Ineens viel het allemaal samen. Het moment was er gewoon, zo'n moment dat je je niet al te slecht in je vel voelt en het een en ander kunt relativeren, een absolute voorwaarde om een boek te schrijven. Wat ik al ongeveer veertig jaar wilde doen. Toen was er dat verhaal, waar méér in zat, en een uitgeverij die sterk in Dixit geloofde. Een satirische thriller nog wel.
...

Ineens viel het allemaal samen. Het moment was er gewoon, zo'n moment dat je je niet al te slecht in je vel voelt en het een en ander kunt relativeren, een absolute voorwaarde om een boek te schrijven. Wat ik al ongeveer veertig jaar wilde doen. Toen was er dat verhaal, waar méér in zat, en een uitgeverij die sterk in Dixit geloofde. Een satirische thriller nog wel. Een verstokte anglofiel, zo kun je mij wel noemen. Ik ben een grote fan van Stephen Fry, lees graag witty boeken die mij op een intelligente manier doen schateren. In ons taalgebied zijn ze schaars, ook daarom heb ik er zelf één proberen te schrijven. Wij leven in een weetjescultuur. Vandaar het succes van al die quizzen. En op recepties maak je indruk als je bij de borrelhapjes een paar goedgekozen citaten kunt serveren. Mijn antiheld is handelaar in culturele musts, hij maakt er zijn beroep van. Maar door een serie misverstanden en omdat mensen zich graag laten meeslepen door de waan-van-de-dag, bombarderen de media hem tot een soort neefje van Bin Laden. Humor als verdediging, het is een noodzaak in mijn leven. Ik neig nogal naar melancholie. Diep in mij schuilt een grote doodsangst die ik probeer te maskeren, deels door heel veel van mensen te houden, deels door te balanceren op het slappe koord van de ironie. Nietszeggende slapstick is aan mij niet besteed, in humor moet altijd een angeltje zitten. Maar ironie mag geen jasje zijn dat je om je heen slaat en dat je onaantastbaar maakt. Mijn geliefde en mijn kinderen kan en wil ik niet kapot relativeren. Bij mij gebeurt alles wat later dan bij een ander. Lang verschool ik mij achter driedelige pakken, flashy dassen en airs. "Hier komt de VRT-journalist, ruim baan, waar is de rode loper..." Als ambtenaar leidde ik een heel beschermd bestaan en hoefde ik me maar met een fractie van de realiteit bezig te houden. Ik wil niet langer vals bescheiden doen over wat ik kan, maar ook niet pompeus over wat ik niét kan. Vijf jaar geleden richtte ik mijn eigen communicatiebedrijf op. Geen betere manier om zelfkennis op te doen dan vanaf nul te beginnen en verantwoordelijkheid op te nemen, voor jezelf en de boterham van een aantal anderen. Het maakte mij tot een wijzer mens. Maar de rest van mijn leven zakenman zijn, tussen de facturen zitten en met klanten vergaderen, zat er niet in. Na vijf jaar besefte ik loepzuiver : ik wil opnieuw breder gaan, weten wat er omgaat in de wereld van de cultuur. In de R4 van mijn vader de Alpen opkreunen, en twee blokken klaar houden om de wielen mee te blokkeren als hij de berg niet opwilde. Reizen zit in mijn genen, het is een microbe, een passie. Ik moet andere horizonten kunnen opzoeken, met mensen kunnen praten die een heel ander denkkader hebben. Pak mij dat af en ik krijg doffe ogen. Reizen kan iemand ook blasé maken. "Waarschuw mij op tijd als ik richting klootzak uitga", had ik goede vrienden gevraagd. Na bijna twintig jaar reisreportages maken was het zover. Het verschil niet meer zien tussen noodzakelijkheid en verwennerij, maar 80 procent van mijn ziel in een reportage steken. Ook daarom heb ik toen dat eigen bedrijf opgericht. Zo graag leven en toch inzien dat het allemaal zo futiel is. Zo lang ik mezelf ken, worstel ik al met de absurditeit van het bestaan. Maar stilaan kom ik op een leeftijd dat ik een balans vind in die dingen. We hebben al zo weinig tijd om hier rond te kruipen. Waarom zouden we die dan verknoeien met achterhoedegevechten en stomme pretentie ? Toni Coppers, 'Dixit', The house of books, 240 p., 15,90 euro. Tekst Linda Asselbergs I Foto Annick Geenen