Tartiflette is een aardappelgratin uit de Alpen met copieuze hoeveelheden gesmolten bergkaas en witte wijn, vaak opgewerkt met varkensvlees, room en ui. Het wordt meestal geserveerd als hoofdgerecht, met een groene salade als excuusgroente.

1,3 kg vastkokende aard-appelen, geschild 35 g boter

1 ui, gepeld en in fijne ringen gesneden

150 g reepjes gerookt spek

250 ml droge witte wijn

200 ml room 1 reblochon-kaas

1 teentje look

Snijd de aardappelen in gelijke stukken en kook tot je ze net kunt doorprikken met een vork. Giet af en laat afkoelen.

Smelt intussen de helft van de boter in een pan en bak uien en spek aan tot de uien zacht zijn en het spek begint te bruinen. Blus met de witte wijn, laat reduceren tot de helft van het volume op 180°C. Haal van het vuur en voeg de room toe.

Verwarm de oven voor. Snijd de aardappelen in kleine blokjes van ongeveer 1 cm. Verwarm de rest van de boter in een schaal en bak de aardappelblokjes bruin. Snijd de kaas overlangs in tweeën zodat je twee halve cirkels krijgt.

Wrijf een ovenschaal in met het teentje look. Vul de bodem met de helft van de aardappelen, schep hier de helft van het ui-spekmengsel over en leg hierop de helft van de kaas. Herhaal alle lagen en eindig met de andere kaashelft met de korst naar boven.

Bak vijftien minuten, tot de kaas bruin is en bubbelt. Als je het nog krokanter wilt, zet dan vijf minuten de grilfunctie aan. Serveer met een groene salade en een glas droge witte wijn.