zijn dat ze eten en drinken krijgen !", moppert een man met friendly mutton chops. "Wie weet hoeveel moordenaars daar tussen zitten"