We zitten in het café met de naam die mij tegelijk aan rollende inhouden van scheepsruimen doet denken en aan inboorlingen van Moea Papoea, zo'n knook door hun kroeshaar gevlochten, als in de stripverhalen van Nero. De Hotsy Totsy heet het hier en het parkeerplein hiertegenover doodgewoon Poel, maar zoals vaker fladdert mijn verbeelding hoger dan de leeuwerik. Ik zou niet weten hoe een leeuwerik eruitziet, mocht ik er toevallig een tegenkomen, bijvoorbeeld bij valavond, gehuld in een oversized camouflagepak, zoals Johny Rotten op de Lokerse Feesten. "God save the Queen", zou die leeuwerik misschien zeggen, of iets helemaal anders, woorden van voldragen wijsheid wellicht, want áls een vogel je al eens aanspreekt, dan mag je ervan uitgaan dat het voor iets bijzonders zal zijn, en niet om je pakweg de ...