Om bij VT4 een studiopubliek op te warmen, schakelen ze graag Jan Blockhuys ( 29) in. He will rock you.
...

Om bij VT4 een studiopubliek op te warmen, schakelen ze graag Jan Blockhuys ( 29) in. He will rock you. Bart Vandergeten Foto : Lieve BlancquaertOorspronkelijk werd het Now or Never-publiek opgewarmd door Johan Verstreken. Maar die hield ermee op en de geknipte vervanger was niet meteen bij de hand. Now or Never is een opgezweepte bedoening, en als opwarmer moet je het publiek in de hand kunnen houden. Toen kwam er iemand op het al dan niet briljante idee om het aan mij te vragen. En ik mag zeggen dat ik er goed in ben. Tot dan toe had ik voor VT4 enkel trailers ingesproken. Warming-up is natuurlijk iets totaal anders, ik wist niet wat het inhield. Wel had ik als dj anderhalf jaar lang, zes avonden op zeven, karaoke-avonden geanimeerd. Daarbij moest ik telkens 200 tot 300 uitgelaten mensen in toom houden. Als ik toen niet stevig in mijn schoenen had gestaan, zouden ze mij van het podium hebben geblazen. Toch moest ik eens slikken toen ik dan de eerste keer voor zo'n studiopubliek met 600 man stond. Ik zei ?hallo" in de micro en kreeg meteen een massaal ?hallo" terug. Dat stelde me gerust : ik wist dat ik goed zat. In de eerste plaats moet ik mensen uitleggen wat tijdens de opnamen kan en wat niet. Ze mogen niet weggaan, niet door het beeld lopen, maar ook geen spelkandidaten uitjouwen of uitlachen. Voor Het Spijt Me zal ik meer begeleiden dan opwarmen. Zo wijs ik het publiek erop dat de verhalen soms komisch kunnen overkomen, maar voor de betrokkenen zelf tragisch zijn. Ik vraag om daar respect voor op te brengen. Voor een tv-show komt het erop aan de mensen op de gepaste ogenblikken te laten reageren. Als opwarmer heb je daar behoorlijk wat inbreng in. Zo kwam ik op het idee om de wave in ?Doet ie het of doet ie het niet" in te voeren. Ik had het een studiopubliek nog nooit zien doen, maar het werkt. Ook vraag ik om de titel van het programma mee te zingen in plaats van alleen maar de jingle te laten klinken. Ik weet het, het zijn details, maar het geeft toch dat sprankeltje meer. Doe dezelfde show met een publiek dat anders reageert, en je krijgt een heel andere sfeer. Een andere show zelfs. Ik doe dit werk sinds oktober vorig jaar. In die maanden heb ik vooral geleerd dat je meer bereikt met een grap dan met een hard woord. Wat iemand op de tribunes ook mag zeggen, probeer er zo gevat mogelijk op te reageren. En nooit agressief. Als je iemand op zijn plaats moet zetten, geef dan een draai aan zijn woorden zodat de zaal erom moet lachen. Tijdens een tv-show ben ik hoe dan ook één brok energie. Je kunt van de mensen niet verwachten dat ze alles geven als je dat zelf niet doet. Nadien ben ik ook altijd een hoop energie kwijt. Als ik dit werk niet had, zou ik zeker nog een paar kilo's zwaarder zijn dan ik nu al ben. Je moet de mensen meetrekken, ze geruststellen dat er iemand minstens even onnozel is als zij. Niemand zal spontaan rechtveren, met zijn armen zwaaien en staan brullen : zo steekt de Vlaming niet in elkaar. Maar, raar maar waar, de Nederlanders zijn koeler. Ze komen sneller los, maar blijven dan op een bepaald niveau hangen. De Vlamingen doen er langer over, maar één keer los : hoed u ! Van Nederlandse tv-makers heb ik gehoord dat mijn warming-ups de wildste zijn die ze meemaakten. Tussen de presentator en het publiek sta ik. Hij geeft aan, ik raap op en geef door. De beste samenwerking daarin heb ik met Walter Grootaers. Dat klikt fantastisch. Hij hoeft maar een zin te beginnen en ik voel al hoe die zal eindigen. Zo krijg je een zeer goede timing. En in Now orNever is dat zeker van belang, want de reactie van het publiek maakt de helft van de show. Natuurlijk kijk ik wel uit dat ik de presentator niet overstijg. Er is maar één ?god", en dat is hij. De mensen zijn zeker niet voor mij gekomen. En dan nog, ik zie niet hoe ik mij in een half uur tijd meer krijg ik niet voor een opwarming kan lanceren naar de sterrenstatus. Nee, als ik wil tonen wat een fantastische man ik ben, kan ik de show beter zelf presenteren. En dat hebben ze me nog niet gevraagd. Ik ben ook gelukkig met wat ik nu doe : ik wil het graag nog een tijd voortdoen. Anders zou ik de warmte van het publiek missen, echt waar. Hoe groter het publiek, hoe liever. Mocht iemand me morgen toch een springplank aanbieden en zeggen ?spring maar", dan zou ik gek zijn als ik het niet deed. Maar mijn grote ambitie is het niet.