Manno Lanssens ( 33) en Johan Seeuws (30) produceerden en regisseerden de dertig minuten durende film ?Altijd zomer?. Ze dromen al van hun eerste langspeelfilm.
...

Manno Lanssens ( 33) en Johan Seeuws (30) produceerden en regisseerden de dertig minuten durende film ?Altijd zomer?. Ze dromen al van hun eerste langspeelfilm. Karen De Pooter / Foto Hypnovisuals Vroeger schreef ik verhalen, maar dat vond ik een heel eenzame bezigheid. Ik dacht dat film maken net het omgekeerde zou zijn. Daar werk je met een hele ploeg samen, het is een ervaring die je deelt. Ik dacht voor een stuk een soort familie te vinden. Met deze film heb ik geleerd dat dat helemaal niet klopt. Tussen al die mensen ben je op dat moment evengoed alleen. Toch wil ik het blijven doen omdat ik gewoon heel gelukkig kan worden als ik een mooie film zie. Dan heb ik het gevoel dat ik innerlijk iets meemaak, dat ik een beetje verander. Dat is een ongelooflijk sterke ervaring die ik zelf ook bij andere mensen wil teweegbrengen. Met alle voorbereiding spendeer je al vlug jaren aan één film. Daar hebben wij geen problemen mee. Je moet natuurlijk behoorlijk egocentrisch zijn en wat pretentie hebben om overtuigd te zijn dat jouw verhaal de moeite waard is om er zoveel geld in te investeren, en dat mensen dat goed gaan vinden. Anders zou je er nooit aan beginnen. Of misschien is het ook een stuk naïviteit ? Laat het ons naïeve pretentie noemen. Het was nooit echt ons doel om een jeugdfilm te maken. Het ging ons vooral om de thematiek, die je evengoed kan toepassen op volwassenen. Iemand zit met een probleem, een schuldgevoel, maar kan er niet over communiceren. Niemand merkt het op en hij raakt geïsoleerd. In dit geval gaat het dan om een jongen die de dood van zijn vader niet kan verwerken. Bij kinderen is zo'n situatie soms nog schrijnender. Kinderen kunnen vaak hun emoties en problemen niet onder woorden brengen of begrijpen zelf niet wat hun probleem is. Volwassen zijn hun eigen jeugd vergeten en kunnen niet meer met kinderen communiceren. Dat kan tot verschrikkelijke misverstanden leiden. Maar in ons volgende project staan adolescenten dan weer centraal. We hebben ook allebei al een langspeelfilmscenario klaar. We hebben de voorbije jaren veel werk verzet dat we nu stap voor stap willen realiseren. Het leek ons logisch om zelf de productie op ons te nemen. Noord Films bestond al voor vorige projecten en we zaten met deze film echt op dezelfde golflengte. We kiezen er uitdrukkelijk voor films te maken met een zeker sociaal, maatschappelijk engagement, een thema dat we belangrijk vinden. Die keuze betekent dat je een bepaalde positie inneemt op de filmmarkt. Het zou stom zijn om dan met een producent aan tafel te gaan zitten die daar eigenlijk niet in is geïnteresseerd. Als je zelf producent bent, word je ook verplicht om verder na te denken : op welk publiek richten we ons, en hoe gaan we die film verdelen ? Want je moet ook interesse wekken. Wij doen die moeite omdat we voor honderd procent voor mekaars projecten kiezen. Anders kan je een aantal jaren van je leven aan een film werken en dan tot de ontdekking komen dat je er nergens mee terechtkan. Omdat we dat van dichtbij hebben meegemaakt met Vinaya, de film van Josse De Pauw, hebben we zo iets van : alles, maar niet dat. Alles wat niet in de strot van de mensen kan worden geduwd, wordt tegenwoordig beschouwd als een moeilijk project. Het moet allemaal lachen, gieren, brullen zijn. Ik heb daar zo mijn vragen bij. Neem nu de Luikse film La Promesse. Is dat nu een moeilijke film. Nee toch ? Daar is toch een publiek voor. Door altijd de nadruk te leggen op kijkcijfers, werkt men alleen nog maar voor een doorsnede van het Vlaamse publiek. Als je dat als norm neemt, krijg je dingen die eigenlijk geen gezicht hebben. Het is nu eenmaal inherent aan een persoonlijk werk dat je altijd maar een deel van het publiek kan aanspreken. Ik ben optimistisch omdat ik er nog altijd sterk in geloof dat er voor kwaliteit een markt bestaat. En dat we ons niet moeten schamen als Vlaamse filmers : onze films kunnen in heel de wereld werken. Er is een nieuwe generatie filmmakers die beseft dat we verder moeten denken dan Vlaanderen, naar de Europese markt toe. Dat opent nieuwe mogelijkheden. Je kan perfect verhalen vertellen hier en nu in je eigen taal met eigen achtergronden, die toch overal worden gewaardeerd. Manno Lanssens (scherp) : We moeten ons niet schamen als Vlaamse filmers.