Vraag mij op een zaterdag zo rond halfnegen 's avonds wat de tussenstanden zijn in het voetbal, en er schiet één cijfer in mijn hoofd : 504. Wie er eerste staat in het klassement ? 505. De topschutter ? 507. Het is al jaren geleden dat ik het voetbal via Teletekst volgde, maar de paginanummers blijven reflexen.
...

Vraag mij op een zaterdag zo rond halfnegen 's avonds wat de tussenstanden zijn in het voetbal, en er schiet één cijfer in mijn hoofd : 504. Wie er eerste staat in het klassement ? 505. De topschutter ? 507. Het is al jaren geleden dat ik het voetbal via Teletekst volgde, maar de paginanummers blijven reflexen. Als ik een uurtje niks om handen heb, durf ik al eens idiote statistieken opzoeken. Verbazend wat je dan zoal tegenkomt. In 2010 maakte 81 procent van de Nederlanders gebruik van NOS Teletekst. Voor u denkt dat Nederland compleet vergrijsd is : in de categorie 15-24 jaar is dat zelfs 92 procent. Ik vind dat fascinerend. In tijden van laptops, smartphones, tablets en wifi heeft het traagste en lelijkst gelayoute medium van het land nog nauwelijks aan kracht ingeboet. Een ander statistiekje : 7 procent van de Belgen heeft een Twitteraccount. 83 procent van de Twittergebruikers heeft de laatste maand niet getweet. Oké, statistieken bewijzen wat je wilt, maar toch : leg de 7 procent van Twitter naast de 81 van Teletekst, en de digitale revolutie oogt plots een stuk minder spectaculair dan een mens zou denken. Twitter is een handige tool voor journalisten en reclamejongens, niet toevallig twee groepen met een luide stem in de samenleving, wat de reusachtige weerslag van het medium deels verklaart. In Groot-Brittannië is Twitter de 27ste website qua populariteit, maar wel de meest vermelde in de nationale pers, goed voor ruim 1400 keer per maand. Maar er is meer aan de hand dan alleen wat versterkt getjilp. In een wereld in de ban van neofilie, wordt de impact van zowat alle technologie systematisch overschat. Niet dat ik de digitale revolutie ontken, daarvoor heb ik zelf te veel boter op het hoofd. Maar terwijl het potentieel van de nieuwe technologie exponentieel groeit, stijgt het aantal mensen dat er ook daadwerkelijk gebruik van maakt veel minder snel. Aanbod wordt verkeerdelijk aanzien als vraag. En dat gat tussen mythe en realiteit wordt steeds groter. Nu ik toch met cijfers aan het smijten ben : televisiekijkers met een digibox dénken dat ze 70 procent van de tijd on demand kijken. Het werkelijke cijfer is 14 procent. Terwijl televisiebonzen interviews geven over hoe ze een antwoord bieden op gefastforwarde reclameblokken en internet-tv, zet u zich in de zetel voor de laatste aflevering van Witse. Terwijl internetgoeroes het mobiele internet tot revolutie verklaren, gebruikt u uw gsm vooral om te bellen. En terwijl tv-programma's laten weten via welke hashtag u kunt meetweeten, zijn er meer kijkers die willen weten op welke Teletekstpagina ze de ondertitels vinden. Het zijn niet de journalisten, technologie-experts en marketeers die het tempo van de toekomst bepalen, maar wel de gebruikers. Een mens durft dat al eens over het hoofd zien. De wereld verandert traag : het is fijn om dat af en toe ook eens in cijfers te zien staan. Ter info : Teletekst is in Nederland de vierde meest gedownloade media-app. Ergens vind ik dat geruststellend. Geert Zagers (28) observeert en rapporteert vanuit de twilightzone tussen generatie X en Z. Geert Zagers