Naar het circus geweest, voor het eerst in honderdvijftig jaar. Daar waren de courante circusachtigen : pony's en kamelen en dalmatiërs, en een meisje dat in de nok van de tent aan linten slingerde in sierlijke guirlandes. Er was een vrouw die zich in bochten kon wringen die tot de mannelijke verbeelding spraken. Er was ook een circusdirecteur met buishoed en pandjas, maar ik hoorde hem tegen een clown zeggen dat die de verwarming bijtijds moest afzetten, wat een beetje afbreuk deed aan het spektakel. Mijn dochter van zes zat er niettemin met grote ogen naar te kijken. De geur van zaagmeel en kamelenkeutels was een welkome afwisseling op het steriele vertier van de iPad.
...

Naar het circus geweest, voor het eerst in honderdvijftig jaar. Daar waren de courante circusachtigen : pony's en kamelen en dalmatiërs, en een meisje dat in de nok van de tent aan linten slingerde in sierlijke guirlandes. Er was een vrouw die zich in bochten kon wringen die tot de mannelijke verbeelding spraken. Er was ook een circusdirecteur met buishoed en pandjas, maar ik hoorde hem tegen een clown zeggen dat die de verwarming bijtijds moest afzetten, wat een beetje afbreuk deed aan het spektakel. Mijn dochter van zes zat er niettemin met grote ogen naar te kijken. De geur van zaagmeel en kamelenkeutels was een welkome afwisseling op het steriele vertier van de iPad. ?Vond je het mooi ?", vraag ik achteraf, met die zachte vrees dat het wonder van het circus de YouTube-generatie niet meer kan bekoren. Zij knikt, hoewel ze betreurt dat de vuurspuwer en de degenslikker ontbraken. Ook heeft zij, met haar blik van arendskuiken, gezien dat de acrobate tijdens het uitvoeren van haar halsbrekende toeren was vastgemaakt met een reddingstouw. Dat vindt zij een beetje oneerlijk, ?dan ben je toch geen échte acrobate ?" Ze kan absoluut zijn in die dingen. Ik voer aan dat het, ondanks die beveiliging, best moeilijk blijft voor een jonge vrouw om ondersteboven op haar kin te staan op een ladder van zes meter hoog die haar helper in wankel evenwicht houdt op zijn schoenzolen. Zij mag dan wel gered worden, zeker, mocht zij uitzonderlijk toch ten val komen en haar nek dreigen te breken ? Met tegenzin geeft dochter toe. Zelfs in de jongsten van ons zit al een hunker verborgen naar de vadsige duim van de keizer in het amfitheater. Ze lijkt mijn gedachten te raden, want zonder overgang zegt ze dat Klaas en Wolf hebben gevochten omdat ze allebei verliefd op haar zijn. ?Ah zo", antwoord ik, gespecialiseerd als ik ben in zuinige commentaren. Zes jaar is wel vroeg om het materiaal te ontdekken waar romans en films van gemaakt worden en waar sommigen een leven lang mee geplaagd worden. ?En wie heeft er gewonnen ?", kan ik niet nalaten te vragen. ?Klaas", antwoordt ze, wat mij van Wolf wat tegenvalt. Ik ben nu eenmaal een man van woorden en van namen, die vindt dat je niet Wolf kunt heten en je dan door een Klaas laten vloeren. Zelf is ze ook verliefd, zegt ze, maar op twee andere jongens. ?En welke ga je kiezen ?", vraag ik met zachte aandrang, omdat ik tot mijn schade en schande geleerd heb dat er gekozen moet worden. Dat weet ze nog niet, zoals ze ook nog niet weet wat ze later wil worden. Het is vrij zinledig dat aan een kind te vragen, vermits het kind al is en dat niet afhankelijk stelt van wat het doet, in tegenstelling tot de volwassene. Volwassen is zij niettemin op zevenmijlslaarzen aan het worden. Zij is al niet bang meer voor enge verhalen, vermits zij toch gemerkt heeft dat de goeden op het einde altijd winnen - zoals in de echte wereld trouwens. Zij weet dat de tandenfee niet bestaat, evenmin als de paasgaas, die aan wondverband doet denken zoals zij dat uitspreekt in het West-Vlaams. Eieren pellen kan zij ook al bekwaam, zodat ik soms opmerk dat ze straks alles geleerd zal hebben wat er van papa te leren valt en dat papa dan mee mag naar het vilbeluik, waar van oude papa's lijm wordt gemaakt. Dat van die lijm schijnt haar dwars te zitten ; zij kijkt tenminste op en verklaart plechtig dat dat nooit zal gebeuren. Of ik kan toveren, wil ze vervolgens weten, nog onder de indruk van de goochelaar met zijn duiven en windeieren die spoorloos verdwijnen. ?Niet echt", zeg ik. ?Of misschien toch een klein beetje." Ik voel mij niet meteen een machtige Gandalf op dit moment in mijn leven, op deze plek in de wereld. ?Wat kan je dan wel ?", dringt ze aan. ?Verhaaltjes verzinnen", weifel ik. ?Een bot scheermes weer scherp krijgen. Het licht van de auto herstellen als het kapot is." Die laatste toverkunst heb ik mezelf pas onlangs aangeleerd, met het nodige gevloek en na een half uur als een krab over de grond te hebben gescharreld, een arm tot bloedens toe tussen band en koetswerk wurmend, want bij onze auto moet je de koplamp zeer logisch via de wielkast vervangen. Ze lijkt van dit soort magie niet erg onder de indruk. ?Voor kindjes zorgen", beslist ze dan. ?Dat kun jij ook goed. Dat is misschien wel je krachtigste toverspreuk en ze is heel belangrijk." Daar zit je dan, in woordenloosheid. Gelukkig schaatst zij alweer verder met elfen en heksen, met kleine pony's en virtuele meiden waarvan je het gezicht kunt opleuken met mascara en oogschaduw. Jean-Paul Mulders jp.mulders@skynet.beEieren pellen kan zij ook al bekwaam, zodat ik soms opmerk dat ze straks alles geleerd zal hebben wat er van papa te leren valt