De Gentse designantiquair Frederic Rozier, ook bekend als drijvende kracht en oprichter van de firma Lostnfound die Belgische vintagedesign opnieuw op de markt brengt, is zelf tuk op het design van de late jaren zestig en zeventig. Zijn hart gaat niet zozeer naar de flowerpowerperiode, maar naar de ietwat strengere architectuurstijl van de bungalow die hij nu bewoond in de buurt van Gent.
...

De Gentse designantiquair Frederic Rozier, ook bekend als drijvende kracht en oprichter van de firma Lostnfound die Belgische vintagedesign opnieuw op de markt brengt, is zelf tuk op het design van de late jaren zestig en zeventig. Zijn hart gaat niet zozeer naar de flowerpowerperiode, maar naar de ietwat strengere architectuurstijl van de bungalow die hij nu bewoond in de buurt van Gent. "Dit huis werd opgetrokken door een architectenbureau dat niet meer zo bekend is, maar destijds bijzonder toonaangevend was," legt Frederic Rozier uit, "Konstrukto uit Tielt was actief van in de jaren vijftig. Dit progressieve ontwerpatelier werd geleid door de architecten Georges Vandenbussche en Marc Verkest. Ze specialiseerden zich in deze strenge baksteen- en betonarchitectuur, en bouwden veel bungalows." De woning heeft een eenvoudig grondplan met een aparte living met zithoek en eethoek. Frederic bewaarde de witgeschilderde bakstenen wanden en het houten plafond, net als de witte keuken die weliswaar van recentere makelij is. Hij verzamelt al sinds zijn jeugd vintagedesign. Zijn eerste echte buit was een lamp van Joe Colombo, de Italiaanse designer die hem nog altijd na aan het hart ligt. Intussen ontdekte hij ook de ontwerpen van Belgische designers, vooral architecten, uit de jaren vijftig en zestig. Met zijn bedrijf Lostnfound brengt hij ontwerpen van onder anderen Willy Van Der Meeren, Lucien Engels en Jos De Mey opnieuw op de markt. Rond zijn eettafel staan er ook nog stoelen van de Belgen Christophe Gevers en Lucien Kroll. De ingenieus ontworpen bibliotheek achter de tafel, ook al een ontwerp uit de fifties, is van de Brusselse ontwerpers Baucher-Féron. Van al die designers werd het meubilair destijds slechts op kleine schaal geproduceerd en raakte net daardoor in de vergetelheid. Door het opnieuw in productie te brengen schenkt Rozier dat design een tweede leven. Zijn interieur is een uitgelezen mix van naoorlogs design, met zowel vondsten uit de fifties als trouvailles uit de seventies. Alles past mooi bij elkaar. Het geheim achter die harmonie zijn de materialen en vooral de kleuren. "Voor het interieur zweer ik bij zwart, wit en rood", zegt Frederic Rozier. Een enkele vaas van Wouter Hoste op het salontafeltje, met deze drie keuren, vat eigenlijk het gehele decor samen in één object.