Mijn dochter is net zestien jaar geworden. Het is een cliché zo hoog als een huis, maar het moederschap is het mooiste wat me ooit is overkomen. Ik mag mijn beide handen kussen: ze was een wolk van een baby en een modelkind. Ze sliep snel door en door...

Mijn dochter is net zestien jaar geworden. Het is een cliché zo hoog als een huis, maar het moederschap is het mooiste wat me ooit is overkomen. Ik mag mijn beide handen kussen: ze was een wolk van een baby en een modelkind. Ze sliep snel door en doorliep haar peutertijd zonder noemenswaardige crisissen. Ze is vrolijk, graag gezien door leerkrachten, vriendjes en vriendinnetjes. De voorbije zestien jaar waren redelijk zorgeloos. Nu ze zo stilaan haar eigen pad kiest, dringt de ernst van het opvoeden pas echt tot me door. Welke vrijheid geef ik haar en waar stel ik grenzen? Welke waarden en normen geef ik haar nog mee voor ze de wijde wereld in trekt? Het ouderschap maakt me plots wat onzeker. Het is zoeken naar de moeilijke balans tussen beschermen en loslaten. Net nog ging ze de deur uit om te gaan slapen bij een vriendinnetje. Voor ik iets kon zeggen, zei ze geruststellend: "Ik zal me gedragen, hoor. Geen drank, drugs of seks." "En niet te laat gaan slapen", voegde ik er nog snel aan toe. "Kinderen hebben veel vaker dan vroeger inspraak. Dat is democratisch opvoeden", stelt ontwikkelingspsycholoog Bart Soenens. Regels en afspraken maak ik het liefst in overleg met haar, maar ouderschap is toch ook vertrouwen en hopen dat het goed komt.