Op zijn 21ste speelde Ramsey Nasr (24) zijn zelfgeschreven toneelsolo "de Doorspeler" en werd meteen uitgeroepen tot uitzonderlijk talent. Bij Het Zuidelijk Toneel speelt hij dit seizoen in "Koppen", "Caligula" en "Faust".

Ik wilde rijk en beroemd worden, daarom begon ik te acteren. Ik was vrij naïef in die tijd. Mijn eerste rol speelde ik in het theatergroepje van school, ik gebruikte het om alle aandacht naar me toe te trekken. Als professioneel acteur probeer ik tegen zo'n verlangens in te gaan.

Ik kwam naar België om op Studio Herman Teirlinck te gaan studeren. Dat was toeval. Ik vond hun brochure de beste en ze boden een brede opleiding. Ik geef er nu af en toe zelf les. Ik groeide op in Nederland. Mijn ouders waren beiden docent, mijn moeder gaf wiskunde, mijn vader Arabisch. Mijn moeder is Rotterdamse, mijn vader Palestijn. Die Palestijnse achtergrond begint mijn werk steeds meer te bepalen. Twee jaar geleden heb ik voor het eerst de familie van mijn vader gezien in Palestina. Die ontmoeting heeft me erg aangegrepen. Ik kwam erachter dat het fundament van ons "zijn" eerder op onrechtvaardigheid dan op rechtvaardigheid gebaseerd is. Ik heb gezien hoe mijn familieleden vastzitten in een bestaan waarbij het land van Mickey Mouse bepaalt hoe er geleefd moet worden. De voorbije zomer ben ik opnieuw naar de Westelijke Jordaanoever gegaan. Ik heb er in het dorp van mijn vader de Doorspeler opgevoerd. Vele familieleden zijn komen kijken. Mijn stuk kreeg er een heel andere betekenis. Neem nu het beeld van twee geliefden in het water, ik had dat heel persoonlijk bedoeld, maar ginder kreeg het een politieke lading.

Ik schreef de Doorspeler toen ik nog op school zat. Het stuk gaat over een entertainer die ten koste van alles wil spelen. Zelfs zijn privé-leven moet ervoor wijken. Het is een speler die zich verwart in zijn rollen. Dat wreekt zich. Ik ben zelf niet zo'n speler, maar ik ben wel bang dat ik ooit te ver zal gaan.

Sinds ik in Caligula gespeeld heb, ben ik alles van Camus beginnen lezen. Ik ben onder de indruk van de filosofie van het absurde en het besef dat het vechten tegen de bierkaai zin heeft. Ik wil met het theater in deze verziekte wereld een klein eilandje van geluk bieden. Het is belangrijk te weten dat je je niet hoeft te schamen eerlijk te zijn. Theater is een mooi kanaal voor de mens om zich bloot te geven. Ik wil me meer bloot geven. Als ik een muur om me heen bouw, heeft het allemaal geen zin.

In Faust speel ik een van de handlangers van de meester. Wij maken de duivelse trucjes in plaats van de duivel zelf. Die rol heeft weinig met mijzelf te maken.

Ik zat in het vierde jaar op Studio Herman Teirlinck toen Ivo Van Hove me een contract aanbood bij Het Zuidelijk Toneel. Ik was van plan om na mijn studies met vrienden een klein onafhankelijk groepje op te richten. Het is een gemis dat ik nog wil inhalen. Als je dadelijk na je studies bij een groot gezelschap gaat spelen, bestaat de kans dat je ongemerkt gevestigd geraakt. Dat wil ik niet. Ik wil niet dat mijn jeugd zomaar voorbijgaat. Toch is het toetreden tot Het Zuidelijk Toneel een goede keuze geweest. We hebben mooie stukken gespeeld. Ik hou van de huisstijl. De acteurs willen hun binnenkant laten zien. Dat vind ik wel fijn, mijn binnenkant laten zien.

Ik wil nu meer schrijven. Het liefst zou ik er mijn dagtaak van maken. Je ziet steeds meer jonge mensen die zelf kleine gezelschapjes oprichten. Ze gaan buiten de gevestigde, grote theaters staan. Ze schrijven zelf hun stukken. Misschien is het uit arrogantie. Misschien merk ik over tien jaar dat het schrijven niet voor mij is weggelegd. Dan ben ik gedoemd tot het inspreken van rollen.

ANNA LUYTEN / FOTO HYPNOVISUALS