Precies één jaar geleden gaf André van Halewyck (44), naar wie de nieuwe Leuvense uitgeverij werd genoemd, zijn eerste titel uit. Hij droomt van een literair programma met Geert van Istendael in de hoofdrol.
...

Precies één jaar geleden gaf André van Halewyck (44), naar wie de nieuwe Leuvense uitgeverij werd genoemd, zijn eerste titel uit. Hij droomt van een literair programma met Geert van Istendael in de hoofdrol. PIET DE MOOR FOTO : LIEVE BLANCQUAERTIk heb er zelf wel eens aan gedacht om schrijver te worden, zo'n twintig jaar geleden. Ik herinner me dat ik aan zee was en dat mijn verhaal al een bladzijde of vijf gevorderd was, toen ik De liefde der werkbijen, de autobiografie van de Russische schrijfster Aleksandra Kollontaj in handen kreeg. Ik gaf er direct de brui aan, want mijn verhaal, dat ook een autobiografische inslag had, kon niet op tegen het hare. Ik las destijds veel, van Kafka tot Hermans, ook al studeerde ik economie. Ik had altijd het gevoel dat ik heel veel had in te halen. Daarom wou ik ook al vroeg van thuis weg zijn. Dat ik economie ging studeren, was niets anders dan een alibi om in Leuven te kunnen zijn. Thuis in Beveren-Waas had ik steeds het gevoel dat het leven elders was. Ik houd van het uitgeversvak. Gelukkig kan ik gemakkelijk delegeren. Omdat mijn vertrouwen zo groot is, krijgen mijn medewerkers de kans om in hun rol te groeien zonder dat ze een cursus management gevolgd moeten hebben. Je kan alleen maar een degelijke uitgever zijn als je een creatief contact hebt met medewerkers en auteurs. Ik geniet ervan om met jonge schrijvers om te gaan, hun een kans te geven, hen te begeleiden in hun aarzelingen. Daarin kan ik me creatief uitleven. Ik ben als het ware hun coach. Ik gebruik bewust een voetbalterm. Zoals een coach het talent moet hebben om zijn spelers aan te moedigen, moet ik de kunst verstaan om de schrijvers uit mijn fonds te stimuleren. Toch is er een verschil. Het ego van de schrijvers is nog groter dan dat van de voetballers. Ook al heb ik de ervaring dat nogal wat auteurs heel erg onzeker zijn wat hun werk betreft. Soms is het plezierig om die onzekerheid op te vangen, maar soms is het ook heel erg vermoeiend. Maar het schept wel een band. Des te pijnlijker is het dan wanneer je een auteur naar een andere uitgeverij ziet overstappen. Natuurlijk lees ik niet alles. Ik geef veertig tot vijftig titels per jaar uit, hoe zou ik dat allemaal kunnen doornemen ? Allen Lane, de oprichter van Penguin, las nooit een boek, wat geen rem was op het succes van die uitgeverij. Dat is misschien wat extreem. Toch mag je niet vergeten dat ik niet alleen de mentor, maar ook de manager ben. Die mix spreekt me aan. Er is geen dag die eruitziet als de voorgaande, en daar houd ik nu juist van. Een vastomlijnde job zou niets voor mij zijn, daarvoor ben ik te impulsief. Als uitgever moet je enorm bij de pinken zijn. De omlooptijd van een nieuw boek is drie maanden. Als je binnen die termijn niet scoort, mag je het wel vergeten. Een nieuw boek moet een sterke titel hebben die de mensen aanspreekt. Ook de kwaliteit van de cover is erg belangrijk als verkoopargument. Ik ben voortdurend bezig met het vak, ook in mijn vrije tijd. Constant ben ik op zoek naar nieuwe ideeën, onderwerpen en auteurs. De lectuur van kranten en weekbladen staat helemaal in functie van mijn job. Maar soms neem ik weleens echt vakantie die ik helemaal aan de pret van mijn drie kinderen besteed. Ik beleef in het uitgeversvak geen grote hoogte- of dieptepunten. Ik ben in de loop van de jaren voorzichtig geworden met mijn kicks. Maar ik ben wel heel tevreden als ik zie dat drie boeken van mijn fonds de drie eerste plaatsen van de boekentoptien innemen, zoals dat na de laatste boekenbeurs het geval was. Ik heb in mijn carrière al zeshonderd boeken uitgegeven, en ik kan gerust zeggen dat er geen enkele titel bij is die ik nu verloochen. Of een boek scoort, hangt in grote mate af van de publiciteit, van de aandacht die het krijgt in de media. Ik mag echt niet klagen over een tekort aan belangstelling, al betreur ik het dat we in Vlaanderen geen televisieprogramma hebben dat te vergelijken is met dat van een Pivot in Frankrijk of destijds een Van Dis in Nederland. Iemand die de punch heeft om zo'n programma te leiden, is Geert van Istendael. Waarom gebeurt het niet ? Televisie is immers een uitstekend medium om sfeer te scheppen rond het boek. Ik denk nog altijd met heimwee terug aan de afleveringen van Wie schrijft die blijft die een tijdlang in de bomvolle Gentse Vooruit werden opgenomen. Zo'n stimulans hebben onze schrijvers nodig.