Een bootvakantie op de waterwegen van Engeland en Wales, waar de maximale snelheid zo'n zes kilometer per uur bedraagt, is een ideale manier om naar een lagere versnelling over te schakelen. Je combineert een prettige cruise door de mooiste landschappen van Engeland met bezoekjes aan interessante steden. Je vaart langs kanalen waarover ooit de vruchten van de industriële revolutie werden vervoerd, onder bakstenen bruggen en aquaducten, door tunnels en schutsluizen - staaltjes van technisch vernuft ontworpen door ingenieurs als Brindley, Telford en Rennie. Ondertussen kun je rustig de tijd nemen om pubs en aardewerk, museums en landhuizen, bossen en tuinen te bekijken.
...

Een bootvakantie op de waterwegen van Engeland en Wales, waar de maximale snelheid zo'n zes kilometer per uur bedraagt, is een ideale manier om naar een lagere versnelling over te schakelen. Je combineert een prettige cruise door de mooiste landschappen van Engeland met bezoekjes aan interessante steden. Je vaart langs kanalen waarover ooit de vruchten van de industriële revolutie werden vervoerd, onder bakstenen bruggen en aquaducten, door tunnels en schutsluizen - staaltjes van technisch vernuft ontworpen door ingenieurs als Brindley, Telford en Rennie. Ondertussen kun je rustig de tijd nemen om pubs en aardewerk, museums en landhuizen, bossen en tuinen te bekijken. Wat de boten betreft, heb je de keuze tussen makkelijk te besturen schuiten van glasvezel en levendig geschilderde, traditionele narrowboats. Deze aken zijn speciaal ontworpen om ook de smallere sluizen (van 2 meter) te nemen. Ze mogen er dan ouderwets uitzien, binnenin zijn ze warm, knus en uitgerust met alle modern comfort. De eerste boten werden getrokken door paarden die op de jaagpaden liepen. De meeste bruggen werden ook zo ontworpen dat de paarden daar het touw niet hoefden te lossen. Maar de Harecastle Tunnel had geen jaagpad, de paarden liepen dus óver de tunnel, terwijl de mannen op hun rug bovenop de boot lagen, en hem er met hun voeten tegen de tunnelwanden "doorwandelden". Gelukkig hebben alle boten tegenwoordig een motor. En op de jaagpaden is het nu aangenaam fietsen.In Manchester heb je een goede vertrekbasis om het hart van Engeland te bezoeken. Voor één keer is het industriële verleden van een stad ook haar grootste troef. Manchester was het centrum van een groot netwerk van waterwegen, die de stad met andere delen van Engeland verbonden. Sommige daarvan dateren al uit de Middeleeuwen, toen Manchester als handelshaven begon te groeien.In het hart van de streek liggen twee grote rivieren, de Mersey en haar bijrivier, de Irwell. Zij zijn het die de stad welvarend maakten. Mettertijd is deze waterweg verbreed en uitgediept, maar de eerste echte kunstmatige waterweg in Engeland was het Bridgewater Canal (1761), ontworpen voor het vervoer van steenkool. Dat zorgde meteen voor een nieuwe rage: een netwerk van kanalen en bevaarbare waterwegen - zo'n 2500 kilometer in totaal - van Yorkshire tot Wiltshire, van Liverpool tot Londen. Het Bridgewater Canal is verbonden met de kanalen Trent & Mersey, Shropshire Union, Macclesfield en Peak Forest. Samen vormen ze de Cheshire Ring, die je in een week gemakkelijk kunt afvaren. Bezienswaardig onderweg zijn onder meer het Barton Swing Aqueduct in Trafford Park, de mooie stad Chester, het zijdemuseum in Macclesfield en Little Moreton Hall in de buurt van Kidsgrove, een 15de-eeuws landhuis in vakwerk, omringd door een gracht. Voor velen is er maar één echte boottocht door Engeland: met de narrowboat van Cheshire Plain in Engeland naar de heuvels van Noord-Wales, en terug via het Llangollen Canal, dat net ten zuiden van Bunbury uitmondt in het Shropshire Union Canal. Het indrukwekkendste beeld van industrieel Engeland is ongetwijfeld het stalen Pontcysyllte Aqueduct, dat 40 meter hoog over de vallei van de Dee loopt en maar liefst 300 meter lang is. Het is een ontwerp van Thomas Telford en de bouw ervan duurde meer dan tien jaar. Het kreeg niet voor niets de toenaam "rivier in de lucht". Toch is dit wonder maar een onderdeeltje van een mooi kanaal van 75 kilometer, waarop het heerlijk varen is, ook al omdat het weinig sluizen heeft. Ben je er in juli, dan valt je bezoek aan Llangollen misschien wel samen met het Eisteddfod - het muziekfestival dat voor onder meer Pavarotti's doorbraak zorgde. Vanuit Manchester kun je ook noordelijker gaan langs het Leeds & Liverpool Canal door het indrukwekkende natuurgebied van de Pennines, met desolate moerasgebieden en steile, beboste valleien. Steden en dorpen, opgetrokken in onverwoestbare kolenzandsteen, getuigen nog van de katoen-, wol- en kolenhandel waaraan ze hun ontstaan danken. Langs de weg vind je molens en mijnen die een nieuw bestaan als industriemuseum hebben gevonden, stoomtreinen en prachtige landhuizen en kastelen. Je kunt ook Skipton bezoeken, een gezellig marktstadje, of Cliffe Castle in Keighley. Of je neemt de Railway Children-trein naar Haworth, waar de familie Brontë heeft gewoond. En waarom niet doorvaren tot in York, met zijn machtige kathedraal, zijn spoorwegmuseum en zijn Jorvik Viking Centre? Als je niet op Manchester, maar op Heathrow vliegt, dan zijn er tal van mogelijkheden ten westen van Londen, zoals de Theems, de Kennet & Avon, Stratford-upon-Avon, Oxford en de Grand Union Canals. Mooie stenen dorpen, een zachtglooiend landschap, pubs op de oever en gelegenheid om te vissen... Wie het niet zo begrepen heeft op smalle kanalen en een rist sluizen, kiest voor East Anglia en de Norfolk Broads, ondiepe meren met riet langs de oever. Rivieren die kronkelend door Norfolk en Suffolk lopen, verbinden deze Broads. Uiteindelijk monden de rivieren uit in de Noordzee, bij de zandduinen van Great Yarmouth. Het is er gemakkelijk varen, en de rivieren staan bekend om hun rijke fauna en bijzondere schoonheid. Vooral in de herfst is het er prachtig, met mistige ochtenden en massa's braambessen, hazelnoten en wilde paddestoelen, zomaar voor het plukken. Het hele jaar door zijn ook de vogels present. Buitenlanders voelden zich altijd aangetrokken tot deze streek, zij het niet altijd ten voordele van de plaatselijke bewoners. Koning Edmund van East Anglia werd er in 869 omgebracht door plunderende Denen. Tien jaar later hield koning Alfred van Wessex de opmars der Denen tegen, maar stond hen toe zich in East Anglia te vestigen. Het was een moerassig gebied, vol turf, en wellicht waren de Denen de eersten die turf als brandstof gebruikten. Het bleek algauw een mooie bron van inkomsten, maar daaraan kwam een eind toen het zeeniveau steeg, en de hele streek rond 1400 onder water kwam te staan. Later streken er veel Hollandse wevers neer. Om de moerassen droog te houden, bouwden ze windmolens die het water vanachter de dijken in de rivieren loosden. Veel moerasgebieden en meren zijn, ondanks de windmolens, toch blijven bestaan. De bewoners gebruikten het riet als dakbedekking en visten op paling in de rivieren. In How Hill, langs de Ant, kun je een typisch palingvissershuis bezoeken, dat er nog precies uitziet als honderd jaar geleden. How Hill is ook het vertrekpunt van een geleid bezoek aan de kleinere waterwegen in een geruisloze elektrische boot. Op die manier kun je van dichtbij kennismaken met zeldzame planten en vogels (zoals roerdompen en baardmezen). In de winter is er de rietoogst, in de lente zie je er de gele baardiris bloeien en half juni fladdert er misschien een koninginnenpage voorbij. East Anglia was ooit het centrum van de wolhandel en omdat de handelaars onderling ook wedijverden om een plaatsje in de hemel, kun je de rijkdom van de streek ook aan de kerken aflezen. Norwich heeft een van de mooiste kathedralen van Engeland (én een kerk voor elke zondag van het jaar en een pub voor elke dag), terwijl elk dorp iets heeft dat de moeite waard is, van antiekwinkels en pubs met gezellig veel houtwerk, tot statige landhuizen en in de puntjes verzorgde tuinen. Met de boot reizen, betekent genieten van de kleine dingen des levens: kijken naar de mensen en de natuur, in de tuin van een pub zitten langs het kanaal, proviand kopen van de vrouw van een sluiswachter, en markten bezoeken. Wat je ook doet, je maakt ongetwijfeld kennis met het ongerepte, landelijke Engeland van vóór het stoomtijdperk.Fiona Cameron / Foto's Preben S. Kristensen