?Het Heelal in !?, heet het debuut van Tom Naegels ( 21). ?Vijf stukjes van de kosmos? zijn schitterende verhalen waarin Naegels angst schetst, twijfel, kortom het leven van jongeren die vechten voor een eigengemaakt bestaan.
...

?Het Heelal in !?, heet het debuut van Tom Naegels ( 21). ?Vijf stukjes van de kosmos? zijn schitterende verhalen waarin Naegels angst schetst, twijfel, kortom het leven van jongeren die vechten voor een eigengemaakt bestaan. Anna Luyten / Foto Hypnovisuals Mijn boek gaat over zelfmoord. Daar bedoel ik niet mee dat ik een soort Jotie t'Hooft ben. Ik heb zelf geen zelfmoordplannen. Integendeel. Maar ik merk dat zowel ikzelf als bijna alle mensen uit mijn omgeving last hebben van een zeer sterke controledrift. Daarbij komt het gevoel dat dat in het leven nooit lukt. Er zijn twee soorten personages in mijn boek, twee manieren om met die controledrift om te gaan : of je blijft hardnekkig verder proberen om alles te beheersen, of je laat alles op zijn beloop en je geeft het op, dat is dan de zelfmoordgedachte. Het heelal waarnaar ik in de titel verwijs, is maar een metafoor. Het heelal is ook weer die twee dingen : of een immense massa stof die door wetten beheerst wordt die je zelf niet hebt opgesteld, of een immense leegte waarin je kan verdwijnen. Ik schrijf ergens : ?Als altijd laat de razernij leegte achter.? Ik denk dat mensen die controledrang hebben omdat ze die leegte onder zich voelen. Het klinkt wel heel romantisch. Ik heb geen dweperige Leiden des jungen Werthers van de jaren '90 willen schrijven. Ik wilde gewoon een boek maken over mensen die die gevoelens hebben. De liefdes in mijn boek zijn tragisch. Mensen kunnen niet bij elkaar komen of blijven. In een relatie word je door elkaar geklutst omdat je je controle moet afgeven. Je moet je binden aan iemand en een heleboel personages in mijn boek kunnen dat niet. Ik wilde een aantal liefdesrelaties weergeven die ik zelf beleefd heb. Mijn personages zijn mensen die zich willen afzonderen, én ze willen op dat kleine stukje wereld dat ze afbakenen graag de baas zijn. Het zijn machtswellustige eenzaten. Seks is in mijn boek vaak het catharsispunt waarna iemand sterft of het heelal ingaat. Seks is het symbool voor de controle die volledig onderuit gehaald wordt. Wat steeds weerkeert in mijn boek is de afkeer van ?echtheid?. Echt zijn de dingen die je niet zelf heb gemaakt. Ik heb vaak het gevoel dat alles voor een mens al geregeld is. De realiteit is er al. Fictie is iets wat je zelf maakt, de enige wereld die je kan controleren. ?Je moet altijd met je voeten op de grond blijven?, zegt mijn moeder altijd. Ik heb die overmoed, die hubris in mij dat ik alles wil bepalen. Daarom schrijf ik fictie. Ik studeer Germaanse. Geen literatuur maar linguïstiek. En ach, bijna iedereen die Germaanse doet, schrijft wel wat. Sinds mijn zeventiende lees ik in cafés voor uit eigen werk. Ik heb altijd al gedichten en verhaaltjes gemaakt. Je moet als schrijver optreden. Voorlezen is het enige dat je kan doen om onder de mensen te komen als je niet gepubliceerd wordt. Drie jaar geleden heb ik een van de verhalen uit deze bundel naar wat uitgeverijen gestuurd. Kritak/Manteau was de enige die reageerde. Men vroeg me om meer verhalen te schrijven. Ik maakte een tweede verhaal, en heb dan twee jaar lang wat zitten knoeien. Schrijven gaat traag bij mij. Schrijvers die ik bewonder zijn Hugo Claus, Gust Gils. Maar ook Louis Couperus, en Frederik Van Eedens Van de koele meren des doods. Fin de Siècle ? Misschien. Ik hou niet van de notie tijdsgeest. Het verstikt je als schrijver. Ik heb een beetje het gevoel dat mensen als Paul Mennes of een Ronald Giphart of Ward Ramaekers wanhopig proberen de jongerencultuur weer te geven. Dat wil ik niet. Zij zijn trouwens tien jaar ouder dan ik. So don't cyber me. Ik weet niets van internet. Ik hou niet van techno. Ik ben geen generation X-jongere. In mijn boek heb ik het wel over dingen waarover ik gesproken heb met mensen van mijn leeftijd. Je hebt dagen dat je doelloos rondloopt met de vraag ?Wat wil ik nu doen ??, ?Wie ben ik ??. Het is misschien de leeftijd. De Gazet van Antwerpen heeft me nu gevraagd om columns te schrijven die ik publiceer onder de titel Fijner kan dit fin de siècle niet. Maar ik ben voorzichtig. Ik wil niet de chroniqueur worden van mijn generatie. Verschijnt deze week bij Manteau.