Zelfhulpboeken zijn als drugs. Zodra je er één hebt gekocht, riskeer je te hervallen. Er komen er elk jaar honderden op de markt. Dat is meteen het bewijs dat ze niet werken, anders zou eentje volstaan. Maar we krijgen het gevoel dat we telkens nieuwe ideeën en concepten moeten uitproberen om ons ego te verbeteren en bij te blijven in de versnelde maatschappij. Dat kan schadelijk zijn voor onze omgeving, net als drugs : we denken alleen nog aan onszelf en onze persoonlijke ontwikkeling, niet aan de mensen rond ons. We worden alsmaar narcistischer.
...

Zelfhulpboeken zijn als drugs. Zodra je er één hebt gekocht, riskeer je te hervallen. Er komen er elk jaar honderden op de markt. Dat is meteen het bewijs dat ze niet werken, anders zou eentje volstaan. Maar we krijgen het gevoel dat we telkens nieuwe ideeën en concepten moeten uitproberen om ons ego te verbeteren en bij te blijven in de versnelde maatschappij. Dat kan schadelijk zijn voor onze omgeving, net als drugs : we denken alleen nog aan onszelf en onze persoonlijke ontwikkeling, niet aan de mensen rond ons. We worden alsmaar narcistischer. Ik besloot mijn ideeën in een antizelfhulpboek te gieten, in plaats van een klassiek academisch werk te schrijven. Dat is uiteraard een parodie, met een simplistisch zevenstappenplan : ik zet de klassieke adviesjes helemaal op hun kop. In plaats van 'wees positief' en 'zeg ja' raad ik mensen aan om negatief te zijn en vaker neen te zeggen. Daarmee verzet ik me tegen zelfhulpboeken, maar de paradox is natuurlijk dat ik ook serieuze suggesties geef over hoe je moet leven. In mijn eigen utopische wereld zou dit het laatste en finale zelfhulpboek zijn dat de mensheid nodig heeft. Niet zo lang geleden heb ik de stoïcijnse filosofie ontdekt. Dat waren zelfhulpboeken avant la lettre, voor ze een industrie werden. Je vindt er heel direct advies voor de lezer : hoe krijg je je angst onder controle, hoe moet je leven... Er staan ook veel concrete oefeningen in. Een van de treffendste gaat over negatieve visualisatie. Wij zijn het gewend geraakt om altijd positief te denken. Als onze baby 's nachts onophoudelijk krijst, prenten we onszelf in dat hij snel zal stoppen. Maar dat helpt niet. De stoïcijnen zeggen : beter een wenend kind in je armen dan een dood kind. Een heel extreem idee, maar het helpt om dankbaar te leren zijn voor wat we hebben. Alles stopt ooit, dus probeer het zoveel mogelijk te appreciëren. We zouden onze gevoelens beter wat vaker verbergen. Dat klinkt reactionair en conservatief, en het past totaal niet in ons emotijdperk. We krijgen constant de boodschap dat we authentiek moeten zijn, dat we onze emoties moeten tonen. Maar het gevolg is dat we elkaar constant kwetsen. Voor mei '68 was het algemeen aanvaard dat we een masker droegen. Niet om onszelf tekort te doen, maar om een beleefde, draaglijke wereld te creëren. Luister niet altijd naar je buikgevoel. Soms is intuïtie een goede raadgever. Als je bijvoorbeeld iets moet bestellen op restaurant, is je buikgevoel - letterlijk - prima. Maar in complexe situaties is het vaak onbetrouwbaar. En bovendien riskant : we mogen niet beginnen te denken dat alleen de dingen die we leuk vinden waardevol zijn. Als je uitsluitend luistert naar je 'innerlijke stem', zoals veel zelfhulpboeken voorstellen, waarom zou je 's ochtends dan nog opstaan om voor je kinderen te zorgen ? We moeten weer leren om dingen te doen die we niet leuk vinden. In plaats van zelfhulpboeken zouden we beter romans lezen. Daarin krijg je geen simpel recept voor succes, maar een waarachtige boodschap : het leven is één chaos. Ik vind het moeilijk om één roman aan te raden, omdat dat zo persoonlijk is. Maar zelf heb ik veel gehad aan de trilogie van Karl Ove Knausgård. Hoe hij zijn leven zo gedetailleerd prijsgeeft, dapper vind ik dat. Inclusief de schaamte, frustraties en problemen. Zijn verhaal is herkenbaar, zeker omdat onze levens redelijk gelijklopend zijn. Ik ben ook vader van drie kinderen, ben ongeveer even oud, woon min of meer in dezelfde regio (op wereldschaal tenminste) en heb min of meer dezelfde levenservaring. Lezen dat ook hij het vaak moeilijk heeft, biedt troost. Van nature ben ik nogal vrolijk maar ik oefen mezelf in ongelukkig zijn. Als we problemen willen oplossen, moeten we die ook onder ogen durven te zien. Wie constant vrolijk en optimistisch rondloopt, wordt blind voor ellende en verandert niets. Svend Brinkmann (41) is professor psychologie aan de universiteit van Aalborg in Denemarken. Hij schreef het antizelfhulpboek Standvastig - Onder alle omstandigheden jezelf blijven, A.W. Bruna Uitgevers, 18,99 euro.DOOR STEFANIE VAN DEN BROECK"In plaats van zelfhulpboeken, zouden we beter romans lezen. Daarin krijg je een waarachtige boodschap : het leven is één chaos"