Deze kast maakte ooit deel uit van de persoonlijke verzameling van Benoît Roose, de vroegere conservator van het Rockoxhuis in Antwerpen. In de deuren waren twee spiegels gemonteerd die ik liet verwijderen. Daaronder kwamen oude eiken panelen tevoorschijn die er vermoedelijk origineel ook zaten. Graag een estimatie.
...

Deze kast maakte ooit deel uit van de persoonlijke verzameling van Benoît Roose, de vroegere conservator van het Rockoxhuis in Antwerpen. In de deuren waren twee spiegels gemonteerd die ik liet verwijderen. Daaronder kwamen oude eiken panelen tevoorschijn die er vermoedelijk origineel ook zaten. Graag een estimatie.Dit is een fraaie Nederlandse toogkast van rond 1675. De benaming heeft betrekking op de zogenaamde togen, de bogen, in de deuren. In de handel zou dit als een Utrechtse kast worden aangeboden, maar dergelijke toogkasten werden ook elders in Nederland gemaakt. Hoewel nog zeer renaissancistisch van stijl, is dit een barokmeubel. De algemene opbouw met een voet, eveneens voorzien van togen, pilasters en een forse kroonlijst vond zijn oorsprong in het begin van de zeventiende eeuw toen de renaissance dé modestijl was. Maar een aantal typische kenmerken van die stijl, zoals cannelures op de pilasters en uitgezaagde ornamenten, ontbreken. Het beeldhouwwerk met voluptueuze acanthusbladeren verwijst naar de barok, die in Nederland minder opulent van stijl was dan bij ons. Op de togen van de voet komen al schelpmotieven voor die populair werden onder Lodewijk XIV. Dit meubel is nog typisch Nederlands van stijl en versiering, maar is gemaakt aan de vooravond van de grote doorbraak van de Franse hofstijl. Na 1680 overspoelden de Franse architectuur en design geheel Europa: het interieur veranderde helemaal van uitzicht. Deze toogkast paste perfect in een klassiek interieur uit de Lage Landen, zoals dat voor 1680 en vogue was: met wanden bespannen met goudleder, een marmeren vloer met schaakbordmotief, een haard met blauwe tegels en op tafel een kleurrijk oosters carpet. Amper enkele jaren nadien werden kamers ingericht met lage, geschilderde lambriseringen, verfraaid met wandtapijten of schilderingen. Op dat moment verschenen ook nieuwe meubels ten tonele en tweedeurskasten als deze ruimden plaats voor de voorlopers van de commode. Deze kast zag er rond 1690 al ouderwets uit. Bovendien werd ook het eikenhout verbannen, dat tot 1680 erg in trek was, vooral gecombineerd met opgelijmde plaatjes ebbenhout en diamantkoppen van palissander. Voor deze kast werd overigens eikenhout gebruikt van uitstekende kwaliteit. Het is kwartiergezaagd waardoor de mergstralen, de zogenaamde spiegels, duidelijk zichtbaar zijn. Voor dit resultaat wordt de stam verticaal in vier driehoeken verdeeld. Uit elk stuk worden planken gezaagd in de richting van het hart. Bij deze zaagmethode is er veel houtverlies, maar de planken krimpen minder, zijn regelmatig en bijzonder mooi van tekening. Het is een geluk dat de originele deurpanelen achter de spiegels bewaard bleven, anders zou de kast zwaar in waarde zijn gedaald. We schatten de venale waarde van dit prachtige zeventiende-eeuws meubel op 250.000 fr. De verkoopprijs in de handel ligt hoger.Piet Swimberghe