Leiden staat bekend als monumentenstad, universiteitsstad en museumstad. Maar de laatste tijd is het ook een gezellige stad geworden. Met een enorme keuze aan cafés en drijvende terrassen, antiekzaakjes, restaurants en leuke winkels. En nu de meeste straten en kaden zijn opgeknapt en ouderwetse lantaarns weer de grachten, stegen en pleinen verlichten, is Leiden zelfs een van de aantrekkelijkste oude steden van Nederland geworden
...

Leiden staat bekend als monumentenstad, universiteitsstad en museumstad. Maar de laatste tijd is het ook een gezellige stad geworden. Met een enorme keuze aan cafés en drijvende terrassen, antiekzaakjes, restaurants en leuke winkels. En nu de meeste straten en kaden zijn opgeknapt en ouderwetse lantaarns weer de grachten, stegen en pleinen verlichten, is Leiden zelfs een van de aantrekkelijkste oude steden van Nederland geworden De wandeling begint bij de bushalte in de Breestraat. Hier stoppen de meeste bussen vanaf het station en het gratis taxibusje vanaf parkeerplaats Haagweg. Ga je verder in de richting waarin je gearriveerd bent en sla je rechts de Pieterskerk-Choorsteeg in, dan bots je meteen op bijzondere winkeltjes. Noroc (Pieterskerk Choorsteeg 4, +31 71 541 66 29.) verkoopt espressomachines, het bijbehorende koffiehuis schenkt een uitstekend bakkie. Bij Art Nail (Pieterskerk Choorsteeg 1, +31 71 513 44 94.), de make-upstudio ertegenover, kun je je nagels in een kunstwerk laten veranderen. Op nummer 18 zit wolwinkel Ribbels (Pieterskerk Choorsteeg 18, +31 71 513 31 26, www.ribbels.nl), waar je veel buitenlandse wolmerken en breibeschrijvingen kunt vinden. Op de hoek kom je twee tweedehandswinkels tegen die veel oud linnen en hoeden verkopen. Je moet linksaf, maar rechtuit zie je nog meer hoeden : Het Hoedengilde (Pieterskerk Choorsteeg 14, +31 71 512 41 93. www.hoedengilde.nl) . Veel ontwerpen zijn er op het Verre Oosten geïnspireerd. Linksaf sla je de Langebrug in, op nummer 32a tref je antiekwinkel De Hooge Weide(Langebrug 85, +31 71 514 32 33.) aan. Die straalt de statige sfeer uit van een Schots landhuis. Italië herleeft in de delicatessenwinkel Pomino (Langebrug 83, +31 71 513 63 10.) op nummer 83. In Het Glaswinkeltje op nummer 91 vind je alles van vazen tot kunst. Vaak kleurig en vrolijk, soms een beetje mystiek en afkomstig van kunstenaars uit Scandinavië, Tsjechië en Italië. Iets verderop rechts volgt een smal poortje. Het is de Gekroonde Liefdepoort, waar ooit schilder Jan Steen woonde. Erachter bevindt zich een geslaagd samengaan van moderne en oude hofjes, waarbij het Pieter Gerritsz. Speckhofje (achteraan rechts) een kleine parel is. Als enige van de 35 Leidse hofjes zijn de bakstenen huisjes hier wit geschilderd. Door de poort linksachter in het hofje zet je de wandeling voort, waarbij je pal achter de Pieterskerk uitkomt. De kinderhoofdjes, de hoogoprijzende gotische kerk en de kleine huisjes doen je hier de 21ste eeuw helemaal vergeten. We lopen rechtdoor de Kloksteeg in, langs Templum Salomonis (Nieuwsteeg 1, +31 71 512 10 67, www.b-n.nl), de oudste boekwinkel van de stad. Het Prentenkabinet (Kloksteeg 25, +31 71 512 66 66, www.prentenkabinet.nl), een paar panden verderop, is één van de chicste Leidse restaurants. Ooit huisde er daadwerkelijk het prentenkabinet en nog steeds hangt het vol met oud-Hollandse gravures, want met veel oog voor detail is de voormalige bouwval hersteld. Achter nummer 21 ligt het Jean Pesijnhofje met in het hart een mooie zonnewijzer. Veel Amerikanen bezoeken deze plek. Hier woonde begin zeventiende eeuw een groep Pilgrim Fathers, geloofsvluchtelingen uit Engeland. Na een elfjarig verblijf in Leiden staken ze in 1620 met de Mayflower over naar Amerika. Hoe klein hun aantal ook was, ze hadden een grote invloed op de grondwet van de latere VS. Iedere Amerikaan van standing voelt zich dan ook nazaat van de Pilgrim Fathers, wat verklaart waarom president George Bush Sr. per se naar Leiden wilde toen hij in 1989 Nederland bezocht. We gaan rechtsaf het Pieterskerkhof op, in mijn ogen het mooiste plein van de stad. Autovrij en geflankeerd door het kasteelachtige Gravensteen en de machtige Pieterskerk. Tot 1512 stond hier de liefst 120 meter hoge kerktoren. Dat was te hoog gegrepen, na de instorting werd hij nooit herbouwd. De allure van het plein wordt door de Leidenaren nog niet onderkend. Zelfs op een zoele zomeravond ontbreken hier de rieten terrasstoelen en het geroezemoes van stemmen. We lopen om de kerk heen en dan links via de Muskadelsteeg naar het Gerecht. Via de Houtstraat kom je op het Rapenburg, Leidens beroemdste en deftigste gracht. Rechts staat het Rijksmuseum van Oudheden (Rapenburg 28, 0900 6600600, www.rmo.nl). Het laatste wat je verwacht wanneer je het bescheiden Hollandse grachtenpand binnenloopt, is een enorme zaal die een complete Egyptische tempel overkapt. Verrassend, ook in de overige aanpak van zijn collecties uit de klassieke oudheid en de vroegste geschiedenis van de Lage Landen. We steken het Rapenburg over en gaan rechtsaf langs het water, weer links langs de veel kleinere Groenhazengracht en dan door het poortje, waarop Sint-Joris een draak bestrijdt, links de Doelengracht langs. Kijk echter eerst even rechts, op de Oude Varkensmarkt, in het Pieter Loridanshofje tegenover nummer 8. Studenten houden er een bloemenrijke idylle in stand. Ook de Doelengracht is zo'n idylle. Kleine huisjes met muurplanten flankeren de gracht, waarin zeilbootjes iets van de sfeer van weleer terugbrengen. Het weelderige groen brengt je in de stemming voor de Hortus Botanicus (Rapenburg 73, +31 71 527 72 49, www.hortus.leidenuniv.nl). Je komt er door linksaf de Doelensteeg in te slaan, langs Camino Real (Doelensteeg 8, +31 71 514 90 69, www.caminoreal.nl) - de creatiefste keuken van Leiden in schitterend jarentachtigdesign - om daarna, terug op het Rapenburg, rechts onder de poort naast het Academiegebouw door te lopen. De Hortus, 's lands oudste botanische tuin, is beroemd om zijn kassen met tropisch spektakel, als de Braziliaanse reuzenwaterlelie en de Amorphophallus. Elders ontvouwen de uitheemse plantensoorten zich tegen het decor van de Leidse sterrenwachtkoepels. Op zondag waaien flarden klassieke muziek door het groen, want dan is de oranjerie omgetoverd in een concertzaal. Het Rapenburg volgend stuit je op het Van der Werfpark, aangelegd op de plaats waar in 1807 een schip met achttien ton buskruit ontplofte. Tegen alle regels in lag het midden in de stad aangemeerd omdat de schippers een onstuitbare zin hadden in een borreltje. De klap was tot in Den Haag hoorbaar. Na het Van der Werfpark kun je een stuk lekker doorstappen, zonder winkels of musea. Dat traject is zeker niet minder mooi, wel veel rustiger. Het komt uit bij De Klare Lijn, waar je de hoofdroute weer oppakt. Na het park ga je rechts en volg je de Garenmarkt tot het eind. Dan links de Hoefstraat in en aan het eind schuin rechts naar het Plantsoen langs de singel. Waar ooit de stadswallen lagen, strekt zich nu de grootste groene long van de binnenstad uit, geflankeerd door statige herenhuizen. Volg het pad langs het water met al zijn bochten, tot je uitkomt op een grote weg die je schuin naar links oversteekt de Plantage in. Dan links/rechts de Veerstraat in en links het Utrechtse Veer op, langs de Nieuwe Rijn, om het water via de Rijnbrug over te steken. Dan links verder tot de Herengracht, een wat goedkopere, maar niet minder fraaie versie van zijn Amsterdamse naamgenoot. Wandel die rechts van het water in en sla over de eerste brug links de Groenesteeg in. Wie van oude begraafplaatsen houdt, volgt de steeg echter eerst naar rechts. Een hekje aan het eind biedt toegang tot een unieke plek, waar je geen toerist zult tegenkomen. Als je goed zoekt, vind je er de grafsteen van Vincent van Goghs moeder. De bewoners van de Groenesteeg hebben de straatnaam letterlijk genomen. De steeg is omgetoverd in een oase, met hoge planten die op het trottoir uit het plaveisel groeien. We volgen het straatje tot het eind. Als tweede zijsprong kun je nog even de Middelste Gracht, de voorlaatste dwarsstraat, naar links inlopen. Naast nummer 4 is een poortje naar het Sint Anna Aalmoeshuishof. Vanwege de eigen kapel vinden velen dit het mooiste hofje van Leiden. Maar wees gewaarschuwd : er schijnt een spook rond te waren... De Groenesteeg komt uit op de Hooigracht, die we naar links oversteken, om rechtsaf de Hooglandsekerk-Choorsteeg in te lopen. Hier eindigt ons doorstaptraject en zal de ene na de andere verrassing ons weer vertragen. Na het park gaan we links het bruggetje over en dan steeds rechtdoor, de Nieuwe Rijn over de Hartesteeg in naar de Nieuwstraat. Die lopen we links in, maar kijk eerst nog even in de Hooglandsekerk-Choorsteeg iets verderop rechts. Op de hoek aan het eind vind je er De Klare Lijn (Nieuwstraat 1, 071 5132149.). Hoewel Leiden wemelt van de antiek- en brocantewinkeltjes heeft eigenaar Hans Olijerhoek altijd zijn afwijkende visie weten te behouden. Hij beperkt zich tot de jaren twintig-zestig en heeft veel glaswerk, lampen, schoolplaten en art-decobeeldjes. Ook is hij gek op houten archief- en museumkasten met een fascinerend ritme van laden, handvatten en etikethouders. De etalage puilt uit van de houten elektrische apparaten uit de jaren dertig, vol knoppen, hendels en metertjes. Zou die interesse voor wetenschappelijke spullen uit Hans' eigenlijke achtergrond voortkomen ? Niet lang geleden stond hij nog voor de klas als leraar wiskunde. Vandaar natuurlijk ook die klare lijn... De tweede verrassing is café De Bontekoe (Hooglandsekerk Choorsteeg 13, +31 71 514 10 94.) er schuin tegenover. Rond de eeuwwisseling ontworpen als slagerij en nog altijd bekleed met tegeltjes, die in de stijl van de Haagse School beschilderd zijn met Hollandse landschappen vol koeien. Hier komen vooral creatieve veertigers. Terug in de Nieuwstraat kijken we tegen de Hooglandse Kerk op, net als de Pieterskerk een laatgotische, sierlijke kolos. Dit exemplaar bezit echter een volledig wit, ijl, hoog interieur. Aan je linkerhand passeer je de onopvallende winkel Anterieur (Nieuwstraat 23, +31 71 512 48 26.), die alleen zaterdag open is. De naam is een samentrekking van interieur en antiek en de eigenaars zijn restaurateurs. Hier liggen de spullen dwars door en over elkaar, waardoor het lijkt alsof je een oude rommelzolder betreedt. Links om de hoek, op Beschuitsteeg 9, zit het wonderlijkste museum van Leiden. Het staat niet in geen museumfolder of reisgids en hoewel ikzelf in Leiden woon, ontdekte ik het onlangs pas : het Leiden American Pilgrim Museum (Beschuitsteeg 9, +31 71 512 24 13.). Ik ben dit kleinste museum ook het leukste gaan vinden, omdat je de informatie niet via informatieborden krijgt toegediend, ze wordt verteld. Door directeur/ conservator/ verzamelaar/ gids Jeremy Bangs zelf. Wat is heerlijker dan een goed verhaal, waarbij allerlei voorwerpen, plaatjes, boeken en rariteiten getoond worden. Vitrines ontbreken, je bent te gast in een origineel zeventiende-eeuwse huiskamer. Over de pilgrims zal ik verder niets vertellen, laat Jeremy dat maar doen. De Nieuwstraat volgend loop je via een poort de kern van Leiden binnen. Hier, afgeschermd van autogeruis en de moderne wereld, ligt De Burcht. Boven op een elfhonderd jaar geleden opgeworpen heuvel staat een ommuring uit de twaalfde eeuw, vanwaar je het mooiste uitzicht over Leiden hebt. De Hooglandse Kerk rijst als een Franse kathedraal op uit een zee van lage huisjes. Aan de voet van de heuvel ligt het café van Congrescentrum De Burcht (Burgsteeg 14, 071 5142389, www.deburchtleiden.nl) , met een aan jugendstil verwant interieur. Voor de lunch is Koetshuis De Burcht (Burgsteeg 13, +31 71 512 16 88.) ertegenover een goed adres. Maak vooral een rondje over de burchtmuur en ook één er onderlangs om dan het pad langs het koetshuis naar de Oude Rijn te volgen. Daar ga je rechts en weer rechts de Hooglandsekerkgracht in, vanwaar je nogmaals een grandioos zicht op de kerk hebt. De kerk rechts passerend kom je weer in de Nieuwstraat. Rechts/links volgt de Burgsteeg, met veel leuke winkels waaronder Safi (ambachtelijke spullen uit Marokko)(Burgsteeg 3, +31 71 513 04 00.), en Verre van Verre (vrolijkste en kleurigste cadeautjeswinkel van Leiden) (Burgsteeg 4, +31 71 513 21 49.). De Burgsteeg komt uit bij de Koornbrug. Daar, langs de Nieuwe Rijn, ligt het kloppende hart van de stad, met zijn drijvende terrassen en elke woensdag en zaterdag markt. En het stadhuis, V&D, de Haarlemmerstraat (gewonere winkels) en de Breestraat (chiquer) liggen op een steenworp afstand. Na het Waaggebouw brengt de Mandenmakerssteeg je terug in de Breestraat waar de wandeling begon. De bushalte naar het station is een stukje naar links. Tekst en foto's Paul Smit