Jan Callaert (33) importeert verschillende merken in België waaronder Moschino Jeans, Byblos Jeans en Krizia Jeans. Hij stapte pas in zijn grootste mode-avontuur tot nu toe : Guess.
...

Jan Callaert (33) importeert verschillende merken in België waaronder Moschino Jeans, Byblos Jeans en Krizia Jeans. Hij stapte pas in zijn grootste mode-avontuur tot nu toe : Guess.Lene Kemps / foto : Hypnovisuals Mijn ouders hebben altijd een mode-agentuur gehad. Zij waren gespecialiseerd in het hogere, exclusieve gamma : Christian Dior, Thierry Mugler, Umberto Ginochietti... Luxemerken. Met hen heb ik de gouden jaren zeventig en tachtig meegemaakt, toen de crisis nog niet meespeelde. Voor mij stond het vast dat ik in de zaak zou gaan. Zoals iedereen voelde ik me aangetrokken tot mode, het is een prikkelend en boeiend iets. Zelfs nu ik weet wat er zich achter de schermen afspeelt, wat de keerzijde van die glamour is, dan nog blijft het me fascineren. In '84 kwam ik bij de firma. Mijn vader vond dat ik onderaan de ladder moest beginnen : koffie zetten, de mannequins aankleden, de showroom opruimen. Die koffie maak ik nog steeds, van die mannequins moet ik afblijven. Toen ik vond dat ik de stiel zo'n beetje kende, wilde ik het op mijn eentje proberen. Mijn vader gaf me de verantwoordelijkheid voor een van zijn merken : Charles Dorfeuil. Daar heb ik goed mee gewerkt, tot Charles overleed. Ja, daar stonden de kranten toen vol van : in mysterieuze omstandigheden om het leven gekomen in Milaan. Ik heb mooie merken gehad : Martine Sitbon, Kenzo Jeans, Closed, Maggy Calhoun, Gianmarco Venturi en mijn paradepaard : Moschino. Daar doen we nog steeds de jeans en beachwear van. Elk merk krijgt drie seizoenen de kans. Dan moet het klikken. Anders is het een verloren zaak, dat weet ik uit ervaring ; dan blijft het trekken, sleuren en telkens weer nieuwe klanten zoeken. Vaak is een mislukking te wijten aan slechte timing. Neem nu Martine Sitbon, die heb ik zes à zeven jaar geleden ontdekt. Veel te vroeg. Met Moschino was er geen probleem. Die is meteen ingeslagen als een bom, omdat hij zo anders was. Hij was een van de eersten om anti-fashion te maken. Die ludieke slogans en gekke gadgets werden later door iedereen gekopieerd, maar hij is er toch maar mee begonnen. Het is onze taak om te jagen, om op zoek te gaan naar nieuwe merken. Ik kijk vooral uit naar iets dat commercieel is en een eigen identiteit heeft. Kopies interesseren me niet. Wij krijgen wel eens telefoontjes, genre : ziet u iets in een Prada-achtige collectie ? Maar wat heeft het nu voor zin om een verwaterde versie van iets te verkopen. Gemiste kansen ? Ik ben lang bezig geweest met Industria en Nicole Fahri. De onderhandelingen zijn afgesprongen en dat is jammer, maar daar blijf ik niet bij stil staan. Elk goed merk dat ik niet verdeel, beschouw ik als een gemiste kans. Er zijn de laatste jaren veel mode-agenturen bijgekomen en de competitie is hard. Je moet snel beslissen. Vroeger kon je uitgebreid onderhandelen, discussiëren en nadenken, nu moet je bijna meteen tekenen. Doe jij het niet, dan springt er iemand anders op. Mijn buitenlandse collega's hebben dat probleem niet. België is hét modeland bij uitstek. Als je nagaat wat een overvloed aan merken er hier op de markt zitten : Spaanse, Italiaanse, Duitse, Engelse, Franse. Iedereen komt hier zijn producten uitproberen omdat wij er voor open staan. De mensen van Guess heb ik anderhalf jaar lang achterna gezeten. Elke week bellen, faxen, schrijven. Ik was, ben nog steeds, helemaal ondersteboven van het Guess-universum. Sterk imago, naambekendheid, uitstraling, prijs, kwaliteit ; alles zit goed aan dat product. Het is eigenlijk veel meer dan een product : het is een concept, een aparte wereld en zelfs een beetje een mythe. Samenwerken met Amerikanen is een nieuwe ervaring voor mij. Ik ben de Italianen gewend : efficiënt en correct, maar ook informeel. Amerikanen zijn gesteld op controle. De eigenaars van Guess, de Marciano-broers, zijn op de hoogte van werkelijk alles wat ik doe. Voor ons is dit een immense investering : een flagship store in Antwerpen, een verdeelcentrum, een showroom in Amsterdam. Maar ik laat er geen slaap voor. Ik zie het als een spannend avontuur met een happy end.