Je tilt een niet zo zwaar valies uit de lift, je rug getorst in een onnatuurlijke houding, en daar zit je opeens, à quattre pattes, in kikvorsperspectief aankijkend tegen een halletje dat sinds 1955 niet meer is veranderd, met in je rug een soort pijn die bij de minste beweging ondraaglijk lijkt te zullen worden. Als een dier kruip je naar binnen, achter de spionnetjes loerende ogen vermoedend, ogen van buren die wellicht zullen denken dat je strontzat op handen en voeten zit, ter grond neergezegen ten gevolge van de drank, wat een voor de hand liggender verklaring is dan een laf valies van Samsonite.
...