Tot begin jaren vijftig was surfen een marginaal fenomeen, iets voor fanaten die nergens voor terugdeinsden", zegt surfveteraan Drew Kampion. "Hier in Noord-Californië is het water ijskoud en raak je zonder bescherming snel onderkoeld. Surfers probeerden zich destijds te redden met lange onderbroeken, wollen truien, handschoenen en olie. Wie er toch aan begon, maakte op het strand een kampvuur of stak een autoband in brand. Er waren ook geen boards, dat sneed je zelf uit balsahout. En geld verdienen met surfen, daar was helemaal geen sprake van."
...

Tot begin jaren vijftig was surfen een marginaal fenomeen, iets voor fanaten die nergens voor terugdeinsden", zegt surfveteraan Drew Kampion. "Hier in Noord-Californië is het water ijskoud en raak je zonder bescherming snel onderkoeld. Surfers probeerden zich destijds te redden met lange onderbroeken, wollen truien, handschoenen en olie. Wie er toch aan begon, maakte op het strand een kampvuur of stak een autoband in brand. Er waren ook geen boards, dat sneed je zelf uit balsahout. En geld verdienen met surfen, daar was helemaal geen sprake van." De surfjournalist is auteur van Jack O'Neill, It's Always Summer on the Inside, de zopas verschenen en rijkelijk geïllustreerde biografie van de oprichter van het gelijknamige surfmerk, een levende legende. De vriendschap tussen beide mannen gaat ruim veertig jaar terug, een periode waarin Kampion ook even reclamedirecteur van het merk was. "Ik wilde geen catalogus maken", benadrukt die meteen. "Het boek lijkt eerder op oral history, dankzij de vele interviews met Jack, zijn familie, collega's en fans in de surfgemeenschap. Ik ben in ieder geval niet over één nacht ijs gegaan. Jack was als persoonlijkheid bepalend voor de ontwikkeling van de surfcultuur en de hele industrie die eruit voortkwam. Zijn stempel is enorm, en die geschiedenis moest waarheidsgetrouw verteld worden nu het nog kon. Jack is 88 jaar - we konden het boek niet op de lange baan schuiven. De zestigste verjaardag van het bedrijf in 2012 vormde de ideale aanleiding om eraan te beginnen." Sensatiezoeker, uitvinder, stichter van de huidige marktleider in wetsuits, vader van zes kinderen, weduwnaar in 1974 - volgens Kampion heeft Jack O'Neill (1923) vele gezichten. "Hij vloog zelfs met een luchtballon onder de Golden Gate Bridge door, waarna dat meteen verboden werd", lacht Kampion. De American dream in surfpak verkocht jarenlang kranten, lichtreclames, brandblusapparaten en ander gerief voor hij eind jaren veertig aan surfuitrusting ging sleutelen. Dat hij net als zijn vader verkoper werd, had een praktische reden : dankzij de flexibele werkuren en verplaatsingen kon O'Neill junior zelfs surfen tijdens de werkuren. De uitstapjes op het ijzige water waren echter van korte duur, en de weersomstandigheden moesten meezitten. Inspiratie voor een isolerend pak haalde hij bij kikvorsmannen in het Amerikaanse leger, dat hij diende in de oorlogsjaren. In de kikvorspakken zaten over het textiel dunne laagjes rubber, die behoorlijk isoleerden. Als de pakken niet scheurden tenminste. O'Neills experimenten met schuimrubber, plastic en andere materialen mislukten, tot hij begin jaren vijftig de vloerbedekking van DC-3-vliegtuigen ontdekte. Dat synthetische rubber of neopreen isoleerde goed, was elastisch en viel gemakkelijk te lijmen, wat een outfit uit één stuk mogelijk maakte. O'Neills eerste surfshop in San Francisco (zonder echt budget in een garage) opende snel daarna, in 1952. "Jack is heel doortastend, een probleemoplosser", zegt Kampion. "Hij zag voortdurend blauw van de kou en dus stak hij spullen in elkaar die toelieten om langer op het water te vertoeven - het ganse jaar door zelfs, ook in koudwatergebieden. De eerste wetsuits moesten bovendien allemaal getest worden, en die man vond dat geweldig ! Ook nadat zijn surfavonturen hem een oog en door verkalking zijn gehoor kostten. Zijn omgeving verklaarde hem begrijpelijkerwijs gek : er waren geen surfmerken, laat staan een afzetmarkt. In 1952 was surfen niet cool, maar tijdverdrijf voor langharig tuig en luiwammesen. Een beeld dat Hollywood lang mee in stand hield. Jack zorgde ervoor dat meer mensen de sport konden ontdekken en tien jaar later, toen surfboards in kunststof beschikbaar werden, spraken de lifestyle en het contact met de natuur de mainstream aan." Jack O'Neill verhuisde zijn shop, onderneming en woning al in 1959 naar Santa Cruz, toen een opkomend surfcentrum dankzij het gematigde microklimaat en de rotsachtige zeebodem, met riffen die voor spectaculaire golven zorgen. Surftown USA, zoals de bijnaam van Santa Cruz luidt, is nog altijd de thuisbasis van het bedrijf. O'Neill organiseert er jaarlijks ook de finale van de Cold Water Classic Series, een van de belangrijkste en spectaculairste wedstrijden in het wereldje. De eerste jaren stond de marketing van het merk nog in de kinderschoenen, leert het boek. "Jack nam zijn kinderen mee naar bootshows," zegt Kampion, "waar hij ze wetsuits aantrok en vervolgens in een bad met ijs stopte. Dat leek hem de beste manier om aan te tonen dat zijn uitvinding werkte. Of hij sprak jongeren aan op het strand en improviseerde ter plaatse een fotoshoot. O'Neill deed aan guerrillamarketing voor het begrip bestond, en die informele, soms chaotische aanpak tekent nog steeds de bedrijfscultuur." Het merk werd onder leiding van Jack en later zoon Pat O'Neill een referentie voor technische producten en professionele sponsoring in diverse watersporten, zelfs op de skipiste. Volgens cijfers van de Surf Industry Manufacturers Association is de sector tegenwoordig 6,24 miljard dollar waard. De wetsuitafdeling bleef al die tijd in Santa Cruz en in familiale handen, ook nadat de wereldwijde rechten op de naam O'Neill in 2007 opgekocht werden door Logo International, de Nederlandse modegroep achter onder meer WE Europe en Setpoint. "Zelf zijn we nu licentiehouder voor de wetsuits", legt huidig CEO Pat O'Neill (59) uit. "Zo konden we de knowhow hier houden en de wetsuitafdeling in de surfgemeenschap verankeren. Iets wat sommigen van onze concurrenten niet belangrijk vonden. Ze trokken mensen van buiten de surfwereld aan en verloren zo hun ziel. Wij zijn altijd trouw gebleven aan onze missie : mensen warmte en comfort bieden op het water - onder welke vorm ook. Zonder betrokkenheid van een surfersfamilie, of weg van Santa Cruz, zou dat veel moeilijker geweest zijn. De materialen, constructie en de afwerking van pakken werd voortdurend verbeterd, en hier konden we nieuwe ideeën zelf uittesten." Pat maakt overigens geen geheim van zijn eerste taken in het bedrijf : "Alle kinderen zijn begonnen met het schoonmaken van de toiletten. Verkopen leerde ik al doende, niet op de schoolbanken. Op mijn achttiende gaf mijn vader me duizend dollar en stuurde hij me het land in om er met een geleende auto wetsuits aan de man te brengen." De sterke groei van de surfsport vanaf de jaren zestig deed niet alleen een hele industrie ontstaan, maar veranderde ook de ervaring op het water, zegt Kampion. "Voor de eerste surfers ging het vooral om het verleggen van persoonlijke grenzen, vrijheidsbeleving en het trotseren van de natuurelementen - alsof er hogere doelen in het spel waren. De opeenvolgende technologische vernieuwingen maakten van surfen een echte sport, waardoor er meer nadruk kwam te liggen op het competitie-element, commercie en carrièremogelijkheden." De overgang kwam er niet zonder slag of stoot, zo blijkt : "In het begin werd er zelfs aan getwijfeld of surfen wel een sport was. Daar hadden we destijds heel felle discussies rond. En de eerste wedstrijden kregen meermaals bezoek van surfers die lak hadden aan regels en het publiek balletfiguren toonden." De verschillende strekkingen in de surfwereld bestaan tot op vandaag, benadrukt Kampion : "Surfers jagen allemaal hetzelfde na, maar iedereen beleeft iets anders op het water. Daarin verschilt de discipline heel erg van andere sporten, die een veel duidelijker doel hebben en minder gelaagd zijn. Surfen daarentegen heeft meer weg van open source software : iedereen kan er zijn eigen ding mee doen. " - 'Jack O'Neill, It's Always Summer on the Inside', Chronicle Books, 29,95 euro, telt 256 pagina's en is verkrijgbaar op www.oneilleshop.com en in O'Neill-winkels. De opbrengst gaat gedeeltelijk naar de O'Neill Sea Odyssey, een catamaran die Amerikaanse schoolkinderen gratis laat kennismaken met het leven in de oceaan en met milieuzorg. Info : 09 216 80 40, www.oneill.com DOOR WIM DENOLF