Het is halfacht: ik ben klaarwakker door de jetlag en ga de straat op in Lima. Het is een paar honderd meter wandelen van het hotel tot Plaza San Martin, waarvan onze gids trots beweert dat het uit de klauwen van drugs en misdaad werd gered en aan het jonge volk teruggegeven is. Ik zie haveloze mensen op banken slapen, kleine kinderen in lompen gehuld, naast hun moeder die snoepjes en prullaria verkoopt. De grauwsluier die permanent over de stad hangt, lijkt de ogen van de mensen binnengedrongen te zijn.
...

Het is halfacht: ik ben klaarwakker door de jetlag en ga de straat op in Lima. Het is een paar honderd meter wandelen van het hotel tot Plaza San Martin, waarvan onze gids trots beweert dat het uit de klauwen van drugs en misdaad werd gered en aan het jonge volk teruggegeven is. Ik zie haveloze mensen op banken slapen, kleine kinderen in lompen gehuld, naast hun moeder die snoepjes en prullaria verkoopt. De grauwsluier die permanent over de stad hangt, lijkt de ogen van de mensen binnengedrongen te zijn. Op het strand van Paracas in het noorden blijken nauwelijks nog meeuwen te leven. El Niño heeft de visstand uitgedund, en om niet te verhongeren zijn de mensen op meeuwen gaan jagen... Een paar dagen later, de zon gaat op boven het Titicaca-meer. Onder mijn voeten knispert het berijmde stro. Daarvan is het drijvend eiland gemaakt waarop de Uros-indianen wonen. Snel zetten ze hun handeltje op als de toeristenboot komt aanvaren. De kinderen lopen blootsvoets en hebben verweerde wangen. Ze hoesten hartverscheurend, longontsteking is hier een frequente doodsoorzaak. Ik heb stevige schoenen aan en warme sokken, een fleece en een windjack tegen de kou, ik kom uit een warm hotel en voel me beschaamd. Een avond in de vallei van de inca's. Het lijkt of de hele school van het dorp rond ons draait. De kinderen verkopen popjes voor een paar soles, vragen potloden, kogelpennen. Ze willen een liedje met ons zingen, met ons dansen. Wie niet vies is van kleverige kinderhandjes heeft er zo een paar aan zijn handen bengelen en wiegt mee op het ritme. Iemand noteert een paar namen en we beloven bij onze terugkomst in België schrijfgerief op te sturen. Een andere dag op de trein tussen Puno en Cusco: er wordt aan de noodrem getrokken, tientallen vrouwen en mannen rennen met zware pakken op hun rug het veld in. Bij het volgende station staan leger, politie en douane klaar om te trein te doorzoeken. Smokkelwaar, waarschijnlijk uit het naburige Bolivia, wordt aangeslagen, wat ik kan zien zijn sigaretten en bier. Mensen worden hardhandig uit de trein gehaald... De eerste bron van inkomsten in Peru is de drugshandel, de tweede de smokkel van historische kunstschatten geroofd uit graven. Beide volgen dezelfde routes, zeer waarschijnlijk georganiseerd door iets grotere vissen dan die treinsmokkelaars. De stukken duiken op op de luchthaven van Miami, in musea en op veilingen in Europa en de Verenigde Staten. Als ik terugkom in België is er in onze kranten en op het internet heel wat te doen rond de mogelijke bouw van een gigantische kabellift, een commerciële galerie en een hotel van zes verdiepingen bij de ingang van de site van Machu Picchu. Een buitenlandse maatschappij heeft duidelijk brood gezien in de hang naar avontuur en spiritualiteit van de toerist. Nu kunnen er per dag 2000 mensen op deze unieke, moeilijk toegankelijke plek hoog in de Andes komen. Als het plan doorgaat, kan dat makkelijk verdubbelen. Maar de meerinkomsten zijn niet voor de plaatselijke bevolking. Weg busjes met de chauffeurs uit Aguas Calientes, weg kraampjes met souvenirs met de Indiaanse mama's, minder werk voor de plaatselijke restaurantjes, geen jongetjes meer die een wedren kunnen lopen met de bus van boven naar beneden en zo mee de gezinskas spijzen. Een toerist kan natuurlijk door een land als Peru reizen, zich vermeien in een ver en glorierijk verleden en enkel kijken naar het verblindende goud van de inca's. In sommige privé-verzamelingen is het zelfs tot tegen het plafond gespijkerd omdat de gulzige collectioneurs er geen blijf meer mee weten... Een toerist kan in Lima in een hotel in de rijke buitenwijk Miraflores gaan zitten en zich in een airconditioned bus langs de musea laten voeren. Hij hoeft niet door de gore straten te lopen. En als hij het wel doet en probeert de plaatselijke kranten te lezen, vraagt hij zich af waarom men zich bij ons alleen maar druk maakt over de bedreigde Machu Picchu.Tessa Vermeiren