Wie heden ten dage cool wil zijn, moet defrienden las ik gisteren in De Zondag. Twitteren is ook al niet meer in, tenzij in haiku's. En nu maar hopen dat Herman Van Rompuy even succesvol is als Europees president dan als promotor van de Japanse dichtvorm. Maar dit geheel terzijde. Ik vouwde de krant dicht, schonk mijzelf een kopje thee in en nestelde mij nog wat behaaglijker in de sofa. Ik moest helemaal niets die zondag : tweeten noch twitteren en al evenmin defrienden. Qua networking ben ik namelijk een regelrechte holbewoner : ik zit niet op Faceb...

Wie heden ten dage cool wil zijn, moet defrienden las ik gisteren in De Zondag. Twitteren is ook al niet meer in, tenzij in haiku's. En nu maar hopen dat Herman Van Rompuy even succesvol is als Europees president dan als promotor van de Japanse dichtvorm. Maar dit geheel terzijde. Ik vouwde de krant dicht, schonk mijzelf een kopje thee in en nestelde mij nog wat behaaglijker in de sofa. Ik moest helemaal niets die zondag : tweeten noch twitteren en al evenmin defrienden. Qua networking ben ik namelijk een regelrechte holbewoner : ik zit niet op Facebook en ook niet op MySpace, Netlog, LinkedIn, Plaxo en Flickr. Niets om prat op te gaan, ik weet het, zeker niet als journalist. Maar kijk, nobody's perfect : volslagen onbekenden die mijn vriendjes willen worden vind ik eng. En 275 e-friends, ik mag er niet aan denken. Ik ben al lang blij dat ik om de zoveel weken de paar mensen die mij echt na aan het hart liggen in levenden lijve kan ontmoeten. Virtuele communicatie, ik heb daar ook niet het gereedschap voor : mijn gsm is er één van de generatie van net na de walkietalkie. Lekker groot en zwaar, je kunt ermee bellen en sms'en, daarmee is de kous af. Eénhandig sms'en ? Daarvoor zijn mijn vingers dan weer niet soepel genoeg. En ja, ik mag dan al dagelijks achter de pc zitten, bij het minste verdachte piepje van die bak krijgt deze digibeet een aanval van technostress. Kortom, weinig kans dat ik ooit ten prooi zal vallen aan een socialemediaverslaving. Maar laat ik vooral niet hypocriet zijn : ook ik heb in verloren momenten naar de Facebookpagina van vrienden en collega's gesurft. Om te kijken hoe ze zich presenteren via olijke portretten, wazige vakantiekiekjes of artistiek gewrochte beeltenissen : close-ups van ogen of mond, verleidelijke poses achter een haarsliert of een of ander decorstuk. En ik kan niet ontkennen dat ik en passant ook een paar lang uit het oog verloren vlammen heb opgesnord. Mijn eerste serieuze vriendje dat nu een grijze baard blijkt te hebben. Op de foto staat hij met een beminnelijk glimlachende vrouw naast een exotische waterval. Goed terechtgekomen, het is 'm gegund. De Amsterdamse student agogiek, destijds eigenaar van een volle haardos en een opa-overjas van het Waterlooplein, is nu kalend en managerachtig. De knappe, ongrijpbare kunstenaar ziet er nog steeds knap en ongrijpbaar uit en er hangen Tibetaanse gebedsvlaggetjes in zijn tuin. Schimmen uit het verleden, hebben zij míj ook wel eens gegoogeld ? Dan zijn ze wellicht bij die andere Linda Asselbergs terechtgekomen, mijn Zuid-Afrikaanse naamgenote. Ik was al lang van haar bestaan op de hoogte, maar sinds ze op Facebook zit, heeft ze een gezicht. En nee, ze is geen mokkakleurige versie van mezelf zoals ik stiekem gehoopt had, maar een kleine, mollige, blonde vrouw in een anorak ver weg in een landschap met besneeuwde bergen. Zou ik haar eens polsen naar gemeenschappelijke voorouders ? Of toch maar niet ; je zult zien dat ze net lid is geworden van stopwritingonmywall.com en nukkig bezig met defrienden. Linda Asselberg