Waar komt deze vaas vandaan?
...

Waar komt deze vaas vandaan?Vermoedelijk staan op deze prachtige art-nouveauvaas de initialen van de Torhoutse pottenbakker Leo Maes, zoon van August, die in 1885 de oude pottenbakkerij van de familie Willemyns overnam. Torhout was iets langer dan een eeuw, ongeveer van 1800 tot 1939, een belangrijk centrum voor de ceramieknijverheid. In verschillende artisanale ateliers werden vooral gebruiksgoederen gemaakt, dakpannen, wandtegels, kookpotten en wat siergoed. Eind vorige eeuw werd dat laatste belangrijker, omdat de industrie goedkopere pannen, tegels en potten leverde. Toen August Maes het bedrijf in 1885 overnam, brak een nieuwe bloeitijd aan. Internationaal groeide de vraag naar traditioneel sieraardewerk, een trend die kwam overgewaaid uit Engeland waar de Arts and Crafts-beweging zorgde voor een revival van de traditionele ambachten. De Torhoutse art-nouveauceramiek is dus geen alleenstaand fenomeen: overal, ook in Frankrijk en Nederland, werd gelijkaardig aardewerk geproduceerd vanaf 1880 tot diep in de 20ste eeuw. In 1895 begon Maes een samenwerking met de Kortrijkse ingenieur Pierre-Joseph Laigneil, die een kunsthandel had in de Brusselse Berlaimontlaan. Hij verkocht decoratiegoed in art-nouveaustijl. Maes mocht voor Laigneil art-nouveau-aardewerk produceren. De ontwerpen kwamen onder meer van de gebroeders Viérin uit Kortrijk en de beeldhouwer Josué Dupon uit Roeselare. Hun ontwerpen waren onder meer geïnspireerd op het glaswerk uit Nancy van Daum en Gallé. In 1897 liep de samenwerking tussen Maes en Laigneil spaak, en de Kortrijkse ingenieur startte een eigen pottenbakkerij op. Uiteindelijk bleven beide ateliers, in Torhout en in Kortrijk, voortwerken met dezelfde modellen. Deze vaas kan net zo goed bij Maes in Torhout als bij Laigneil in Kortrijk zijn gemaakt. Duidelijke foto's en merktekens kunnen hierover uitsluitsel geven. Dit soort ceramiek wordt Vlaams aardewerk genoemd, en is door tal van bedrijven geproduceerd in Brugge, Torhout, Kortrijk, Roeselare en Sint-Niklaas. De beginperiode was vruchtbaar. Tot rond 1905 was deze ceramiek bestemd voor de begoede middenklasse en werden fraaie art-nouveau-ontwerpen verwezenlijkt, nadien werd het een banaal massaproduct. De kwaliteit verminderde. Tegen 1910 leek de art nouveau over zijn hoogtepunt, maar veel bedrijven bleven art-nouveau-ontwerpen produceren tot in de jaren '30. Ze overspoelden de markt met kitsch, meestal souvenirs voor toeristen. Het oudste Vlaams aardewerk van rond 1900 is stukken beter van kwaliteit en verdient een kunsthistorische opwaardering. De waarde van de vaas hangt af van de herkomst. Gaat het om Torhouts aardewerk voorzien van de initialen 'L.M.', dan is de waarde zeker 40.000 fr. Komt de vaas uit de fabriek van Maes, maar ontbreken de initialen of gaat het om een object uit de fabriek van Laigneil, dan is het voorwerp minder dan de helft waard. Het aardewerk van Laigneil is niet minderwaardig, maar er zijn minder liefhebbers voor.Piet Swimberghe