Sara Kuijken ( 28), samen met Toon Fret artistiek verantwoordelijke voor het ensemble Oxalys, is zich bewust van het gevaar van perfectie.
...

Sara Kuijken ( 28), samen met Toon Fret artistiek verantwoordelijke voor het ensemble Oxalys, is zich bewust van het gevaar van perfectie. Milo Derdeyn / Foto Hypnovisuals Het is een voordeel als je vader ( Sigiswald Kuijken, red.) een eminent musicus is. Op die manier maakt muziek al van jongsaf deel uit van je leven. Je hebt bovendien meteen een naam om je carrière te starten. Maar het heeft ook nadelen. Mensen zijn nooit objectief. Men bekijkt mij nooit als iemand die ze niet kennen. Bij het horen van de naamKuijken, het lijkt wel een merknaam, gaat er bij iedereen een licht branden. Dat is soms wel vervelend. Ik bespeel bovendien een ander instrument dan mijn vader. Na een paar jaar tokkelen op gitaar en piano en op aanraden van pa en ma leerde ik ook viool. Ik koos uiteindelijk voor de altviool. Ik was toen 16 en wilde eigenlijk zangeres worden, maar 16 is daarvoor te jong. Zang is nochtans belangrijk, al was het maar voor de ademhalingstechniek. Daar wordt in de instrumentenklas weinig of geen aandacht aan besteed. Ook een pianist, violist, noem maar op, moet correct ademen. Dat vergeten sommigen wel eens. Ten slotte ging ik bij Ervin Schiffer studeren, aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Die man heeft me ervan overtuigd me te specialiseren in iets. Het werd dus altviool. Ik heb ook in Amsterdam les gevolgd, bij Jürgen Kussmaul, ook een fantastisch leraar. Na het behalen van de nodige diploma's volgden een paar schuchtere maar succesvolle pogingen met het Spring Quartet en met het Nieuw Belgisch Kamerorkest (intussen omgedoopt tot Beethoven Academie, nvdr.). Met een zestal collega's van de kamermuziekklas kwamen we op het idee een ensemble te vormen dat zeer flexibel moest zijn : niet met een vast aantal musici, en evenmin vastgepind op een bepaalde periode. Zo ontstond Oxalys. De naam kozen we uit een plantenlexicon. Oxalys is een Japanse bloem, symbool voor vriendschap en nieuw leven. Leuk hé ? En toepasselijk ! We zijn begonnen met impressionistische muziek ( Debussy en Ravel), die ligt ons blijkbaar nog altijd het best. Maar het repertoire is intussen uitgebreid tot en met Mozart en tot hedendaagse, postmoderne muziek. Het publiek is daar rijp voor. Het is een kwestie van programmakeuze, iets ?moderns? goed in te kleden, ook met Ligeti bijvoorbeeld de mensen te boeien. Ze luisteren aandachtig en zullen dat de volgende keer opnieuw doen, ook al staat er weer iets zogenaamd onhoorbaars op het programma. Al vanaf het begin probeerden we zoveel mogelijk te werken en met kwaliteit naam te maken. En eenmaal de bal aan het rollen gaat... Het bekende sneeuwbaleffect dus. De sfeer bij Oxalys is uitstekend. We doen dan ook ons uiterste best en studeren zoveel mogelijk buiten de optredens. Maar ook al is muziek als beroep bijzonder veeleisend, toch is er nog plaats voor andere dingen in het leven. Ik heb er bijvoorbeeld geen moeite mee om op vakantie mijn altviool thuis te laten. Daarna ga ik opnieuw boordevol enthousiasme aan de slag. Intussen heb ik kennisgemaakt met andere mensen, met andere culturen. Toch vraag ik me soms af waarmee we eigenlijk bezig zijn. Alles moet zo perfect zijn, ook een publiek optreden. Natuurlijk verdient elk publiek het allerbeste. Maar iedereen is verwend door de cd-perfectie in de huiskamer, hoewel de geluidskwaliteit daar vaak niet veel soeps is. De muziek en soms ook de persoonlijkheid van de musici gaan daaronder lijden. Een niet te onderschatten gevaar, hoor ! Voor mij is in de eerste plaats Freude ans Musik machen belangrijk. Ik heb bijvoorbeeld een heilige hekel aan het opgefokte karakter van wedstrijden. Sommigen, de echte prijsbeesten, vinden dat leuk. Dat is hun keuze, maar ik lig er niet van wakker. Hoe beter je techniek is, hoe beter je iets kán spelen, maar voor mij telt vooral het menselijke aan muziek. En dat proberen we met Oxalys over te brengen. Ik vertel niets nieuws als ik beweer dat het vooral een zaak van communicatie is tussen de musici onderling en tussen de musici en het publiek. En dat er dan al eens een vals nootje klinkt, is geen drama. Als er maar muziek gemaakt wordt en geen steriel aantal-noten-per-seconde gedebiteerd.