Het hele muziekonderwijs in ons land gaat naar de verdoemenis, vindt pianist-componist Derek de Blauwe (24).
...

Het hele muziekonderwijs in ons land gaat naar de verdoemenis, vindt pianist-componist Derek de Blauwe (24). Milo Derdeyn / Foto Hypnovisuals Ik leef in de eerste plaats voor de muziek. Dat heeft belangrijke consequenties. Om optimaal te functioneren als pianist en als componist, mag ik me absoluut niet gevangen voelen in een dwangbuis. Welnu, het systeem zoals dat hier te lande werkt, is beknottend voor elke artistieke ambitie. Het gaat duizelingwekkend snel de dieperik in, geloof me vrij. Waarom denk je dat de meeste pedagogen aan de koninklijke conservatoria buitenlanders zijn ? Er zijn maar vier of vijf Belgische muziekpedagogen die op wereldniveau iets betekenen. Nu is het wel zo dat de meeste goede musici niet noodzakelijk goede pedagogen zijn, maar het steriele systeem van lesgevers die lesgeven aan leerlingen die later lesgeven aan leerlingen... Op de duur krijg je een leraar die zelf nauwelijks nog zijn instrument aanraakt, maar toch lesgeeft. Dat hebben we vooral te danken aan de politici die verantwoordelijk zijn voor onderwijs en cultuur. Vertel dat maar aan je kinderen. Ik heb natuurlijk zelf eerst hier schoolgelopen. Ik ben nu eenmaal in dit land geboren en heb het klassieke circuit gevolgd : muziekacademie in Mechelen bij Yvonne Gauthier, en Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen bij Levente Kende. Ik trok daarna naar de Musikhochschule in Leipzig bij Günther Kootz, en later naar het Lemmensinstituut in Leuven, bij Jan Vermeulen. Ik kreeg ook nog privé-lessen van Eliane Rodrigues. Volleerd is men natuurlijk nooit. Aan het Lemmensinstituut gingen mijn ogen open. Je reinste pseudo-academische mallemolen, met de nadruk op mal. Van kunst komt daar niet veel meer in huis... Welnu, een kunstenaar kan niet werken als hij niet vrij is. Daarmee bedoel ik : gebonden aan het steriele systeem zoals dat hier in stand gehouden wordt. Weet je wel : tien minuten per leerling, meer theorie dan praktijk en veel verkeerd begrepen bijvakken, ten koste van de muziek. De klassieke muziek is wel mijn grote passie, maar daarbuiten heb ik nog veel andere dingen en die zijn niet noodzakelijk klassiek. Ook rock en jazz en kleinkunst interesseren mij. Ik heb een hekel aan het elitaire gedoe rond de ?ernstige muziek?, zoals die ook wel genoemd wordt. Het verwondert mij niet dat relatief weinig mensen zich aangetrokken voelen tot het stijve ceremonieel op het podium. Musici en dirigent in habijt, die bovendien steeds opnieuw de top-twintig van het repertoire brengen... En of ze dat nu goed doen of niet, applaus, staande ovaties en bloemen komen er toch. En de mensen gaan naar huis en vertellen aan al wie het horen wil dat ze die of die hebben zien optreden. Namen noemen dus, maar over de muziek wordt slechts zelden gesproken, en of ze ervan genoten hebben al helemaal niet. Ze kennen die Kleine Nachtmusik en de 5de van van Beethoven helemaal uit het hoofd en leren dus niets bij, terwijl je het publiek met Skrjabin en Prokovjev bijvoorbeeld even sterk kan boeien. Dat lijkt soms wel rock. Dan keren de mensen huiswaarts en hebben ze iets nieuws te vertellen over de muziek die ze gehoord hebben. Eén voorbeeld nog : gitarist Göran Söllscher die muziek speelt van The Beatles : steengoed en verrassend. Het duurt minuten eer sommigen het herkennen. Zó breng je mensen naar ?klassieke? muziek en niet met Helmut Lotti. Die kan zingen hoor, maar er zijn veel betere uitvoeringen van die bekende aria's, door minder bekende zangers die het zout op hun aardappelen niet verdienen. Een ander middel is niet te strikt vasthouden aan de versleten interpretaties. Nigel Kennedy bijvoorbeeld, dat vind ik ook dynamiet... Ik wil geen soloslim spelen of als Don Quichote tegen windmolens vechten. Ik ben wel zeer blij als ik met mijn vertolking en met mijn eigen muziek mensen aanspreek, kan boeien, ontroeren. Weten dat ze er iets aan hebben en zich niet de hele avond verveeld hebben met de zoveelste versie van hetzelfde afgezaagde liedje. Er is enorm veel werk aan de winkel. België heeft nood aan goede muzikanten, ook en vooral in het zogenaamd lichtere genre. Er komt veel meer bij kijken dan wat we in Tien om te zien horen : een deuntje neuriën op je kamer, al of niet met een synthesizer ondersteund, en hop met de cassette naar de platenproducent. Verdomme zeg !