C hristophe Pillet wou eigenlijk muzikant worden. De veertigjarige designer groeide op in Nice en zegt dat hij als tiener zijn tijd liever op het strand doorbracht dan op de schoolbanken. "Ik was gepassioneerd door muziek, maar ook een verwoed windsurfer. Eigenlijk heb ik voor de kunstschool gekozen omdat er dan veel tijd overbleef voor mijn muziek en mijn surfplank."
...

C hristophe Pillet wou eigenlijk muzikant worden. De veertigjarige designer groeide op in Nice en zegt dat hij als tiener zijn tijd liever op het strand doorbracht dan op de schoolbanken. "Ik was gepassioneerd door muziek, maar ook een verwoed windsurfer. Eigenlijk heb ik voor de kunstschool gekozen omdat er dan veel tijd overbleef voor mijn muziek en mijn surfplank." Hoe hij uiteindelijk toch in de ban is geraakt van alles wat met design te maken heeft? "Ergens in het begin van de jaren tachtig zag ik voorwerpen van Memphis. Daarna wou ik domweg hetzelfde doen, en dus heb ik hetzelfde gedaan. Zoals iedereen. Enfin, zoals elke idioot die nog geen eigen stijl heeft gevonden en heel erg naar iets opkijkt." Na zijn opleiding vestigde Pillet zich in Milaan. "Ik wou mijn helden ontmoeten. Ik heb een jaar gestudeerd aan de Domus Academy, bij designers als Branzi, De Lucchi, et cetera. Daarna ben ik nog twee jaar in Italië blijven werken." Zijn retour naar Frankrijk was niet gepland. "Ik had het goed in Milaan. Ik was getrouwd, mijn kinderen gingen er naar school. Op een dag las ik toevallig een werkaanbieding van Philippe Starck. Ik heb toen gebeld, een afspraak in Parijs geregeld. Zonder echt na te denken. Alleen met het idee: waarom ook niet?" Natuurlijk wilde Starck hem inlijven. "Goed," zei hij, "we beginnen morgen. Ik heb hem geantwoord: 'Luister, onmogelijk, ik woon in Milaan, ik werk in Milaan.'" Pillet heeft na onderhandelen vier dagen gekregen om zijn verhuis te regelen. En is vijf jaar bij Starck gebleven. "Op een bepaald moment was er gewoon te veel werk. Dus ben ik weggegaan. Ik heb gezegd: 'Ik kan niet meer.' En ik ben voor mezelf begonnen." Dat was vijf jaar geleden. Intussen heeft hij 4,5 medewerkers. Even beroemd als zijn ex-baas is hij nog lang niet, maar hij klaagt niet. Opdrachtgevers genoeg, erkenning ook: een week na ons gesprek roept L'Express hem uit tot beste designer van de jaren negentig (het portret voor het bijhorende verhaal wordt gefotografeerd in een ziekenhuiskamer, waar Pillet enkele dagen na ons gesprek is beland na een behoorlijk zwaar motorongeval). Pillet is op zoek naar nieuwe kantoren. Zijn hoofdkwartier, een helder appartement op de bovenste verdieping van een krakkemikkig gebouw in het volkse onzième arrondissement van Parijs, is te klein geworden. Zijn eigen meubilair staat zij aan zij met gele kuipstoelen van Charles en Ray Eames. Op een fauteuil ligt een nieuw boek over de Californische architect John Lautner. Een paarse vaas die Pillet ontwierp voor Daum staat op de grond. Water wordt geschonken in voor Badoit ontwikkelde glazen. In een hoek van de kamer troont zijn bekendste creatie, de Sunset Chair, in productie bij Cappellini. "Ik heb altijd veel meubels ontworpen", zegt hij. "Nog altijd trouwens, maar we doen nu ook veel aan productdesign, en we werken aan interieurs, bureaus, privé-appartementen. Eigenlijk heb ik het normale profiel van een designer van vandaag. Die is niet langer gespecialiseerd, maar geboeid door een globale aanpak." Anders gezegd: Pillet is in alles geïnteresseerd. Hij kent geen grenzen, laat zich liever niet beperken. Eigenlijk ontwierp Pillet de Sunset Chair voor het Japanse merk E&Y, dat wordt gerund door een vriend van hem. "Hij kon de productie niet aan en hij had er ook de structuur niet voor." Enkele maanden later zag Giulio Cappellini, directeur van het vooruitstrevende Italiaanse familiebedrijf, het prototype van de Sunset. "Hij heeft me een fax gestuurd, we hebben elkaar ontmoet, en hij heeft de stoel uitgebracht. En daarna een tweede stoel, de Sunset Lounge." Iedereen is tevreden. Zelfs de Japanse vriend, die sindsdien agent is geworden voor Cappellini op de archipel. De Sunset is een succes. "Enfin, in ons klein wereldje dan toch. In de designtijdschriften is hij bijvoorbeeld vaak aan bod gekomen." We overlopen zijn werk, kijken naar tekeningen en foto's die verzameld zitten in een vuistdikke met leder beklede band. Veel opdrachten voor meubilair en interieurs komen van Japanse bedrijven, en blijven voorlopig onzichtbaar in de rest van de wereld. E&Y is zo'n bedrijf, TYMC een ander. "Zij produceren meubilair van Michael Young, Tom Dixon, de hele kliek. Ze organiseren ook tentoonstellingen en werken vaak samen met architecten. Voor restaurants, winkels of bars vragen ze mij en andere designers om het meubilair te ontwerpen. Ik zit voortdurend in Japan. Er is altijd wel iets te doen." Voor een belangrijk maar gezichtsloos Frans bedrijf ontwierp hij een collectie goedkoop contractmeubilair, bestemd voor openbare gebouwen. Pillet kijkt daar niet op neer, wat onder meer blijkt uit het feit dat zijn volgende project voor Cappellini, de Sunset Dining Chair, een herwerkte versie is van een van zijn door bedrijfsrestaurants en ziekenhuiscafés geadopteerde stoelen. "Maar mijn contractmeubilair lijkt niet op de spullen die je doorgaans in het aanbod van dat soort fabrikanten vindt. Niet dat ze luxueuzer zijn of zo, maar ze zijn zeker huiselijker. Ik denk dat de man die op een caféstoel gaat zitten dezelfde is als die die thuis in zijn zetel zit, en ik vind dat hij recht heeft op evenveel comfort en evenveel aandacht. Het idee dat de esthetiek van collectief meubilair de grootste gemene deler moet uitdrukken, vind ik dom." In dit geval, zegt hij, liet hij zich inspireren door de elegante, geraffineerde stijl van de jaren dertig. Hij steekt zijn hand op, wijst naar een foto in zijn boek. "Maar zo'n kruk kost niet meer dan 200 Franse frank en een tafel krijg je al voor 400 Franse frank." Zijn discours klinkt bijna identiek als hij het heeft over zijn stadsmeubilair voor JC Decaux, keizer van bushokjes en straattoiletten. Zijn lampen, richtingwijzers, afvalcontainers en andere trottoirklassiekers worden binnenkort geïnstalleerd in de Franse stad Tours. "Als het voor iedereen is, moet je rekening houden met de smaak van iedereen, zo wil de demagogie het. Wat betekent dat je noodgedwongen absoluut lelijk design krijgt, omdat alle paradoxale smaken worden gemengd. En dus worden we in onze steden bedolven onder middelmatigheid. Ik verkies het omgekeerde: design met karakter. Het is overigens precies hetzelfde met woningen. Als je huizen of appartementen bouwt voor ieders smaak, dan krijg je grijze voorsteden. Terwijl de kracht van onze steden net in contrasten schuilt." Pillet kijkt graag verder. Het moet, wat hem betreft, niet altijd evident zijn. Toen hij gevraagd werd voor Cecotti, een in houten meubilair gespecialiseerde Italiaanse fabrikant, zocht hij een manier om het klassieke houten meubel uit zijn antieke keurslijf te halen. "Cecotti is nog erg artisanaal, een van de beste bedrijven in zijn genre. Ze hebben een savoir-faire, beschikken over technieken die elders verloren zijn gegaan. Maar hun productie was een erg lyrische, barokke uitdrukking van die savoir-faire." Pillet onderzocht hoe hij hedendaagse vormen kon introduceren. "Eenvoudiger meubilair, vloeiender meubilair." Zijn aanpak is subtiel. Hij vermijdt liever wat hij noemt "het exhibitionisme van savoir-faire", en tracht voorwerpen te bedenken die de consument doen nadenken. "Zodat je zegt: tiens, hoe verrassend. En daarna vraag je je af waarom dat voorwerp je heeft verrast." Hij geeft zelf het antwoord. "Omdat het ingewikkeld is, omdat er kennis aan te pas komt die je nergens anders vindt. Ik tracht materialen uit hun culturele traditie te halen. Je ziet hout, en je denkt: mja, een klassiek, rustiek materiaal. Je ziet marmer en je denkt: Italiaanse barok. Ik tracht een andere lezing te geven, de eigen waarden en kwaliteiten van de materialen te gebruiken, in tegenstelling tot de culturele waarden." Zijn discours geldt voor Cecotti, maar ook voor een collectie lampen in glas van Murano en een serie marmeren tafels die hij maakte in opdracht van de Franse fabrikant Artelano. Voor het bijzonder trendy, piepjonge Franse bedrijf Domeau et Pérès drijft hij zijn ideeën nog verder, met prachtige volstrekt moderne fauteuils. Bij Ecart International, de prestigieuze zij het een beetje oubollige fabrikant, volgde Pillet enkele jaren geleden Andrée Putman op als creatief directeur. "De opdracht was niet: hele dagen rondlopen in tailleurs van Chanel en op hoge hakken", grapt hij. "Ik moest de collecties tekenen, punt. Het was de bedoeling het imago en het aanbod van Ecart te doen evolueren zonder te raken aan de identiteit van het merk. Ik heb er twee jaar gewerkt, en ik denk dat ze genoeg ontwerpen in voorraad hebben voor de komende drie of vier jaar." Zijn eerste collectie voor Ecart was gewijd aan meubilair voor het uitstallen en ophangen van kunstwerken in privé-woningen: een houten schildersezel, een kruk met ceramieken bovenstuk om beeldhouwwerken op te plaatsen, lampen, boekenhouders, elementen om ingelijste foto's te exposeren. "Allemaal voorwerpen die je niet gemakkelijk vindt. De markt ervoor is klein, maar het is wel de markt van Ecart. Het merk doet het erg goed in de Verenigde Staten. De klanten hebben geld, zijn gecultiveerd, en hebben een zwak voor de Franse stijl. Hun ideaal is niet klassiek, niet pop, maar hedendaags." Hij lanceerde voor Ecart ook een nevenlijn, Ecart Studio, bedoeld als een jongere collectie. "Het concept is verwant: eenvoudige lijnen, rigoureuze stijl, maar de materialen zijn iets losser, de kleuren minder streng en de techniek iets minder doorgevoerd." We bladeren verder door zijn boek, sneller, almaar sneller. Er is een in latex vervaardigde lamp waarvoor de staart van de Marsupilami model heeft gestaan. De uitleg die hij erbij verstrekt, klinkt als een manifest: "In de wereld van de verlichting vind je niet meer dan twee basisvormen: de klassieke lamp met kap en de meer technische architectenlamp. Modellen zijn er genoeg, maar de aanpak is telkens dezelfde."Pillet heeft met een van de automobielindustrie geleende techniek een verlichtingsobject bedacht van soepel plastic. Het kan naar believen worden vervormd. Vergelijkbaar qua opzet zijn de plastic gueridons voor Magis, een Italiaans merk dat met beide voeten in het heden staat. Ze zijn gefabriceerd volgens een procédé dat doorgaans wordt gebruikt voor vuilniscontainers, vrachtwagens en schepen. "Ik vond het interessant om te onderzoeken of we iets anders konden doen met die techniek. We werken nu aan een gelijkaardige, uittrekbare tafel, voor de komende lente." Pillet en partners ontwerpen ook winkelinterieurs. In het hart van SoHo, New York, heeft hij een winkel ingericht voor het in Europa onbekende merk van een vriendin van hem, Catherine. Hij werd ook gevraagd voor een aantal winkels in Japan. Grotere, meer zichtbare winkelconcepten zijn op komst, met name voor Bally, het Zwitserse schoenenmerk waarvan het imago wordt opgepoetst door de nieuwe eigenaars. "We zijn met verschillende ontwerpers gevraagd: Jasper Morrison, Alfredo Häberli, Silvio Caputo, ikzelf. Bally is veel modieuzer geworden, wat je nu al aan de tijdschriftenadvertenties ziet. Voor de nieuwe winkels werd elke ontwerper gevraagd na te denken over een specifiek thema. In mijn geval waren dat de zitsystemen." Pillet heeft voor de winkels een hele reeks canapés, fauteuils en banken ontworpen. Hij noemt het concept "erg institutioneel", in harmonie met het imago van Bally, dat misschien niet bloedernstig is maar toch behoorlijk serieus. "Het is een flexibel zitsysteem, eigenlijk het tegenovergestelde van wat je verwacht van een dergelijk meubel." De bank, die hij verder beschrijft als "une chose très lounge²", wordt dit jaar ook in productie gebracht door Moroso en voorgesteld tijdens het komende Salone del Mobile van Milaan. In de winkels van Bally wordt Pillets ontwerp gecombineerd met lampen van Morrison en een rekkensysteem van Häberli, items die in productie gaan bij Flos en Vitra. Pillet weet niet wanneer de eerste geheel vernieuwde winkel zijn deuren opent. Eigenlijk moest die deze maand worden ingehuldigd, maar de schoonmaakbeurt heeft vertraging opgelopen en is nu aangekondigd voor de lente.Een ander, nog veel monumentaler project, een flagship store voor L'Oréal in Parijs, staat in de steigers. Pillet heeft voor L'Oréal ook een aantal haarkrullers ontworpen, bedoeld voor professionele salons. "Dergelijke opdrachten hebben meer met semantiek te maken dan met design", zegt hij. "Het zijn erg technische voorwerpen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze er ook klinisch moeten uitzien. Mijn uitgangspunt was dat L'Oréal behoort tot de schoonheidsindustrie, in tegenstelling tot de farmaceutische industrie. Als je naar de kapper gaat, heb je soms de indruk dat je in een ziekenhuis of een laboratorium terechtkomt. Waar het op aankomt is dat je voorwerpen bedenkt die technisch perfect zijn, maar waarvan de taal en het beeld zijn aangepast. In dit geval zachte, sensuele voorwerpen." Ongeveer tezelfdertijd tekende Pillet bij wijze van experiment een reeks productverpakkingen voor Shiseido, het Japanse beautymerk. "Al hun producten verwezen op dat ogenblik naar erg klassieke vormen en beelden. De lijn waar ik aan werkte richtte zich tot een jonger publiek, en dus heb ik nagedacht over techniek en technologie. Hightech, daar zijn we van afgestapt omdat die beeldentaal te industrieel was, te zwaar, te ernstig. Tegenwoordig kunnen we technologie en zachtheid combineren, sympathieke techno brengen. Het resultaat heeft iets spacelab-achtigs, met veel gevoel, door de kwaliteit van de gebruikte materialen maar ook door de voorwerpen zelf, die meer zijn dan alleen maar packaging." De lijn werd nooit uitgebracht, maar dat was ook nooit de bedoeling. "Je kan het vergelijken met de concept cars van de automobielindustrie. Frustrerend is dat niet, je zegt tegen jezelf: ik ben met iets interessants bezig. De tijd dat alle grote bedrijven ontwerpafdelingen hadden met 300 productdesigners per verdieping is voorbij. Tegenwoordig zijn het niet langer de eigen designers die de producten ontwikkelen. Het eigenlijke werk wordt gedaan door één of twee externe designers, en daarnaast worden er voortdurend microstructuren geraadpleegd, zoals de onze. Wij ontwerpen vooral meubilair. We hebben een andere kijk op consumentengedrag dan productdesigners, wier visie meer industrieel is. Misschien dat we daarom zo vaak worden gevraagd. Een designer van vandaag ontwerpt een stoel, een tafel, een universum, een manier van leven. Ik bestudeer het gedrag van mensen en bezorg hen dan de voorwerpen die een weerspiegeling zijn van hun levenskader. Vroeger moest je ernstig zijn. Nu werken we in de menselijke sfeer. Design kan grappig zijn, emotioneel, vulgair. Al die menselijke kwaliteiten zijn in ere hersteld. Ik werk graag aan voorwerpen waarvan de esthetiek aanleunt bij Playmobil of Lego. Geen kopieën, maar hetzelfde territorium. Het zijn technische voorwerpen, maar ze drukken die techniek niet uit." Voorbeelden uit zijn eigen oeuvre: een kapstok, een kroontjeswipper voor Leffe, of nog een apparaat dat hij bedacht voor Whirlpool: een doorzichtige glazen bol op een onderstuk met niet meer dan twee knoppen - "Zeg mij, waarom moet een microgolfoven absoluut de vorm van een oven hebben?" Je kan Pillets oeuvre beschrijven als nostalgisch futurisme (net als de Volkswagen kever, de i-Mac of de concept car van Marc Newson voor Ford), "een mode zoals elke nieuwe oplossing een mode is". Want: "Als je een nieuwe vrijheid vindt, gaat de hele wereld ermee lopen. Iedereen werkt op hetzelfde moment aan dezelfde thema's, en dan is het logisch dat je veel gelijkaardige ideeën ziet. Dan zit je inderdaad met een modefenomeen. Maar ik denk dat het onderliggende idee anders is. Mode is voor mij meer iets als voorwerpen van Alessi: ze vallen op. Wat ik probeer te doen is iets afstandelijker, impressionistischer. Ik wil geen voorwerpen maken die op speelgoed lijken of verkleed gaan als speelgoed. Een verre gelijkenis volstaat. Ik heb me altijd meer laten leiden door het avontuur dan door een carrièreplanning", zegt Christophe Pillet. "Of anders gezegd: de carrière is het avontuur. In de zin van: je doet iets, je doet iets anders. Ik teken graag voorwerpen, maar vooral: ik amuseer me graag."Jesse Brouns