Jessica Gysel (29) is coolhunter. Als Belgische woont en werkt ze in Amsterdam, haar uitvalsbasis voor haar onderzoek over en rond jeugdcultuur. Jobsgewijs, maar ook in haar vrije tijd.

Over het beroep van coolhunter of trendwatcher, bestaan nogal wat misverstanden. Heel wat mensen denken dat ik niets anders doe dan uitgaan of op straat lopen. Of dat ik mijn hoofd breek over de vraag of de kleur rood volgend jaar in of uit zal zijn. Waarmee ik me bezighoud, is het in kaart brengen van jongerencultuur, via eigen onderzoek, tijdschriften of een netwerk van vrienden dat ik door de jaren heen heb opgebouwd. De laatste tijd komen heel wat bedrijven tot de vaststelling dat ze jongeren steeds moeilijker weten te bereiken. Jongeren zijn mediamoe, tactieken als radio- en televisiereclame werken minder en minder. Ze draaien de knop om of zappen weg. Dus moeten er andere oplossingen gevonden worden. Daarvoor worden mensen zoals ik ingeschakeld. Ik bekijk alle verschillende afsplitsingen binnen de jeugdcultuur, hun kleding, voorkeur voor muziek, gedragingen, de manier waarop ze met elkaar communiceren. Die informatie vertaal ik naar m'n klanten toe. Ik schrijf trendrapporten, geef concrete tips, werk promotionele ideeën uit. Eén van mijn klanten, RX, een Nederlands bourbonmerk, wil zich bijvoorbeeld vooral richten op een jong, uitgaand publiek. Dus heb ik het plan uitgewerkt voor een wat minder traditionele promotie: een dubbele platenhoes waarop de informatie afgedrukt staat en een heuse vinylplaat erin, speciaal gemixt door een Amsterdamse dj. Zoiets wordt door het doelpubliek meteen begrepen.

Vier dagen per week ben ik aan de slag bij Kombat, een Amsterdams bedrijf dat zich specialiseert in jongerencommunicatie. De rest van de tijd werk ik freelance. Samen met Koert Bakker, een Nederlandse collega, opereer ik onder de naam Fanclub. Ook als coolhunter zeg maar, maar nog breder. Daarnaast schrijf ik artikels voor Blvd, een Nederlands stijlblad, of organiseer ik speciale party's. En samen met een vriendin hou ik me bezig met de flyers voor Pussy Galore, themafeestjes in het Brusselse.

Ik heb altijd een fascinatie voor jeugdcultuur gehad. Als jonge tiener las ik al bladen als The Face, i-D; ik was voortdurend op zoek naar nieuwe kicks. Op een gegeven moment besloot ik met al die opgeslagen informatie ook effectief iets te doen. Na mijn studies - communicatiewetenschappen aan de Gentse universiteit - heb ik een tijdje bij een Brussels reclamebureau gewerkt, maar daar kon ik mijn ei niet kwijt. Ik had ontdekt dat men in Nederland al wat meer bezig was met alternatieve communicatievormen. Ik kreeg een stage van twee maanden in Amsterdam aangeboden, maar het beviel me zo goed dat ik er nu ondertussen al drie jaar zit.

Nu beschouw ik Amsterdam een beetje als thuis, maar in het begin was het hard. Nederlanders zijn open, maar ook heel kritisch. Een beetje hypocriet ook. In een café komen ze zo bij je aan tafel zitten om een praatje te maken maar een echte vriendschapsband smeden, ho maar. Nu moet ik zeggen dat ik als Vlaamse goed ontvangen ben. Soms doen ze wat denigrerend, over ons accent, en zo. Maar achter het feit dat ze de Vlamingen wat uitlachen, schuilt volgens mij een verdoken vorm van jaloezie. Op de Bourgondische manier van leven, maar ook op het mode- en muziektalent. Eén ding heb ik hier wel geleerd: Vlamingen zijn cooler. We moeten alleen wat alerter worden en eindelijk eens van dat minderwaardigheidscomplex af raken.

LENE KEMPS / FOTO HYPNOVISUALS