Al jaren ontwerpt Isabelle Lhoas ( 30) de kostuums voor de dansvoorstellingen van Wim Vandekeybus.
...

Al jaren ontwerpt Isabelle Lhoas ( 30) de kostuums voor de dansvoorstellingen van Wim Vandekeybus. Anna Luyten / Foto : Lieve Blancquaert Ik was veertien toen ik voor mezelf een broek wilde naaien. Ik groeide op in Dinant, een provincienest. De confectiekleding in de uitstalramen vond ik afschuwelijk. Ik sneed uit stof twee U-vormige lappen, plakte ze aan elkaar en stak er een elastiek door. De broek leek nergens op, maar het is altijd mijn droom gebleven om kleding te maken. Mijn ouders stuurden me naar de universiteit. Na twee jaar kunstgeschiedenis hield ik het voor bekeken. Tijdens drie maanden Antwerpse modeacademie kon ik mijn draai niet vinden. Weer gestopt. Ik was twintig en kon als hostess voor een Frans-Belgisch spektakel naar Parijs. Ik greep die kans en volgde er twee jaar les in de school voor haute couture. Ik bleek helaas helemaal niet van die haute couture te houden, en keerde wanhopig naar België terug. Ik werkte even voor Franstalige theaters en de opera van Luik. Maar het ging niet. Ik baalde van haute couture, ik baalde van theater, ik baalde van opera. Ik werd 23 en dacht : ?Wat wil ik nu met mijn leven ?? Toen ontmoette ik Wim Vandekeybus. Een toeval. Acht jaar geleden waren we nog een erg klein gezelschap met zes dansers en weinig geld. In het begin had ik helemaal niet die job van kostuumontwerpster. De dansers droegen gewoon een T-shirt en een broek. Ik deed wat verstelwerk, was een beetje tourmanager, manusje-van-alles, de mama. Voor mij was het werken met Wim na al die teleurstellingen een rustpunt. Langzaam begon ik echt aan kostuums. De groep groeide. Tijdens de laatste voorstelling, Bereft of a blissful union, stonden er 24 mensen op de scène. De voorstellingen van Wim hebben een sterk visuele stijl. Als kostuumontwerpster kan je die stijl mee beïnvloeden. Hoe alles gaat eruitzien, ontstaat tijdens het hele werkproces. Wim gooit een heleboel voorstellen in het midden. Ik doe er wat mee. Dat heeft veel met wederzijds vertrouwen te maken. Ik zou niet kunnen werken met mensen waar ik niet van hou. Je moet ook realistisch blijven. De mensen moeten in het kostuum kunnen dansen. Als een meisje me komt zeggen dat ze zich ongelukkig voelt omdat ze op de scène moet staan met een klein broekje, wil ik daar een oplossing voor vinden. Iedereen heeft zo zijn complexen, en die komen in theater dan bij de kostuumontwerpster terecht. Ik voel het voor iedere voorstelling. De dansers drinken eerst hun koffietje, nemen hun douche, amuseren zich nog wat. Maar vanaf het moment dat ze in hun kostuum stappen, komt de stress. Dan vallen ze je lastig voor kleinigheden. Kleedster is een beroep waar je een engelengeduld voor nodig hebt. Drie jaar geleden zegde ik mijn voltijdse job bij Wim op. Ik kreeg zin om ook andere dingen te doen, hoewel ik het mee op tournee gaan met de groep wel mis. Ik heb intussen als styliste gewerkt voor enkele jonge vrienden die kortfilms draaien. Een stomme film rond Valentino bijvoorbeeld. Ik wil de mensen waarvoor ik werk wel kennen. In hun voorstel moet iets pakkends zitten waardoor ik zeg : ?Dit wil ik nu echt graag doen.? Na al die jaren ontwikkel je een eigen stijl. De mijne zou ik nu ?tendre kitch? noemen. Haast al mijn spullen komen van de vlooienmarkt. Ik heb jaren op de Brusselse Place du jeu de balle gewoond. Ik kom er nog iedere dag. De verkopers kennen me. Toen we op tournee waren met Immer das selbe gelogen kon ik de gescheurde kleedjes niet meer blijven verstellen, dus schuimde ik alle vlooienmarkten af : Seattle, Tokio... Ik weet nu zeker dat de Brusselse vlooienmarkt de beste ter wereld is. Ik hou van het ritme waarop ik nu leef. Ik heb vijf, zes projecten per jaar. Ik wil dat dat blijft verder duren. Ik wil blijven reizen. Ik zou graag voor even wonen en werken in Mexico. Ik ben geen carrièrejaagster. Ik wil wel gebeten zijn door wat ik doe. Het moet in de sfeer blijven van : alles is nog mogelijk, niets ligt vast. Ik wil uitdagingen krijgen en mezelf uitdagingen geven. Ik geef toe : ik ben doodongelukkig als ik de dingen die ik in mijn hoofd had niet op scène krijg. Ik blijf kostumering belangrijk vinden. Ook voor mezelf. Als ik me slecht voel, weet ik dat een kleine verkleedpartij me helemaal kan opkrikken.