Een paar dagen in het nieuwe millennium en de rust is weergekeerd. De stormen die over Europa raasden en de hype rond de millenniumbug zijn gaan liggen. De Belgen hadden trouwens aan marktonderzoekbureau Dimarso al vóór 31 december laten weten dat ze niet verwachtten dat er veel zou veranderen door die grote symbolische overstap.

Het werd toch nog een groot feest. Straten en pleinen in de hele wereld stroomden over. Maar er vielen geen noemenswaardige incidenten te melden, ondanks alle chaos. Geen bommen ook, geen terrorisme. De kaping in Kandahar liep af. De wereld draaide gewoon verder, ondanks alle doemdenken en de tonnen voedselvoorraden die bang gemaakte mensen - vooral dan in de States - in bunkers hadden opgeslagen, in de overtuiging dat de technologische vooruitgang slechts een kaartenhuisje zou blijken te zijn.

Het mooiste beeld van deze millenniumwissel was zeker de oude Nelson Mandela die, op de plek waar hij 20 jaar gevangen zat, een kaars ontstak en doorgaf aan zijn opvolger Tabo Mbeki. Een van de mooiste foto's in de internationale verslaggeving was allicht die van een Nieuw-Zeelandse grootvader en zijn kleindochter die hand in hand naar de nieuwe dageraad kijken. Hij weet dat hij slechts een heel klein deeltje kan beleven van de toekomst die met al die nullen begonnen is, en zij gelooft dat de decennia die komen en de hele wereld aan haar voeten liggen. Waar het leven echt over gaat: het vertrouwen in de toekomst doorgeven. Het besef dat technologie een ondersteuning is en moet zijn van de warme stroom die het leven kan zijn, en niet noodzakelijk een verkilling zal teweegbrengen in het netwerk van menselijke relaties. De grote straatfeesten die gevierd werden zijn daar misschien het beste bewijs van. Vuur, een eeuwenoud symbool, en hete soep waren genoeg om in Antwerpen honderdduizenden mensen op de been te brengen. Het oude Beatles-adagio uit de jaren '60 All you need is love kreeg bij de millenniumvieringen een onverwachte warme inkleuring.

Des te ergerlijker is het dat precies op dat moment een notoire witteboordcrimineel als Jean-Pierre Van Rossem op affiches als kerstman werd gepresenteerd door Teek, een blad dat vooral mikt op jonge mensen. Nadat hij vele maanden de kolommen van Humo heeft geteisterd als gepijnigde gevangene en daar ook, als insider, een paar belachelijke artikels heeft gedebiteerd over zwart geld in België, doet hij het nu nog eens over op twee pagina's in Teek.

Meneer Van Rossem stelt zichzelf graag voor als miskend genie en slachtoffer van het Belgische systeem. Een deel van de mediamensen trapt daar volgraag in of gebruikt Mister Moneytron gewetenloos om verkoops- of kijkcijfers op te krikken. Hallo, Luk Alloo!

Even merkwaardig was het kloosterinterview van Jan Van Rompaey met spijtoptant Dirk Trioen in de kerstperiode. Van hetzelfde kaliber nog: Michel Nihoul die zich, in de camera van de nieuwsverslaggevers kijkend, rechtstreeks tot de minister van Justitie richtte in prime time.

Zou zo'n hoofdredacteur het werkelijk flatterend vinden als een individu als Van Rossem publiek verklaart veel aan hem te danken te hebben? En wat te denken van een dertiger, uitgever van een jongerenblad, die dit soort paljassen, dat goed weet te leven in schijnarmoede met een miljardenschuld aan de Belgische staat, zonder enige scrupule in zijn pagina's als Robin Hood laat opvoeren? Daarbij wetend natuurlijk dat die uitgever zijn succes bouwt op de ambitie en het zweet van jonge journalisten en grafici die hij zwaar onderbetaalt en uitwringt.

Dit soort opportunistisch cynisme staat in deze met zinvolle symbolen beladen weken in schril contrast met het sobere gebaar van Mandela, een echte held. De hierboven vermelde heren zullen mij wel een moralist vinden, maar dat moet dan maar. Meezingen in het koor van de grote getallen lijkt mij van een hypocrisie die niet mee over de drempel kan.

Tessa Vermeiren