Soms vraag ik mij af : hoe zou zij het stellen, daar aan de achterkant van de wolken ? Natuurlijk zit zij niet écht achter de wolken, dat weet ik wel, zoals zij ook niet onder die rare steen zit waar haar naam toevallig op staat. Zij is weg, doodeenvoudig verdwenen, nu al langer dan een jaar. Eerst zoveel bezorgdheid, dan helemaal niet thuis. Haar stilzwijgen blijft mij verbazen.
...

Soms vraag ik mij af : hoe zou zij het stellen, daar aan de achterkant van de wolken ? Natuurlijk zit zij niet écht achter de wolken, dat weet ik wel, zoals zij ook niet onder die rare steen zit waar haar naam toevallig op staat. Zij is weg, doodeenvoudig verdwenen, nu al langer dan een jaar. Eerst zoveel bezorgdheid, dan helemaal niet thuis. Haar stilzwijgen blijft mij verbazen. Soms googel ik haar, in een zwakke poging om contact te leggen, een online versie van het oui-jabord zeg maar. Maar op tinternet is helemaal niets over haar te vinden. Alleen een Hollandse Suzanne Van Herp tref ik daar aan, een naamgenote die bij een prijsvraag een stel flipflops heeft gewonnen. In Bergschenhoek woont ze, die Suzanne, die wel niets met de-vrouw-die-mij-opgevoed-heeft gemeen zal hebben dan de toevalligheid van hun naam. De dood van 'mijn' Suzanne is inmiddels bestoft met as van talrijke andere doden. Yasmine bijvoorbeeld, die het slachtoffer werd van de liefde en die ik één keer mocht ontmoeten, verbluft door de zeggingskracht van haar ogen. Dan is er L., die met mij op het advocatenkantoor werkte en die deze vakantie op een flauwe zaterdagmorgen uit het leven is gerukt door een jonge bokser die één auto te veel wou inhalen. Ze was 42. Hoewel ik haar tien jaar niet meer had gezien, was ik er het hart van in toen ik het hoorde. Ook het verscheiden van Michaël Zeeman deed mij iets, omdat hij te jong was - zoals zoveel onbekenden van wie ik de naam zie in de kranten, vergezeld van een geboortejaar dat steeds vaker recenter is dan het mijne. Waarom toch, weledelgestrenge, altijd weer die vreselijkheden ? Mexicaanse griepdoden en mensen die door een trein worden gegrepen omdat zij verblind zijn door de laagstaande zon ? Stakkerds uit Afrika, bevroren aangetroffen tussen het landingsgestel met in hun broekzak een briefje, gericht aan 'de verantwoordelijken van Europa' ? Macabere grappen en ironische noodlottigheden. Terwijl alles wat wij willen op de dijk wandelen is, hand in hand met onze geliefde, een kind horen lachen en 's avonds op een zwoel terras babbelen met vrienden. Ik krijg de neiging dingen te doen die de-vrouw-die-mij-opgevoed-heeft deed, om haar op die manier te gedenken. Ik moet de aandrang bevechten om de melkjes en de suikerklontjes mee te pakken in cafés en restaurants, in een rare poging haar te eren. Zo worden zelfs die handelingen die ik belachelijk vond, bijna teder. "Hoe es 't nog met de katte ?" Waarom is dat, van alles wat zij gezegd heeft, het ene zinnetje dat ik blijf horen ? Kat en mens zijn nu dood. Gelukkig zag ik onlangs - het is maar een letter verschil - ook een doop. Deze doop had iets voyeuristisch doordat ik hem van zo dichtbij, vanachter een zwart traliewerkje, kon bekijken terwijl ik geen van de opgedaagde mensen kende. Ze zagen er blij uit en iedereen lachte. Ze hadden zo'n verzaligde uitdrukking op hun gezichten dat het deed denken aan een sekte, waar je op commando gelukkig moet zijn. Volgelingen van Bhagwan of anders wel van de voormalige motorsportjournalist Raël, die naar het genetische paradijs streven en zich op clitorisreconstructies werpen. Maar dit was geen sekte. Het was zuiver en oprecht en nog wat van die onbespoten eigenschappen die je in deze anabole steroïde wereld zelden ziet. Een hechte familie. De mensen keken ernaar, verbaasd en eerbiedig, geroerd kon je bijkans zeggen. Gefilterd licht viel in de juiste glooiingshoek door de glasramen naar binnen. Er was zelfs geen kuch om op te klimmen tegen de kruisgewelven. De zondagse pakken, de te glad geschoren wangen. De aanblik van die mensen die met dat kind het allerbeste voorhadden. Het was zo schoon dat ik zin kreeg iets lelijks te zeggen. Toen ik weer buitenstond, had ik het gevoel iets bijzonders te hebben meegemaakt. Ik dacht aan suikerbonen en voelde mij bevrijd. Ik was, tenminste voor twee of drie uren, weer opgewassen tegen de gedachte dat elke seconde alles kan vernietigen wat aan die seconde vooraf is gegaan. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders