Achter elke plaatsnaam zit een universum waarin we allemaal ontdekkingsreiziger zijn. Timboektoe. Ispahan. Alexandrië. Maar ook Tatooine, Mos Eisley of Naboo. En die zijn uit Star Wars. De magie van plaatsen. Zelfs al weet je niet waar ze liggen, en of ze eigenlijk wel bestaan, het maakt weinig uit. Ze fascineren en betoveren. Wat Umberto Eco de vraag ontlokte : "Als fictionele werelden zo prettig zijn, waarom proberen we dan niet de eigenlijke wereld te lezen alsof ze fictie was ?" En dat is net wat Alastair Bonnett doet in Van de kaart, onder het motto : "Gewone plaatsen blijken buitengewone plaatsen te zijn, en soms ligt het exotische om de hoek of onder onze voeten."
...

Achter elke plaatsnaam zit een universum waarin we allemaal ontdekkingsreiziger zijn. Timboektoe. Ispahan. Alexandrië. Maar ook Tatooine, Mos Eisley of Naboo. En die zijn uit Star Wars. De magie van plaatsen. Zelfs al weet je niet waar ze liggen, en of ze eigenlijk wel bestaan, het maakt weinig uit. Ze fascineren en betoveren. Wat Umberto Eco de vraag ontlokte : "Als fictionele werelden zo prettig zijn, waarom proberen we dan niet de eigenlijke wereld te lezen alsof ze fictie was ?" En dat is net wat Alastair Bonnett doet in Van de kaart, onder het motto : "Gewone plaatsen blijken buitengewone plaatsen te zijn, en soms ligt het exotische om de hoek of onder onze voeten." Bonnett, professor sociale geografie aan de universiteit van Newcastle, bestempelt zichzelf als een topofiel : een liefhebber van plaatsen. Zijn boek is een verzameling van verloren ruimtes (het met revolutionair bloed doordrenkte Leningrad, dat nog in Sint-Petersburg rondzweeft), verborgen locaties (de ondergrondse steden van Cappadocië), enclaves (Baarle-Nassau en Baarle-Hertog), niemandslanden (een verkeerseiland in Newcastle), en zo meer. Een hoofdstukje is gewijd aan plekken van voorbijgaande aard, zoals het parkeerterrein van LAX, Los Angeles luchthaven. Of de parkeerplaats bij Hog's Back. Het is een grassige heuvel met wat bosjes, waar mannen en vrouwen elkaar ontmoeten om seks te hebben. Bonnett onderzoekt de plek alsof het 'de tuin der lusten' is. Dat is de toon van het boek. Bonnett is Kuifje op de middenberm. Ontdekker van booreilanden en vluchtheuvels. "Plaats is zowel een veranderlijk als een fundamenteel aspect van ons mens-zijn", stelt Bonnett. En hij beschrijft het stijgende gevoel van 'plaatseloosheid' : de manier waarop we de afgelopen eeuw veel beter zijn geworden in het verwoesten van plekken dan in het opbouwen ervan. De manier ook waarop alles op elkaar begint te lijken. En hij stelt : "Laten we op reis gaan, naar het einde van de wereld en de overkant van de straat, net zo ver als nodig is om het bekende en het vertrouwde achter ons te laten. Goed of slecht, angstaanjagend of prachtig, we hebben behoefte aan tegendraadse plekken die tegen onze verwachtingen ingaan. Als we ze niet kunnen vinden, maken we ze wel, want onze soort bedenkt en maakt graag plaatsen." Zolang de mens bestaat, tuurt hij naar een stadsplan met een rode pijl : u bent hier. Evolutiebioloog Richard Dawkins poneert dat zelfs jagers op de Afrikaanse vlaktes kaarten tekenden waar het wild zich bevond en hoe ze hun prooi het best konden benaderen. Ons ruimtelijk inzicht, ons vermogen om een kaart te schetsen - met onderliggende begrippen als schaal en ruimte - heeft ons een grote voorsprong gegeven en onze ontwikkeling als soort vooruit gekatapulteerd, stelt Dawkins. Take that, opponeerbare duimen. Simon Garfield, schrijver van het boek Op de kaart - de yin van Bonnetts yang - heeft een soortgelijk respect voor de manier waarop kaarten en atlassen onze wereld hebben vormgegeven en beïnvloed. "Kaarten zijn de sleutel tot wat ons menselijk maakt. Ze vertellen de geschiedenis van de mens en brengen er een lijn in. Ze weerspiegelen het beste en het slechtste waartoe we in staat zijn - ontdekking en nieuwsgierigheid, oorlog en verwoesting - en ze geven een overzicht van machtswisselingen. De taal die een kaart spreekt, maakt wezenlijk deel uit van ons leven." Garfield is geen luddiet. Hij herinnert zich vol nostalgie de opvouwkaarten, maar maakt gebruik van gps, Google Maps en andere virtuele wegwijzers. Wat volgens hem wel tot nadenken stemt, is de wezenlijke verandering die het internet heeft teweeggebracht. Niet langer de plaats wordt centraal gesteld, maar de gebruiker. "Nu staat ieder individu in het hart van zijn eigen wereldkaart. Op de computer, de smartphone en in de auto stippelt iedereen zijn persoonlijke route uit, niet van a naar b, maar vanuit zijn eigen individuele vertrekpunt waarheen dan ook." De romantische kaart, vol avonturen, is louter een wegbeschrijving geworden. Misschien verliezen we iets als kaarten geen uitdaging meer zijn. En is het wel goed dat we gewoon doen wat de stem ons opdraagt ? Zelfs als die zegt :"Draai rechts, het meer in." (Echt gebeurd, het overkwam een taxichauffeur in Norfolk.) Wat ons aantrekt in een kaart, zijn de vlekken die we zelf kunnen inkleuren, de terra incognita. In de Atlas van verdwenen steden weeft Aude de Tocquevile een verhaal van ondergang en verwoesting van veertig sites, van Angkor tot Pompeï, Hiroshima of Tsjernobyl. Ze heeft het over moderne spooksteden en legendarische ruïnes. Over Sesena bij Madrid, een gigantisch bouwproject uit 2003, waar de crisis in 2008 een eind aan maakte. Of het machtige Babylon uit de zesde eeuw voor Christus, nog slechts een ruïne als keizer Trajanus passeert in het jaar 115. Zegt De Tocqueville : "Ik houd van steden omdat ze constant veranderen. Maar ik hou nog meer van steden die tot zwijgen zijn gebracht, waar de fantasie onbekommerd haar gang kan gaan. " Een andere manier om de droom van de ideale stad in stand te houden, is de Judith Schalansky-methode. In haar Atlas van de afgelegen eilanden beschrijft ze vijftig plaatsen die haar altijd hebben gefascineerd, maar waar ze 'nooit is geweest en ook nooit zal komen'. Van een eiland in de Noordelijke IJszee dat Ensomheden (Eenzaamheid) heet, tot eentje in de Zuidelijke Oceaan met de naam Deception, ontrafelt ze de mythe van de idyllische plaats waar de beschaving een tweede kans krijgt. Zegt Schalansky : "Het paradijs is een eiland. De hel ook." Dus blijft ze 'vingerreizen in de atlas', verovert ze verre werelden in de woonkamer van haar ouders en fluistert ze vreemde namen. "Als je de hele aardbol kunt bereizen, bestaat de echte uitdaging erin om thuis te blijven en de wereld daarvandaan te ontdekken." Let's get lost.Door Lene Kemps