Textieldesigner Katrien Rondelez(29) is de eerste vrouw die de Henry van de Velde-prijs voor Jong Talent wint. Ze verdeelt haar tijd tussen werk voor de industrie en eigen tapijtontwerpen.
...

Textieldesigner Katrien Rondelez(29) is de eerste vrouw die de Henry van de Velde-prijs voor Jong Talent wint. Ze verdeelt haar tijd tussen werk voor de industrie en eigen tapijtontwerpen. PIERRE DARGE / FOTO HYPNOVISUALS Ik heb vooral een paar keer geluk gehad, denk ik. Van jongs af was ik op zoek naar een creatieve bezigheid. Ik deed kunsthumaniora en volgde tegelijk aan het conservatorium een opleiding dictie en voordracht. Want ik wilde op het podium staan, theater leek de enige uitweg. En toen, net na mijn humaniora, ontmoette ik de Finse Marianne Huotari, die art director was in het textielbedrijf Finlayson in haar land. Ik draaide een jaartje mee in dat bedrijf, voerde er opdrachten uit en ontwikkelde er een passie voor textieldesign. Toch een beetje merkwaardig, want bij design wordt nooit in die richting gedacht, men heeft het alleen over meubels en objecten. Na dat jaar besefte ik ook dat ik een volslagen beginner was die nog alles te leren had. Daarom zocht ik naar een opleiding textielontwerpen. Ik kwam net te laat voor het Londense Royal College of Art, maar kon wel terecht in La Cambre waar ik vijf jaar school liep en er in 1991 het diploma textielcreatie haalde. Sinds twee jaar draai ik een paar dagen in de week mee bij De Witte-Lietaer, waar ik stoffen ontwikkel voor de automobielsector. Een omslachtig proces, moet ik zeggen. Want zo'n ontwerpersbaan confronteert je met een realiteit waarin je rekening moet houden met de wensen van de klant, met de zeer strikte eisen van de industrie, die autostoelen wil waarvan de bekleding aan zeer veel kwaliteiten beantwoordt, en waarbij je bovendien in concurrentie treedt met andere ontwerpers. Uiteraard beland je bij synthetische materialen met 1001 mogelijkheden, maar ook met de talloze beperkingen van een industrieel product. Van de oorspronkelijke tekening naar het eindresultaat ondergaat het ontwerp vaak heel veel wijzigingen. Maar dat maakt de uitdaging er niet minder boeiend om. Anderzijds voel ik me ontzettend geprivilegieerd dat ik nog een flink stuk tijd overhoud voor persoonlijk werk. Ik heb mijn eigen weefgetouw en probeer daarop allerlei combinaties uit. Ik vind het bijvoorbeeld geweldig om traditionele materialen als katoen, vlas of linnen te combineren met rubber of plastic en om daarmee tapijten of vloerkleedjes te maken, vaak in verschillende, bijeenpassende, kleinere vormen. Een paar keer heb ik mijn eigen ontwerpen zelfs kunnen gebruiken om er een eigen meubeltje mee af te werken. Al wil ik en dat zeg ik met klem geen meubelontwerper zijn. De reacties op mijn werk zijn positief : met een van mijn tapijtontwerpen, waarin ik bruin linnen met blauw plastic samenbracht, werd ik in 1992 geselecteerd voor de Triënnale van Milaan. Datzelfde jaar kreeg ik op Interieur Kortrijk met negen gelijke vloerkleedjes de prijs voor Textiel. Begin dit jaar haalde ik op de Internationale Handwerksmesse in München ook nog de Talente Preis en nu is daar de door het VIZO uitgereikte Henry van de Velde-prijs voor jong talent bijgekomen. Ik staar me niet blind op die prijzen. Ik heb eerder het gevoel dat ik nog een lange weg heb te gaan. In 1993 zette ik met twee collega's Studio Hastings op, waar ontwerpen werden gemaakt waarmee we naar de industrie stapten. Het werd geen groot commercieel succes, maar we scheurden er evenmin onze broek aan en uiteindelijk mondde dat uit in een paar individuele opdrachten. Af en toe komt er een architect op de proppen die ons werk apprecieert en onze ontwerpen kan inpassen in een van zijn creaties. Twee jaar geleden had ik weer geluk toen de Belgische textieldesigner Anne Beetz me in contact bracht met Linda Thompson, vice-president van het Amerikaanse textieldesignbedrijf Pallas Textiles, die me op haar beurt introduceerde bij Stillwater in New York. Daar kon ik een klein half jaar aan de slag om er een muurbekledingsproject op te starten en af te werken, waardoor ik meer inzicht kreeg in synthetische materialen. Maar het heerlijkste blijft het individuele creatieve bezig zijn, het zoeken naar nieuwe ontwerpen, waarbij soberheid een grote rol speelt. Al was ik toch een beetje fier dat die van de Velde-prijs voor het eerst door een vrouw werd gewonnen, en dat textieldesign hierdoor eindelijk in de kijker komt. De ontwerpen van de laureaten van de Henry van de Velde-prijzen staan tot 12 januari te kijk in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Jan Breydelstraat 5, in Gent.