Ongezien en ongehoord : na Ten Oorlog krijgen het Nederlandse en Vlaamse theaterpubliek opnieuw een monsterproductie voorgeschoteld. Met een vierdelige cyclus brengt het Rotterdamse ro theater een bewerking van Marcel Prousts A la Recherche du temps perdu, met 3500 bladzijden, honderden varianten en al evenveel personages, met een complexe verhaalstructuur en een gelaagdheid die niet onderdoet voor JoycesUlysses, een van de grote romans uit de twintigste eeuw. Maar hoe kun je Op zoek naar de verloren tijd op de planken brengen ? Megalomaan, zegt de ene. Onmogelijk, roept een ander : als je Proust niet kunt verfilmen of er geen strip van mag maken, dan is ook een theaterversie ondenkbaar.
...

Ongezien en ongehoord : na Ten Oorlog krijgen het Nederlandse en Vlaamse theaterpubliek opnieuw een monsterproductie voorgeschoteld. Met een vierdelige cyclus brengt het Rotterdamse ro theater een bewerking van Marcel Prousts A la Recherche du temps perdu, met 3500 bladzijden, honderden varianten en al evenveel personages, met een complexe verhaalstructuur en een gelaagdheid die niet onderdoet voor JoycesUlysses, een van de grote romans uit de twintigste eeuw. Maar hoe kun je Op zoek naar de verloren tijd op de planken brengen ? Megalomaan, zegt de ene. Onmogelijk, roept een ander : als je Proust niet kunt verfilmen of er geen strip van mag maken, dan is ook een theaterversie ondenkbaar. "Ik hoop het tegendeel te kunnen bewijzen", zegt regisseur Guy Cassiers. "Theater is volgens mij een geschikt medium om deze opdracht te volbrengen. In film creëer je realisme tout court, terwijl je in het theater werkt met een boeiende contradictie : net als bij Proust vertrek je weliswaar vanuit een hier en nu, maar beschik je over veel disciplines die dat hier en nu opheffen in een illusoire wereld. Precies omdat film steeds meer dat realisme nastreeft, is theater zo geschikt om de verbeelding vrij spel te geven en zelfs de tijd stil te laten staan. Film is ritme, actie, tempo, terwijl theater verstilling en isolatie is, dingen die sterk verwijzen naar het fenomeen Proust en zijn roman." Cassiers heeft deze 'kathedraal van de literatuur' (de meest gebezigde metafoor om de monumentale roman te omschrijven) gelezen, geïnterpreteerd en bewerkt, hij heeft personages weggelaten en, zoals dat ook in het boek gebeurt, de chronologie van de tijd losgelaten. Samen met cineast, film- en operaregisseur, essayist en (voorlopig) ex-schrijver Eric de Kuyper is uit die lectuur een eigenzinnige interpretatie gegroeid die de komende twee seizoenen in een cyclus van vier delen wordt opgevoerd. Onlangs is het eerste deel, Proust 1 : de kant van Swann, in Rotterdam in première gegaan. Dinsdag 18 maart openen de deuren van de Bourla Schouwburg in Antwerpen voor een rondreis door Vlaanderen en door de schitterendste roman uit de alweer voorbij vorige eeuw. De Kuyper is niet aan zijn proefstuk toe, met romans die doordrongen zijn van proustiaanse herinneringen aan zijn kinderjaren, en met het scenario voor La Captive van Chantal Akerman : "Onmogelijk ? Dat zou ook betekenen dat je er niet over kunt schrijven, terwijl honderden boeken over Proust en zijn roman zijn geschreven. Vele mensen voelen de behoefte om Proust te bespreken, te duiden, te analyseren en dus ook te bewerken. Als theatermaker wil ik daar iets creatiefs over vertellen. Ik ben lezer en schepper, wil daar vanuit mijn artistiek medium iets mee doen. Natuurlijk zit dan in al die bewerkingen evenveel of meer van die mensen dan van Proust zelf. Deze cyclus zal meer Cassiers dan Proust zijn." Guy Cassiers : "Er is een opvallende gelijkenis tussen de manier waarop de roman geschreven is en de manier waarop het stuk tot stand is gekomen. Ook al weten we dat hij begin en slot van het boek het eerst heeft geschreven, er is die grote kathedraal die hij heeft gebouwd, een manuscript met talloze uitweidingen. Telkens hij iets las of hoorde, voegde hij dat aan zijn bouwwerk toe. Wij hadden basisideeën van waaruit de vier delen moesten vertrekken, maar gaandeweg, aangemoedigd door de vrijheden die Proust zich permitteert, hebben we eenzelfde werkwijze en een eigen vorm voor het theater gevonden. Als een tekst plots relevanter wordt, willen we die verwerken. Ik weet dat als we aan deel twee werken en tegelijk met deel één op reis zijn, we dat deel zullen herzien en bewerken. In die zin zal het stuk nooit af zijn."Wat is de Recherche voor een roman ? Een scherpe tijdskroniek over het verval van de adel en de opkomst van de burgerij tijdens het fin de siècle en de belle époque ? Een satire op het snobisme ? De (diepte)psychologische ontrafeling van liefde, jaloezie, 'perversiteiten' en geluk ? Een zoektocht naar de vergankelijkheid van de tijd en de kracht van het geheugen ? Een initiatie in de kunst, de genese van een schrijverschap ? Het boek is dat alles en nog veel meer. Nu wordt die romancyclus getransformeerd tot vier voorstellingen : het lijkt krankzinnig. "Het is een uitdaging", lacht Cassiers. "Het is masochistisch, maar ik zoek het avontuur, wil het onmogelijke mogelijk maken. Het is de fascinatie voor Proust, hoe hij met tijd omspringt, op de helderste manier de relatie tussen zintuigen, menselijk denken en verbeelding combineert zoals niemand dat heeft gedaan. Mijn ambitie is niet eenzelfde kathedraal te bouwen. Ik wil niet de hele Proust in vier voorstellingen persen, maar ingrediënten bijeenbrengen die nog altijd relevant zijn. Als daardoor een paar mensen Proust lezen, ben ik tevreden." Eric de Kuyper is als een 'bizarre monnik' de uitdaging aangegaan om de teksten bijeen te brengen : "Het is natuurlijk onmogelijk om Proust woord voor woord om te zetten naar toneel of film. Dat kan de bedoeling niet zijn. We moeten selecteren wat geschikt, mooi of interessant is voor het medium. Dan merk je dat je aan de hand van de Recherche wel vijftig films kunt maken. Zoveel stof zit erin. Maar die indrukwekkende gelaagdheid is niet wat me fascineert. Het is de exactheid van de observaties, de scherpte waarmee Proust naar mensen en hun gedragingen kijkt, naar hun taal en amoureuze verhoudingen. Zijn ontzettend scherpe blik en oor zijn voor mij het markantste. Heel theatraal zijn de dialogen. Niet langdradig, heel goed. Je kunt ze zo overnemen, ze liggen gewoon in de mond omdat hij ze als scherp observator zo heeft opgetekend. Een goede luisteraar : ook als staan ze niet als dialogen in de tekst, je hoort de mensen praten en herkent de personages. Daar heb ik dus niet veel werk aan gehad. Toch wil ik duidelijk stellen dat dit geen toneelstuk van de Kuyper is in een regie van Guy Cassiers. Hij vroeg me een soort scenario, iets op maat voor hem en zijn gezelschap. Guy wist wat er niet in moest en wat hij wel wou. Deze cyclus is dan ook door geen andere regisseur op te voeren. Toch heeft het me verbaasd dat hij, anders dan Akerman die veel teksten heeft herschreven, zoveel mogelijk bij de tekst van Proust wilde blijven." "Ik heb gelezen met mijn deskundigheid. Een eerste lectuur in de jaren zestig, dan toevallig opnieuw voor ik dertig jaar later aan de film van Chantal begon, en nu nog eens : dan blijkt dat herlezen belangrijk is om de verschillende lagen te ontdekken. Zo is er, wat Guy en Chantal minder boeit, de historische dimensie tussen 1880 en 1914, het begin van de Tweede Wereldoorlog, een fantastisch historisch panorama, de milieus van Parijs en Normandië. Terwijl iemand als Visconti daar wel diep op ingaat, maar dan weer de dimensie van droom, geheugen en werkelijkheid opgeeft. Omdat je gewoon niet alles kunt behandelen. Er is dus veel weg : hoofdstukken en boekdelen, personages zoals Saint-Loup, de vriend van Marcel en een van mijn favorieten. Dat doet pijn, maar anders kon het niet. Je weet dat als je begint, je niet alles kunt brengen. De innerlijke beschouwingen, waar Guy erg van houdt, heeft hij goed geïntegreerd. Hij heeft me zijn manuscripten met aantekeningen gegeven. Voor mij was het de kunst om de teksten goed te kiezen en te ordenen. Boeiend aan de onderneming is dat Guy de opvoeringen over vier verschillende avonden wil spreiden, zodat je die proustiaanse dimensie van het tijdsverloop niet verliest". "Natuurlijk moeten we drastische keuzes maken," zucht Cassiers, "maar belangrijker dan wat we weglaten, is waarin we geïnteresseerd zijn. Veel personages zijn geschrapt, maar zij die overblijven, dragen in het stuk de wezenlijke en dramatische ontwikkelingen. In deel 1 : de kant van Swann, staat de jeugd van Marcel in Combray centraal, met drie vrouwen die voor de opgroeiende jongen belangrijk zijn : de moeder, het meisje Gilberte en haar moeder Odette. Ze worden gecombineerd met Marcels grote concurrent Swann : hij komt bij de ouders op bezoek waardoor de jongen zijn nachtkus van moeder niet krijgt, hij is ook de vader van Gilberte en de echtgenoot van Odette. Drie keer een concurrent in het dagelijks leven en tegelijk de man die Marcel introduceert in de artistieke wereld. Na de pauze keren we terug in de tijd, waarmee we zoals in de roman de chronologie doorbreken : het liefdesverhaal van Swann en Odette speelt zich af voor de geboorte van Marcel. Dat spel met de tijd is essentieel. De eerste 25 minuten van het stuk gaan dan ook over het niet kunnen slapen, die paar seconden tussen droom en waken die Proust tot in de details uitvergroot. Terwijl de hele liefdesgeschiedenis van Gilberte en Marcel dan weer gevat wordt in twintig minuten. Zo probeer ik uitersten tegenover elkaar te stellen, aan de hand van drie soorten taal. Allereerst de innerlijke gedachtegangen die voor mij essentieel zijn. Ze staan in schril contrast met de dialogen waarin niemand zegt wat hij denkt. En de derde taal die ik eraan toevoeg, is de geprojecteerde taal : dat zijn geen romanfragmenten maar informatie over tijd, ruimte en actie. Terwijl de gesproken taal rijk is, is wat je leest taalarm want elementair en stimulerend voor de verbeelding." Eric de Kuyper : "De drie vrouwen staan in het teken van de liefde, maar ook van leed, haat en jaloezie, want de Recherche is ook een grote roman over de onmogelijkheid van de liefde. Dat geldt ook voor Albertine in het tweede deel : jaloezie maakt alles stuk, want Marcel verdenkt zijn vriendin van een lesbische relatie. Alle liefdes zijn tragisch bij Proust. Misschien is de niet-liefde tussen Swann en Odette de enige gelukkige liefde : hun huwelijk is mislukt, ze houden niet van elkaar, maar door misverstanden, obsessies en proustiaanse drijfveren zijn ze toch gelukkig. Het is geluk gebouwd op misverstanden." Guy Cassiers : "De liefde centraal ? In het tweede deel gaat het ook over de rol van de vrouw in het algemeen. Hier is de schilder Elstir belangrijk : hoe leert Marcel naar landschappen kijken, naar Albertine ? Hoe idealiseert hij haar als ze slaapt, als ze in feite dood is, natuur wordt ? Wat ik wil uitvergroten is hoe de vrouw als femme fatale (Anna Karenina, Lulu, Salomé) ten onder moet gaan. In onze chronologie is het mooi om zien hoe in deel 3, bij baron de Charlus, de sexe bijna is opgeheven. Tegenover het verval van de baron staat het verval van de salons, die in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog vergaan zonder dat ze het zelf beseffen." De Recherche is een roman die wacht, die niet zomaar wil gelezen worden. Het boek vergt tijd en verlangen dat langzaam moet rijpen of op een noodzakelijk moment in het leven opduikt. Hoe sijpelt zo'n boek binnen in een mensenleven ? "Ik moet bekennen dat ik de roman nooit helemaal had gelezen", zegt Guy Cassiers. "Op zeker moment heb ik veel randliteratuur doorgenomen, zoals het filmscript van Pinter en het boek van Alain de Botton over hoe Proust je leven kan veranderen. Twee tegenstellingen hebben me gemotiveerd om met Proust te werken : met veel woorden en een prachtige taal verwoordt hij hoe beperkt taal eigenlijk is. Hetzelfde kun je zeggen over het menselijk handelen : met een scherpe analyse besluit hij dat daar geen rede of logica achter zit. Omdat hij zo uitvoerig en helder verklaart dat alles in feite onverklaarbaar is, vind ik dat geen fatalistische gedachte. Het is integendeel een ode aan het individuele denken. Daar trek ik me aan op, hoe de mens met z'n radertje van emoties toch op een zinvolle manier kan functioneren." "Voortdurend verandert het perspectief. Marcel is op zoek naar zijn artistieke roeping. Hij beweegt zich in de mondaine wereld, maar kijkt zoals Proust kritisch toe vanaf de zijlijn. Hij zoekt zijn weg en weet waar die heenleidt, hij kijkt naar de werkelijkheid en de toekomst, blikt terug op zijn verleden en herinneringen. Vandaar dat de chronologie wordt doorbroken, zodat ook het personage door twee acteurs wordt gespeeld : de jonge Marcel en de volwassen schrijver. Die ambiguïteit is belangrijk : tegenover de jonge Marcel die nog geen woorden heeft om zijn omgeving te ervaren, staat de volwassen Proust die met een veel rijkere taal terugkijkt. Voor mij vormen de voorstellingen één groot zelfportret.""Na 20 jaar theater maken denk ik natuurlijk na over de functie van kunst. De jonge Marcel wil kunstenaar worden. Daar tegenover staat Swann, die dat ook wil maar zijn doel opgeeft omdat zijn liefdeleven zijn ambitie onmogelijk maakt. Als het bij Proust wel lukt, dan omdat hij letterlijk afstand neemt en zich uit de mondaine wereld terugtrekt om zijn roman te schrijven. Een kunstenaar heeft altijd de positie van buitenstaander : om helder te analyseren, moet je afstand nemen. Het oeuvre van Proust staat daar voor en het is mijn taak die verhouding tussen werk en theater op te zoeken. Een monumentale productie als deze vraagt om een multimediale aanpak : naast de acteurs en de muziek van Quatuor Danel zijn er videobeelden, foto's en tekstprojecties. Ik wil die media gebruiken om de juiste dingen te kunnen weglaten, om de verbeelding te voeden. Op de scène zoek ik die andere taal, om bouwstenen aan te reiken waarmee het publiek zijn eigen kathedraal kan bouwen." "Swann is een symbool voor de niet-kunstenaar. Hij wil wel, maar wordt geen kunstenaar. Naast de angsten vooraf, gaat het over de desillusies achteraf. Daar is hij zijn hele leven mee bezig, maar hij is niet geworden wat hij had gehoopt. Swann is een mooie figuur, omdat het altijd makkelijker is je met een slachtoffer te identificeren, maar ook een triest, egocentrisch personage met kwalijke kantjes, zoals de meeste figuren in de roman. Niemand wordt gespaard. Dat maakt het boek zo mooi, omdat Proust je verplicht een eigen wereld op te bouwen, gebaseerd op dat vrijwillige en onvrijwillige geheugen. Voor mij als theatermaker is het erg belangrijk om dat onvrije geheugen aan te spreken. Iedere voorstelling is als een madeleinekoekje voor de toeschouwer, die ineens iets uit het verleden herontdekt, bekijkt en daar in de toekomst iets zinvols mee kan doen.""Je bent lang ziek en na een tijdje heb je tijd om te lezen", zegt Eric de Kuyper. "Dan gebeurt het, je leest de roman. Het is zoals de Botton schrijft : het boek verandert je leven. Als je het gelezen hebt, heb je iets meegemaakt. In de diepere zin van woord is dat een leeservaring. Het behoort tot je cultuur en leven, soms vervagen de grenzen tussen wat je hebt meegemaakt en wat je in het boek hebt gelezen. Een fascinerend werk, vol humor van een scherp observator. Ik bewonder Proust wel, maar niet kritiekloos : metaforen zitten ernaast of zijn te mechanisch, soms zijn de zinnen niet goed geformuleerd. Maar het is dat spel met de tijd : alleen al die vier avonden zijn voor de toeschouwer een echte tijdservaring. Met de mijmeringen en veranderingen van de personages is dat zeker een basisthema. Visueel zal er veel gebeuren. Je hoeft de roman niet gelezen te hebben, je zult ook zo meegesleept worden in de beelden-, woorden- en muziekstroom."Guy Cassiers : "We hebben nog geen vorm voor het laatste deel, maar we moeten natuurlijk tot het kunstenaarschap komen. De kant van Marcel ? Dat lijkt logisch. Misschien wordt het een synthese van de eerste drie delen waarin nauwelijks nog nieuwe tekst aan te pas komt. Een moeilijke cyclus ? De vorm zal niet evident zijn, maar nu al is voor mij duidelijk dat de taal van Proust, als je haar hoort en ze is goed uitgesproken, ontzettend toegankelijk is, ondanks de soms lange monologen. Ik hoop dat de voorstelling een uitnodiging is om de roman te lezen. " n Mark Gielen / Foto's Thomas De BoeverEric de Kuyper : "Onmogelijk op theater ? Dat zou ook betekenen dat je er niet over kunt schrijven, terwijl honderden boeken over Proust en zijn roman zijn geschreven."Guy Cassiers : "Omdat hij zo uitvoerig en helder verklaart dat alles onverklaarbaar is, vind ik dat geen fatalistische gedachte. Het is integendeel een ode aan het individuele denken."Eric de Kuyper : "Je bent lang ziek en na een tijdje heb je tijd om te lezen. Dan gebeurt het, je leest de roman. Het is zoals de Botton schrijft : het boek verandert je leven."