Stef De Paepe(29) was als dramaturg al bedrijvig in het theater. Met ?diAry?, een coproductie van Muziektheater Transparant en Theater Zuidpool, op tekst van Hugo Claus, maakt hij zijn officieel debuut als regisseur.
...

Stef De Paepe(29) was als dramaturg al bedrijvig in het theater. Met ?diAry?, een coproductie van Muziektheater Transparant en Theater Zuidpool, op tekst van Hugo Claus, maakt hij zijn officieel debuut als regisseur. Bruno Koninckx / Foto Hypnovisuals Mijn vader volgde zelf ooit conservatorium in avondschool. Hij is nog steeds actief in het amateurcircuit. Ik ben dus vrij jong met theater vertrouwd geraakt. Als kind al dook ik met mijn broer (die nu bij het KJT werkt) geregeld in de donkerte van een zaal om een of ander amateuristisch stuk te bekijken. Mijn vader sprak vroeger ook luisterspelen in voor de BRT. Toch kan ik niet echt zeggen dat theater er met de paplepel is ingegoten. Op school heb ik wel in een paar stukken de hoofdrol gespeeld, en ik dacht er toen ook aan om naar het conservatorium te gaan. Maar dat werd me thuis ontraden, en het was ook niet echt een uitgesproken keuze. Uiteindelijk heb ik Romaanse filologie gestudeerd. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Na de Romaanse volgde ik Theaterwetenschappen in Leuven. We hebben toen onder leiding van Matthias De Koninck van de Nederlandse theatergroep Maatschappij Discordia, teksten van Marivaux en anderen tot een stuk gesmeed, waarin we zelf ook speelden. Na die vijf jaar ging ik toch nog ingangsexamen doen voor het conservatorium, maar na drie maanden ben ik ermee gestopt. Hoewel mijn keuze nog niet vaststond. Ik ben een geboren twijfelaar. Claus zegt daar iets moois over in De Geruchten : de twijfel bewijst hoe weinig realiteit wij aankunnen. Ik denk dat daar de reden ligt waarom ik toch altijd in de richting van theater heb willen verdergaan : het niet aankunnen van te veel realiteit, toch van de realiteit zoals ze er vandaag uitziet. Ik ben ook altijd begaan geweest met de sociale sector. In plaats van legerdienst wou ik aan ontwikkelingshulp doen. Dat is mijn burgerdienst geworden bij Theater Zuidpool in Antwerpen. Daar heb ik aan enkele producties meegewerkt als dramaturg. Ik heb er Sam Bogaerts leren kennen, en dat klikte wel. Hij vroeg me om mee te werken aan de oerproductie van wat Het Salon zou worden. Na dat eerste Salon heeft Hugo Van den Berghe, ex-directeur van het NTG, me gevraagd om bij de artistieke kern van het NTG zelf te komen. Na lang twijfelen heb ik dat gedaan, in de verschrikkelijk naïeve en idealistische overtuiging dat ik iets zou kunnen veranderen. In de lente van vorig jaar dan vroegen Guy Coolen van Transparant én Peter Benoy van Zuidpool mij voor de regie van dat Claus-project. Als ik moet kiezen tussen regie of dramaturgie, zal ik eerder voor het eerste kiezen. Maar als iemand met wiens werk ik affiniteit heb me vraagt, zal ik zeker nog dramaturgie doen. Dat zal volgend seizoen het geval zijn met Koen de Sutter, met wie ik een voorstelling rond Kurt Schwitters en Dada ga maken. Het volgende stuk dat ik ga regisseren, is een bewerking van een filmscript van Marguerite Duras. Met die voorstelling wil ik ingaan tegen de onmiddellijkheid van de samenleving : mensen willen alles hier-en-nu. Een ?tekort? leidt in onze maatschappij tot frustratie, terwijl het in se eigenlijk een positief gevoel is. Het houdt je alert, wakker. We moeten opnieuw leren omgaan met iets-niet-onmiddellijk-kunnen-hebben. Als je zoiets in een voorstelling kan verwerken, is dat eigenlijk ook een vorm van politiek theater, in de breedste betekenis. Een ander thema dat me bezighoudt, is de traagheid, ?het trage slijten van de tijd?, zoals je dat in de stukken van Tsjechov terugvindt. Waar de personages bij Tsjechov zich wel uitspreken, maar moeilijk nog tot handelen komen, is het bij Duras eigenlijk omgekeerd : de personages handelen nog wel, maar spreken zich niet meer uit. Die oorlog, die intern ontstaat bij mensen die zich niet uitspreken, is terug te voeren op het niet meer communiceren. Een laatste thema is de wrijving tussen het lelijke en het mooie, het verhevene en het banale. Die frictie thematiseren of theatraliseren, kan een aanzet zijn tot drempelverlaging. Daar is dringend behoefte aan, niet alleen in het theater, maar ook in de andere kunsten. diAry gaat op 20 februari in première in de Gentse Vooruit.