Over L'Idiot du Village moet je gehoord hebben, want dat je er toevallig binnenstapt, is onwaarschijnlijk. Het 'restaurant van de dorpsgek' is ondergebracht in een van de weinig overgebleven 17de-eeuwse huizen in een kleurloos zijstraatje van de Brusselse Marollen. Toch kennen deftige burgers en zelfs koningin, prins en prinses de weg om discreet en gezellig te tafelen. L'Idiot du Village is intiem, want het schemerig verlichte interieur blijft verborgen voor de buitenwereld. Het decor valt te omschrijven als aangename, nostalgische kitsch. Oude schilderijen en reclamepanelen, een houten toog afkomstig uit een wiss...

Over L'Idiot du Village moet je gehoord hebben, want dat je er toevallig binnenstapt, is onwaarschijnlijk. Het 'restaurant van de dorpsgek' is ondergebracht in een van de weinig overgebleven 17de-eeuwse huizen in een kleurloos zijstraatje van de Brusselse Marollen. Toch kennen deftige burgers en zelfs koningin, prins en prinses de weg om discreet en gezellig te tafelen. L'Idiot du Village is intiem, want het schemerig verlichte interieur blijft verborgen voor de buitenwereld. Het decor valt te omschrijven als aangename, nostalgische kitsch. Oude schilderijen en reclamepanelen, een houten toog afkomstig uit een wisselkantoor, ouderwets Engels serviesgoed made in India, houten vloeren, tafels met geboende bladen, schemerlampen, flakkerende kaarsjes en een open keuken zetten een unieke sfeer. L'Idiot du Village bestaat bijna tien jaar en groeide uit tot een vaste waarde, waar de tafels soms weken op voorhand zijn gereserveerd. Om succes te oogsten, moet je origineel zijn: zo luidde het motto van initiatiefnemer Olivier Le Bret, die tegen de stroom op durfde te roeien. Zijn afwijkende formule was vanaf de eerste dag een succes, want L'Idiot is origineel en apart zonder overdrijving, zodat zelfs minder avontuurlijk ingestelde bezoekers zich thuis voelen. Olivier Le Bret groeide op in het restaurant van zijn vader ( Le Coeur Volant in De Haan) en ook daar kwam de koninklijke familie al over de vloer. Olivier was gedurende enkele jaren verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in de eetzaal van de trendy brasserie L'Océan. Daar ontmoette hij Alain Gascoin. Deze uit Bretagne afkomstige kok werkte nog een tijdje in het met goud belegde restaurant Carlton naast wonderboy Alain Passard. Daar valt niet veel meer van te merken, want in L'Idiot zijn de bereidingen eerder rustiek. Olivier en Alain werden dikke vrienden en besloten samen een restaurant te openen. Hun oog viel op een vervallen huis in de Marollen, waar bij het opruimen zelfs een oude auto vanonder de rotzooi tevoorschijn kwam. Voor de inrichting werden niet alleen allerlei verzamelobjecten en familierelikwieën gebruikt, maar ook een stevige dosis humor. Alain Gascoin is inmiddels vennoot. Hij brengt een instinctieve keuken. Onze keuze viel op: tatin van bladerdeeg, appel en in huis gemaakte bloedworst (400 fr.) waarin wij onaangename brokjes been aantroffen. Ook was er tartare nouvelle vague of een flauw mengsel van rauwgekapte zalm, jakobsschelpdieren, ganzenlever en eierdooier (650 fr.). Hoofdgerechten waren: perfect gebraden kalfsniertjes in een 'vettige maar prettige' room- en speksaus, zinloos begeleid door paarse aardappels (650 fr.). Aan de andere kant van de tafel kwam gebraden snoekbaars met uitjes in rode-wijnsaus (650 fr.). Het glas werd op aanraden van de baas gevuld met een Côtes de Blaye, Sociondo '95, een ouderwetse, lichte en dunne wijn die eigenlijk niets te vertellen had (1000 fr.). Om af te sluiten was er café glacé, gemaakt van geconcentreerde koffie en vanille-ijs (250 fr.). Wij kwamen matig tevreden buiten en vonden dat de keuken van L'Idiot stagneert. L'Idiot du Village: Ons-Heerstraat 19, 1000 Brussel. Tel. 02-502 55 82. Zaterdag en zondag gesloten. XXX (drie koksmutsjes) Pieter Van Doveren / Foto: Jan Caudron