Snottebel, zo heette zijn eerste lamp, een rubberen tak die kan dienstdoen als kerstverlichting. Dr. Bamboozle was zijn eerste meubeltje, een met gele rubber overtrokken bamboezitje. Het waren interessante maar vooral 'cartooneske' oefeningen. Vijf jaar later is het duidelijk dat de Brusselse ontwerper Sylvain Willenz een boeiende evolutie heeft doorgemaakt. Zijn werk is discreter geworden, intelligenter, volwassener. Dat vindt hij zelf ook : "Snottebel, wat is dat nu voor een naam ? De helft van de mensen vindt dat grappig, de andere helft vindt dat ronduit stom. Ik heb de lamp herdoopt tot Milk, en aangepast. Ik wil nu eenvoudiger dingen maken : wel gesofisticeerd maar toegankelijk. Niet schreeuwerig, een soort schaduwfiguren. Ik hield er altijd al van om dingen te maken. Gezelschaps-, video- of kaartspelletjes vond ik nooit leuk. Ik kon me er niet op concentreren en ik haat regeltjes. Als puber las ik een boek over Philippe Starck en dacht : 'Wow, dat is een interessant beroep. Dan kun je zowel het interieur van een vliegtuig als een citroenpers bedenken.' Ineens besefte ik dat elk object dat ons omringt door iemand getekend is.
...

Snottebel, zo heette zijn eerste lamp, een rubberen tak die kan dienstdoen als kerstverlichting. Dr. Bamboozle was zijn eerste meubeltje, een met gele rubber overtrokken bamboezitje. Het waren interessante maar vooral 'cartooneske' oefeningen. Vijf jaar later is het duidelijk dat de Brusselse ontwerper Sylvain Willenz een boeiende evolutie heeft doorgemaakt. Zijn werk is discreter geworden, intelligenter, volwassener. Dat vindt hij zelf ook : "Snottebel, wat is dat nu voor een naam ? De helft van de mensen vindt dat grappig, de andere helft vindt dat ronduit stom. Ik heb de lamp herdoopt tot Milk, en aangepast. Ik wil nu eenvoudiger dingen maken : wel gesofisticeerd maar toegankelijk. Niet schreeuwerig, een soort schaduwfiguren. Ik hield er altijd al van om dingen te maken. Gezelschaps-, video- of kaartspelletjes vond ik nooit leuk. Ik kon me er niet op concentreren en ik haat regeltjes. Als puber las ik een boek over Philippe Starck en dacht : 'Wow, dat is een interessant beroep. Dan kun je zowel het interieur van een vliegtuig als een citroenpers bedenken.' Ineens besefte ik dat elk object dat ons omringt door iemand getekend is. Sylvain Willenz : Ik wilde vooruit, ontdekken, iets anders leren kennen... Toegegeven, er was ook een meisje dat naar Londen ging (lacht). Ik volgde eerst een voorbereidend jaar aan het Royal College of Art en daarna design. De materie werd vanuit verschillende hoeken benaderd : design en technologie, design en decoratie, design en kunst... Ik kreeg les van grote ontwerpers, onder wie Ron Arad, Sam Hecht, Tord Boontje. Er kwamen ook voortdurend internationale gastsprekers langs, dat is superinteressant. De ontwerpers die ik bewonder hebben er les gevolgd : Konstantin Grcic, Jasper Morrison. Het was een erg zware opleiding, maar je verlegt je grenzen. Ja, via expo's en designprijzen hadden we eerder kennisgemaakt. Marina Bautier lanceerde het idee : zij had een plek gevonden die ze met andere ontwerpers wilde delen, om de kosten te drukken. We noemden onze studio Atelier A1. Het heeft ons allemaal vooruitgeholpen. Ieder van ons heeft een andere achtergrond. Er heerst een positieve concurrentie, maar we doen echt wel ons eigen ding. Dat klopt. Ik geef zelf de Stuffzakjes uit, en nu ook de Slidespiegels. Die zijn vooral populair bij architecten, die ze rechtstreeks bij mij bestellen. Neen. Na mijn eerste jaar in Londen heb ik overwogen om illustratie te gaan volgen. Ik ben gefascineerd door stripverhalen en tekenfilms, van de alternatieve strips van L'Association tot Disney. Op zondagochtend kan ik uren naar oude Disneycartoons kijken op YouTube. Pas nog heb ik een stoel bedacht die geïnspireerd is op Goofy. Hij zal geproduceerd worden door een Japans bedrijf : Karimoku. Ik ben eerder toevallig in dat rubberverhaal terechtgekomen. Maar dat was goed, want het was iets anders dan hout of metaal. Toch werd ik er op een bepaald moment helemaal gek van. Want voor mij was er met dat materiaal maar één perfect object te maken : de Stuffzak. Toch heb ik veel geleerd van die rubberexperimenten. En ik blijf gefascineerd door soepele plastics : de Torchlamp bijvoorbeeld is ervan gemaakt en de harde schijf voor Freecom ook. Inderdaad. De Torch is ontstaan omdat ik een soort looplamp wilde maken, een baladeuse. Toen ik ze in 2007 voorstelde op een vakbeurs in Londen, waren er van de eerste dag massa's geïnteresseerde producenten. Ik heb gekozen voor Established & Sons. Het feit dat ik zeven jaar in Londen gewoond heb, zal er wel mee te maken hebben dat ik me snel thuisvoelde bij dit jonge label. Ik heb veel van dit product geleerd. Het is moeilijk om opnieuw zo'n object te maken dat even simpel en leesbaar is. Fabrikanten en merken vragen me nu om iets gelijkaardigs voor hen te maken. Maar dat doe ik niet. Wel stelde ik in april bij Established & Sons een nieuwe reeks lampen voor : de Landmarks. De Torch verkoopt goed, maar ik ben me ervan bewust dat het iets is voor een select publiek. De harde schijf voor Freecom is wel een echt massaproduct. De technische beperkingen waren enorm. In plaats van een bakje rond de schijf te bedenken, vond ik een schokbestendig hoesje eleganter. De schijf bestaat ondertussen in drie verschillende maten en de kleinste wordt verkocht tussen de USB-sticks. Toch wel. Ik was heel blij toen ik van het Cirva (Centre International de Recherche sur le Verre et les Arts Plastiques) een uitnodiging kreeg om in residentie te gaan. Concreet betekent het dat ik af en toe een week naar Marseille ga waar ik een heel team glasblazers en technici ter beschikking krijg. Fijn, maar stressy (lacht). Daar kan ik volop experimenteren. Stilaan ontwikkelt er zich iets met verlichting. Misschien resulteert dat in een industrieel product ? Misschien wel, ja. Ik wilde een erg basic collectie maken, rationeel, braaf misschien. Er is ook een terugkeer naar de brute vormen van industrieel design, als reactie op het decoratieve design van de jongste jaren. Het idee voor deze Candycollectie vloeit voort uit de huidige economische context. Betonijzer is het goedkoopste staal op de markt. Het is niet behandeld, als je het zo laat liggen, roest het. Het is bruut en tegelijk fijn. Ik bewonder de schizofrenie van een ontwerper als Jerszy Seymour, die een haardroger ontwerpt voor Moulinex, stoelen en tafels voor Magis en daarnaast nog druipende kunstobjecten. Daarin is hij erg vrij, net als Gaetano Pesce. In Hyères heeft Seymour een stoel met betonijzer geëxposeerd. Vreemd dat we allebei op hetzelfde moment door hetzelfde materiaal aangetrokken worden, maar we pakken het toch anders aan. De Candycollectie is nog aan het groeien, maar uiteraard hoop ik snel een producent te vinden die ze op de markt kan brengen. Designer van het Jaar is een initiatief van Knack Weekend en Weekend Le Vif /L'Express, Stichting Interieur, Grand-Hornu Images en Design museum Gent. Zij kozen Sylvain Willenz tot Designer van het Jaar 2009 omdat : " Sylvain Willenz is een zorgvuldig vormgever, met een zwak voor onderzoek naar materialen, zoals rubber, ooit gestart via een zomer-workshop bij Vitra (zie p. 146). Door zijn opleiding aan het Royal College of Art in Londen is design voor hem esthetiserend en weet hij hoe hij met beperkte middelen kan experimen-teren. Hij zit nog niet vast aan een eenvormige stijl. Hij heeft de toekomst voor zich." Moniek Bucquoye, lid Raad van Bestuur Interieur Foundation "Deze jonge Brusselaar heeft vooral de juiste mentaliteit voor deze tijd : hij beheert de eigen productie van een aantal rubberen accessoires zelf en slaagt erin om voor ingewikkel-dere producten de juiste partners te overtuigen, zoals het Britse Established & Sons. Met die positieve houding, gedrevenheid en ondernemerszin moet het hem lukken om een internationale carrière verder uit te bouwen." Trui Moerkerke, hoofdredacteur Knack Weekend " Al enkele jaren volg ik het werk van Sylvain Willenz en ik zie hoe sterk het evolueert. Zijn eerste experimen-ten vond ik interessant maar niet volledig uitgewerkt. Vandaag overtuigen zijn creaties mij door hun vanzelfsprekendheid, hun eenvoud en, vooral, hun elegantie. Hij bevestigt het potentieel dat ik bij hem vermoedde."Françoise Foulon, directrice Grand-Hornu Images " De keuze voor Sylvain Willenz beantwoordt aan het uitgangs-punt van de jury : het lokale niveau overstijgen en een interessant internationaal palmares bezitten. Zijn oplei-ding in Londen toonde zijn internationale ambities. Die heeft hij al waargemaakt met producten bij vooraanstaande buitenlandse bedrijven, waarvoor hij belangrijke prijzen ontving zoals Red Dot Award, iF Product Design Award en UK Grand Designs Award Product of the Year. Lieven Daenens, directeur Design Museum GentDoor Leen Creve en Isabelle Willot Portret Rob Walbers"Ik blijf gefascineerd door soepel plastic. De Torchlamp bijvoorbeeld is ervan gemaakt.""Er is een terugkeer naar de brute vormen van industrieel design."