Bij het grote publiek is Mieke Laureys (24) bekend van de VT4-soap Vennebos. Nu kruipt de actrice 150 theatervoorstellingen lang in de huid van Pippi Langkous.

Voor Pippi Langkous heb ik ander werk moeten afzeggen, maar dit was iets dat ik echt wou doen. Over tien jaar kan ik die rol niet meer spelen, het moet nu gebeuren. Eigenlijk hadden ze mij gebeld om auditie te doen zowel voor de rol van Pippi als voor die van haar vriendinnetje Anika. Maar voor Anika heb ik een te hevig temperament, en fysiek zie ik er meer uit als Pippi. Mijn vrienden zijn in ieder geval niet verbaasd dat ik die rol heb aangenomen. Een bekend personage spelen, biedt voordelen én nadelen: ik hoef geen dramatische rol te vertolken, het is geen Shakespeare, anderzijds komen de mensen wel met bepaalde verwachtingen naar de voorstelling. Maar met de kleren en de pruik op voel je je vanzelf al een stuk Pippi Langkous. Bovendien ken ik haar al van toen ik klein was, en haal ik dus ook veel uit mijn herinneringen.

Welke rol je ook speelt, je moet er altijd onbevangen aan beginnen en openstaan voor de regie en voor je tegenspelers. Een kind spelen is best moeilijk. Op de auditie zei regisseur Lulu Aertgeerts: 'Je moet geen kind spelen, je moet het zijn.' Want als je erbij gaat nadenken, ga je aan overacting doen en wordt je rol kinderachtig. Komt daarbij dat Pippi geen normaal kind is. Zo zegt ze op een bepaald moment tegen de kinderen die wel naar school gaan, dat zij niet hoeft te leren lezen omdat de anderen dat toch al doen. Eigenlijk mag ik het niet eens vreemd vinden dat zij zo redeneert. Op zich steekt haar gedachtegang altijd logisch in elkaar.

Al voor de repetities zat ik met Pippi in mijn hoofd. In bepaalde situaties ging ik mij afvragen hoe zij daarop zou reageren. Toen ik bijvoorbeeld aan een saaie vergadering deelnam, dacht ik: als ik nu Pippi was, zou ik over alle stoelen springen en beginnen te zingen. En dàt is nu ook precies het fantastische aan acteren: je kan doen waar je in het echte leven alleen maar van droomt.

Ik ben wel vertrouwd met een kinderpubliek. Bij het KJT in Antwerpen heb ik mijn stage gedaan bij de Tovenaar van Ostaijen en vroeger moest ik altijd met mijn vader, die poppenspeler was, mee naar zijn voorstellingen. Ook mijn rol in Vennebos sloeg aan bij een jong publiek. Sandra was dan wel geen Pippi Langkous, maar ook een rebel die haar zin deed. Op straat kreeg ik er spontaan reacties op. Een kind dat mij eens aanriep, kreeg onmiddellijk van zijn moeder te horen: 'Met haar moet je niet praten, daar krijg je alleen maar slechte manieren van!'

Ik denk dat elk kind Pippi Langkous fantastisch vindt. Vooral in Nederland is ze weer erg in: ze is op tv, er zijn kleren en poppen van haar uit, en nog niet zo lang geleden was er een nieuwe Pippi-tekenfilm, waarvoor ik trouwens voor Vlaanderen de stem heb ingesproken. In Amsterdam ben ik als Pippi een tehuis voor mentaal gehandicapte kinderen gaan openen dat Villa Kakelbont is gedoopt. Niet dat ik nu voor dit soort optredens de rol heb aangenomen, maar misschien lokt het wat extra volk naar onze voorstellingen. Ik speel ook liever voor 200 mensen dan voor 4.

150 voorstellingen in Nederland en Vlaanderen is behoorlijk veel, maar voor elk optreden denk ik: 'Dit is de eerste en de enige keer.' Want voor je publiek is het dat natuurlijk ook.

De eerste voorstellingen van "Pippi Langkous, het sterkste avontuur van de hele wereld" spelen op 5 en 6 september (telkens om 15 u. en 19u.30) in de Arenbergschouwburg in Antwerpen ( Tel. 03/202.46.11) en op 13 september (16 u.30) in Cultureel Centrum De Meent in Alsemberg ( Tel. 02/380.23.85).

BART VANDERGETEN / FOTO HYPNOVISUALS