"Zo'n sterk contrast tussen buiten en binnen kan bijna alleen in Rotterdam", zegt bewoner Michael Swier. "Net omdat het gebouw, zoals vele buildings in de buurt, zo strak is uitgelijnd. Maar binnenin wou ik die Nederlandse stijl niet, dus moest het hier anders worden. Ik wou het 'ronder', wat vrouwelijker misschien, een decor waarin je je een beetje in Parijs waant."
...

"Zo'n sterk contrast tussen buiten en binnen kan bijna alleen in Rotterdam", zegt bewoner Michael Swier. "Net omdat het gebouw, zoals vele buildings in de buurt, zo strak is uitgelijnd. Maar binnenin wou ik die Nederlandse stijl niet, dus moest het hier anders worden. Ik wou het 'ronder', wat vrouwelijker misschien, een decor waarin je je een beetje in Parijs waant." Voor de inrichting deed Michael een beroep op zakenpartner René Jongeneel met wie hij de bekendste bloemenzaak van Rotterdam runt : ''s Zomers Bloemen. Die zaak doet, naast bloemen, ook interieurdecoratie. René Jongeneel is op vele fronten actief : hij richt onder meer in Rusland woningen in, samen met de befaamde Nederlandse architect Erick van Egeraat, en onlangs werd hij door ontwerpster Marlies Dekkers betrokken bij haar tentoonstelling Mode in bloei in het Amsterdamse Rijksmuseum (tot 6 december). Hij houdt van stijliconen als Carlo Mollino en Piero Fornasetti en ontwikkelde een eigen barokke stijl met een Franse toets. "Nederlandse designers doen het geweldig maar wij vinden wat ze doen nogal 'blokkerig'. Denk aan iemand als Piet Hein Eek. Maar dat is niet de stijl die ons boeit", zegt René. De voorkeur voor hoekige composities is bij onze noorderburen diep verankerd en is een erfenis van De Stijl die blijft nazinderen. "Ik hou van de verfijnde afwerking die je meer in Parijs ziet, met goud, bladgoud, zilver en kostbare houtsoorten, en minder van dat ruwe." "De flat was oorspronkelijk een open ruimte zonder binnenwanden en met vrij veel vensters die voor flink wat openheid zorgen. Ik heb er een meer afgesloten, intieme ruimte van gemaakt door ongeveer in het midden een grote doos te bouwen waarin de slaapruimte en de natte cel zijn ondergebracht, en een compacte keuken in een van de wanden." Michael apprecieert de klassieke voordelen van een flat. "Alles bevindt zich op één niveau, je ziet de hele ruimte in een oogopslag. Dat schept intimiteit. Een woning met verdiepingen die gescheiden zijn door trappen is goed als je met velen samenwoont. Dan vind je wel een plek om je terug te trekken. Maar dat is een heel andere manier van leven. Zo'n flat is ideaal als je alleen bent of met twee." Om het gevoel van geborgenheid te versterken gebruikte René voor de doos donkere moeraseik, hout dat tweehonderd jaar onder water lag en een prachtig patina heeft. Met dit materiaal komt de natuur de woning binnen. "Dat heeft uiteraard te maken met de bloemenzaak, maar ook persoonlijk heb ik wat met de natuur. Ik ga graag stappen, vaak liever in een bos dan in de stad. Prachtig is dat. Dat gevoel haal ik in het interieur door veel natuurlijke materialen te gebruiken. Je ziet hier nauwelijks design. Veel meubels en objecten zijn ambachtelijk gemaakt uit basismaterialen als glas, klei, hout, steen en metaal, maar weinig of geen kunststof." Het resultaat is een interieur à la parisienne dat je je makkelijk kunt voorstellen in een Haussmanniaans appartement met stucplafonds en marmeren schouwen. Maar hier is de basisstructuur strak en best verfrissend. "Met al die ongewone decoratie heeft de flat iets van een 'on-Hollandse dream'", zegt René. "En toch, als je buiten kijkt zie je gewoon Rotterdam." Door Piet Swimberghe & foto's Jan VerlindeDe 'doos' in moeraseik rond de slaapruimte brengt intimiteit en haalt de natuur binnen