DE BIOLOOG - DAVID BAINBRIDGE

Veertigers en vijftigers hebben - bijna - alles : hersenen die in topvorm verkeren, een emotionele stabiliteit waarvan veel jongvolwassenen slechts kunnen dromen, en ook qua psychische gezondheid staan ze er goed voor. Dat is geen peptalk, maar de mening van David Bainbridge, een voorplantingsbioloog aan de universiteit van Cambridge. In De midlife mythe (Lannoo, 19,99 euro) tackelen zijn theorieën enkele hardnekkige misverstanden.
...

Veertigers en vijftigers hebben - bijna - alles : hersenen die in topvorm verkeren, een emotionele stabiliteit waarvan veel jongvolwassenen slechts kunnen dromen, en ook qua psychische gezondheid staan ze er goed voor. Dat is geen peptalk, maar de mening van David Bainbridge, een voorplantingsbioloog aan de universiteit van Cambridge. In De midlife mythe (Lannoo, 19,99 euro) tackelen zijn theorieën enkele hardnekkige misverstanden. "De middelbare leeftijd doet denken aan stilstand en stagnering, of aan het begin van het einde", zegt Bainbridge, "alsof we vanaf ons veertigste ongecontroleerd aftakelen. De fysieke veranderingen zijn er, maar oud worden is niet de essentie van deze levensfase. Het is veeleer een periode waarin vorming en verval zich tegelijk voordoen. Dat is ook logisch, want tijdens hun hele bestaan op aarde leefden mensen voort na de middelbare leeftijd. De natuurlijke selectie had dus ruim de tijd om die jaren vorm te geven. Als product van genetisch evolutie levert de middelbare leeftijd ons als individu en als soort enorme voordelen op." BETERE HERSENEN Zo stellen structuurveranderingen in de hersenen veertigers en vijftigers in staat om grote hoeveelheden informatie te verwerken zonder zich in details te verliezen, en om complexe analyses en planningsprocessen uit te voeren. "Midlifers denken trager dan jongeren, maar snelheid is niet alles", legt Bainbrigde uit. "Qua redeneringsvermogen, taalvaardigheid en geheugen pieken we laat in ons leven, en er zijn aanwijzingen dat we onze hersenen mettertijd anders gaan gebruiken, waardoor we op middelbare leeftijd het hoogtepunt van ons cognitieve vermogen bereiken. Dat maakt van veertigers en vijftigers de ideale projectmanagers, strategen en planners - mensen die het overzicht kunnen behouden en aangeven waar de prioriteiten liggen." Die superieure hersenen van midlifers houden evolutionair gesproken ook steek, meent Bainbridge. "Onze evolutionaire rol houdt niet op met de voortplanting. Jonge mensenkinderen hebben lange tijd hulp en zorg nodig, en voor het overleven en voortbestaan van de soort moeten kennis, vaardigheden, waarden en opvattingen overgedragen worden op de jonge generatie. Mensen van middelbare leeftijd zijn de hoofdverantwoordelijken voor die kennis- en cultuuroverdracht." Andere veranderingen in de hersenen zorgen ervoor dat we minder emotioneel gaan reageren op conflicten, onverwachte gebeurtenissen en tegenslag, stelt Bainbridge. "Volgens het cliché is de midlife een tijd van angst, frustratie en psychologische impasse, maar de cijfers spreken dat tegen. Vergeleken met andere leeftijdsgroepen lopen we in deze periode juist minder kans om depressief en neerslachtig te worden. Veertigers en vijftigers moeten meer taken en verantwoordelijkheden trotseren, maar weten zich door emotionele distantie ook beter te redden. Ongeacht hun sociaaleconomische status beoordelen midlifers hun welzijn trouwens positiever dan andere leeftijdsgroepen." FABELTJES Waarom heeft de middelbare leeftijd dan zo'n slechte reputatie ? "Veel heeft te maken met ons zelfbewustzijn", zegt Bainbridge. "Veertigers en vijftigers merken dat hun lichaam zowel vanbinnen als vanbuiten verandert - achteruitgaat, zullen velen zeggen - en vrezen dat hun verstand dezelfde weg zal opgaan. Kleine signalen wekken al de indruk dat geestelijke achteruitgang en het verlies van controle nabij zijn. Die aantasting van het zelfbeeld weegt nog zwaarder voor vrouwen, omdat hun schoonheid een grotere stempel drukt op hun sociale status en ze meer afgerekend worden op uiterlijke veranderingen." Bovendien leent de midlife zich tot hardnekkige mythes, zoals de menopauze of het legenestsyndroom. "Nochtans bestaat geen coïncidentie in de effecten van hormonale veranderingen of het vertrek van de kinderen", benadrukt Bainbridge. "Een op de tien vrouwen ondervindt veel hinder van de menopauze, anderen noemen ze een weldadige verandering. Sommige ouders voelen zich na het uitvliegen van de kinderen triest en depressief, anderen juist opgelucht - alsof een verantwoordelijkheid van hun schouders valt." Ook de mannelijke midlifecrisis noemt de bioloog een fabel. "Mannen kennen geen afgebakend hormonaal keerpunt en slechts een beperkte groep ervaart emotionele verwarring. Het voor vrouwen beangstigende idee dat mannen op middelbare leeftijd zich uit heimwee naar hun jeugd en existentiële angst infantiel gaan gedragen, wordt niet ondersteund door de feiten. Velen ontwikkelen een nieuwe belangstelling voor jongere vrouwen, maar ze blijven over het algemeen trouw aan de partner in wie ze al zoveel geïnvesteerd hebben." En dat zogenaamd onverantwoorde gedrag, zoals de plotse aankoop van een sportwagen of een wereldreis ? "Zowel mannen als vrouwen ervaren de middelbare leeftijd als een bevrijdende periode waarin ze meer tijd voor zichzelf krijgen, de tijd en de financiële middelen hebben om dingen te doen waar ze al lang van dromen en ze zich minder aantrekken van wat anderen denken. Ouder worden is tijd verwerven om jong te zijn." De middelbare leeftijd is vaak een anticlimax, concludeert Bainbridge. "We leven er met angst naartoe, en zijn dan verrast dat het best meevalt om een midlifer te zijn. Negatieve effecten van de middelbare leeftijd hangen ook sterk samen met de houding die je op voorhand koestert. Wie er minder voor vreest, slaat er zich beter door." "Rationeel weten we dat oudere werknemers bedrijven en organisaties ervaring en knowhow bieden", zegt Fons Van Dyck, managing director bij het merkadviesbureau Think BBDO. Toch is van een kentering nog geen sprake : "Het is pijnlijk dat zoveel bedrijven midlifers vanuit een economische logica vervangen door jongere werknemers met een flexibeler statuut." Tegelijk waarschuwt hij voor veralgemeningen. "Over het algemeen lijkt het bedrijfsleven er niet multigenerationeler op te worden, maar er zijn grote verschillen tussen bedrijven onderling. In beursgenoteerde ondernemingen hebben rentabiliteit, korte termijnresultaten en loonkosten een ander belang dan in familiebedrijven, waar men meer op de lange termijn denkt en inzet op continuïteit. Daar kunnen oudere werknemers zich makkelijker handhaven omdat men hun toegevoegde waarde sneller erkent." Ook de aard van de sector speelt een rol, benadrukt Van Dyck. "In de wereld van de fast moving consumer goods, de IT- en technologiesector en de marketing schudt men vanaf de leeftijd van veertig jaar al stevig aan de boom. In de bankenwereld of de energiesector zijn veertigers en vijftigers talrijker. Voor werkloze vijftigplussers is de jobkans kleiner dan voor jongere werknemers, maar de situatie van midlifers op de arbeidsmarkt verdient wel nuancering." ANTICIPEREN Over de effecten die werkonzekerheid, herstructureringen en leeftijdsdiscriminatie hebben op oudere werknemers lopen de meningen nagenoeg gelijk. Hun precaire situatie op de arbeidsmarkt is voor velen een bron van stress, terwijl ze ook hun zelfbeeld aantast. Toch blijven veertigers en vijftigers niet verweesd achter, zegt Van Dyck. "Ze zijn zich goed bewust van de wereld rondom hen en beseffen welke risico's ze lopen op de arbeidsmarkt. Hun hele mindset is zodanig veranderd dat midlifers absoluut niet van plan zijn om de toekomst passief af te wachten. Een ontslag dwingt mensen tot bezinning, maar velen wachten daar niet op om zich te heroriënteren. Sommigen worden zij-instromer in het onderwijs, kiezen voor de overheid of de non-profitsector, of vinden zichzelf opnieuw uit als zelfstandige of consultant. Een tweede carrière is niet altijd het resultaat van een gedwongen confrontatie met jezelf." Volgens Van Dyck worden veertigers en vijftigers dan ook steeds vaker gekenmerkt door anticipatiegedrag en zelfonderzoek. "Wil ik meer van hetzelfde ? Blijf ik in dezelfde sector, ga ik misschien een nieuwe opleiding volgen ? Dat zijn vragen die veel midlifers zich spontaan stellen. Ook het succes van loopbaancoaching illustreert dat midlifers de zaken niet over zich heen willen laten komen en de koe zelf bij de horens vatten. In die zin zijn midlifers nu weerbaarder dan vroeger." LEVENSLUST Wat volgens Van Dyck eveneens verandert, is hun perceptie op de consumentenmarkt. "Veertigers en vijftigers zijn levensgenieters. Het zijn tweeverdieners die hun financiële slagkracht vaak zien toenemen na het vertrek van de kinderen, en ze lopen over van levenslust. Denk maar aan de belangstelling voor alles wat met koken te maken heeft, of het succes van culturele evenementen en de toeristische sector. Dat illustreert allemaal de vitaliteit van de huidige veertigers en vijftigers." Bovendien is merktrouw ook in die leeftijdsgroep passé. "Marketeers beseffen meer en meer dat merkontrouw de norm wordt. Een autofabrikant of bank kan er niet van uitgaan dat de keuze die we op jongere leeftijd maken later ook nog zullen gelden. Dat heeft de belangstelling voor wat midlifers bezighoudt, boeit en aanspreekt flink vergroot, waardoor een genuanceerder beeld van hen ontstaat." Een en ander verklaart volgens Van Dyck waarom de middelbare leeftijd stilaan oprukt in reclamecampagnes. "Van stormachtige ontwikkelingen is geen sprake en het hangt sterk af van de productcategorie, maar bij merken als Dash, Dove of Bertolli is toch een grotere variatie in rolmodellen te zien, met inbegrip van midlifers en zelfs nog oudere mensen." Ook dan zijn de kernwoorden echter vitaliteit en kracht : "Veertigers en vijftigers voelen zich jonger dan ze zijn en willen niet aangesproken worden op hun leeftijd. Merken die toch voor een oudere ambassadeur kiezen, doen een goede zaak met figuren als George Clooney of Madonna. Die zijn niet meer van de jongsten, maar sluiten perfect aan op het dynamische en levenslustige zelfbeeld van midlifers."Dat ons beeld van veertigers en vijftigers een update kan gebruiken, is ook de overtuiging van Yolanda Buchel en Sandra van der Maarel, de Nederlandse auteurs van het zelfmanagementboek Generatie V (Van Duuren Psychologie, 19,95 euro). Terwijl midlifers vroeger uitzicht hadden op rustiger vaarwater en vol vertrouwen op de laatste fase van hun loopbaan afstevenden, ziet het plaatje, zowel zakelijk als privé, er nu heel anders anders uit. De middelbare leeftijd is een work in progress geworden, waarbij omgaan met continue verandering, lenigheid in het denken over jezelf en permanent leren centraal staan. Midlifers van nu staan volgens de auteurs dus anders in het leven dan dertig jaar geleden. "Zowel je levensfase als de tijdgeest vragen om wakkere keuzes. Veerkracht is de belangrijkste kwaliteit om als veertiger of vijftiger om te kunnen gaan met alle aspecten die horen bij de fase midden in je leven, en met de huidige grotere maatschappelijke veranderingen." Zo is onder meer de arbeidsmarkt sterk veranderd voor midlifers. Van lineaire loopbanen, een werkgever voor het leven en permanente werkgelegenheid is immers steeds minder sprake. "Enerzijds word je geconfronteerd met de noodzaak om langer door te werken en worden allerlei zekerheden, zoals je pensioen, op de proef gesteld. Anderzijds hebben veel leidinggevenden als ideale werknemer nog steeds iemand van onder de veertig voor ogen." Bovendien veranderen mettertijd ook de loopbaanwaarden van veertigers en vijftigers. "Je gaat meer belang hechten aan waarden als zingeving, toegevoegde waarde hebben en kennisoverdracht, terwijl je minder maalt om status en geld. Die veranderingen vinden echter nog maar weinig hun weg in beleid van organisaties en posities die daarbij gecreëerd worden." Daarnaast krijgen midlifers te maken met rolwisselingen in hun persoonlijke leven, naarmate hun kinderen op eigen benen gaan staan en hun ouders hulpbehoevend of ziek worden. Complexere leefpatronen, samengestelde gezinnen en patchworkrelaties vergroten de uitdagingen nog. "Rustig meedeinen op de het kabbelende ritme van vaste rollenpatronen is er nauwelijks meer bij", stellen de auteurs. "Je moet meer je best doen om een verhaal te maken van de bewegingen die je maakt en je hebt meer af te stemmen met al wie deel uitmaken van dat verhaal." Generatie V hamert dan ook op het belang van vaardigheden als stilstaan en de balans opmaken : weloverwogen en op intrinsieke motieven gebaseerde keuzes maken over wat je wel en niet wilt meenemen naar de toekomst. Veerkracht vergt dus reflectie, wat Buchel en van der Maarel 'stilstaan en verduren' noemen. De werkelijkheid onder ogen zien is immers niet gemakkelijk en kan onze zelfgecreëerde verhalen aan het wankelen brengen : "Je had directeur van een groot bedrijf willen zijn of een buitenlandse carrière willen hebben, maar je bleek over te weinig doorzettingsvermogen en energie te beschikken, of je zag net die ene kans niet. Of je had je kinderen graag twee ouders gegund die bij elkaar waren gebleven, maar je werd verliefd op een ander en koos vooral voor jezelf." Anders dan vroeger dienen midlifers van nu ook de kunst te verstaan om te improviseren en te experimenteren : een continu leerproces waarbij niet het resultaat telt, maar de inspanning. "Voorwaarts leren gaat niet vanzelf", benadrukken de coaches. "Het begint met je bereidheid om te falen. Veerkrachtige mensen wachten niet tot alles eerst perfect in orde is, maar doen het met wat ze hebben. Kleine stappen vooruit. Accepteren dat je fouten maakt is daarbij essentieel." DOOR WIM DENOLF & ILLUSTRATIE PIETER VAN EENOGE"Oud worden is niet de essentie van de middelbare leeftijd" DAVID BAINBRIDGE "Midlifers zijn weerbaarder dan vroeger" FONS VAN DYCK "Meedeinen op vaste rollenpatronen is er nauwelijks meer bij" YOLANDA BUCHEL EN SANDRA VAN DER MAAREL