Hij houdt van gedreven mensen die wat in hun mars hebben, liefst ontwerpers die niet klakkeloos aanvaarden wat de goegemeente bevalt. Zelf is hij uiterst gevoelig voor alle vormen van schoonheid. De zoektocht naar wat mooi is, vormt de rode draad in zijn leven. Maar wat voor de hand ligt, laat hij links liggen. Daarom heeft dit interieur geen modern design. Toch is dit een hedendaagse woning, want de donkere wanden en de subtiele confrontatie van 20ste-eeuwse trouvailles met foto's van Inez Van Lamsweerde, Cindy Sherman en Nan Goldin zijn helemaal van onze tijd.
...

Hij houdt van gedreven mensen die wat in hun mars hebben, liefst ontwerpers die niet klakkeloos aanvaarden wat de goegemeente bevalt. Zelf is hij uiterst gevoelig voor alle vormen van schoonheid. De zoektocht naar wat mooi is, vormt de rode draad in zijn leven. Maar wat voor de hand ligt, laat hij links liggen. Daarom heeft dit interieur geen modern design. Toch is dit een hedendaagse woning, want de donkere wanden en de subtiele confrontatie van 20ste-eeuwse trouvailles met foto's van Inez Van Lamsweerde, Cindy Sherman en Nan Goldin zijn helemaal van onze tijd. De bewoner verfoeit alles wat te trendy is. Is dat niet wat vreemd voor iemand uit de modescène? "Dat is natuurlijk wat overdreven, maar begrijp het als een reactie", legt hij uit. "We leven immers in een tijd waarin het imago ontzettend belangrijk is, niet enkel in de modewereld, ook in de architectuur en de decoratie. Daarom doen veel mensen al snel een beroep op een professional: voor hun kleding op een couturier, voor hun interieur op een architect of een decorateur. Met als resultaat dat alles er hetzelfde gaat uitzien. Een boeiend interieur heeft een eigenzinnige ziel. Velen halen al hun ideeën uit magazines. Ik koop die enkel om te weten wat ik niet moet doen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals het maandblad The World of Interiors, waarin je wel vondsten doet. Daarin staan soms originele, authentieke gebouwen die niet tot in elk hoekje door iemand zijn gecreëerd." Hij begrijpt niet waarom zoveel rijke mensen zo weinig creatief omspringen met hun geld: ze verzamelen niets en hebben een saai interieur. Het bewijs dat rijkelui vroeger meer fantasie hadden, vindt hij in het prachtige interieur van het Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen. In dit romantische neorenaissancepaleis hangt de ziel van een verzamelaar die helemaal week werd van oude kunst. Ook dit interieur heeft een aparte voorgeschiedenis, want de hele verzameling meubels, boeken, kunstwerken en objecten werd in de loop van vele jaren, zeg maar een half mensenleven, bijeengesprokkeld. "Het verhaal begint na mijn studies, toen ik van alles en nog wat ging verzamelen, van postkaarten tot en met oude filmaffiches. Toen ik wat meer centen had, kwamen daar ook schilderijen, meubels en vazen bij. Maar er was meer", zegt de bewoner. "Net na mijn studies kreeg ik ook de kans om een oude boot te helpen restaureren. Een fantastische ervaring, waardoor de drang groeide om oude dingen opnieuw een ziel te geven, op een moderne manier. Hier zie je dat uiteindelijk ook, want deze flat was helemaal onderkomen, er woonden zelfs duiven in. Dat was de uitdaging. Uiteindelijk hebben het opdiepen van talent in de modewereld, het zoeken van objecten en het ontdekken en herstellen van zo'n verkommerde flat allemaal te maken met jachtinstinct." Deze flat in het centrum van Antwerpen werd net voor de Eerste Wereldoorlog gebouwd in een eerder strakke stijl die de naoorlogse art-decoperiode aankondigde. "Ik was meteen weg van het grondplan," vertelt de bewoner, "dat de vorm heeft van de in elkaar gestrengelde letters L en H. De vertrekken liggen rond een binnenkoer en een traphal met een prachtige lichtinval. Ik hou ook van de afgeronde hoeken die een extra dimensie schenken aan het spel van licht en schaduw. Gelukkig is de stijl strak en klassiek, waardoor de decoratie meer vrijheid krijgt. Ik hou immers van meer dan alleen één stijl. Ik kan net zo goed genieten van de meubels van Bugatti en Boulle als van een creatie van Jean-Michel Franck." Het meubilair is een eclectische verzameling, met onder meer een buisstoel van Gaston Eysselinck, een neo-Lodewijk XVI-fauteuil, een Chinese kast en een simpel tafeltje van Le Corbusier, waarboven een prachtig werkje van Paul Van Hoeydonck uit 1957 hangt. In tegenstelling tot de variatie in de meubels zijn de sierobjecten eenvoudig van vorm. De meeste zijn monochroom, zoals de forse gele vaas voor en de bronzen schaal op de schouw, een creatie van de Deen Yust Anderson. Het zijn stuk voor stuk uitgelezen objecten, niet altijd even kostbaar, maar geselecteerd op basis van hun vorm, kleur en textuur die oplichten tegen de donkere achtergrond van de muren. De symmetrisch uitgetekende architectuur straalt een enorme rust uit, die door de kleur van de wanden zelfs wordt versterkt. De talrijke foto's zorgen voor een portie tegengif. Zo ontstaat er een theatraal decor waarin je goed een moderne Hercule Poirot zou kunnen filmen. Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde