Aspirine is bijna honderd jaar oud, en nog altijd worden er nieuwe therapeutische eigenschappen van ontdekt. Sommige mensen slikken ze zelfs dagelijks om langer te leven.
...

Aspirine is bijna honderd jaar oud, en nog altijd worden er nieuwe therapeutische eigenschappen van ontdekt. Sommige mensen slikken ze zelfs dagelijks om langer te leven.Marianne Meire De geschiedenis van het beroemdste medicijn ter wereld begint in de Griekse Oudheid bij Hippocrates. Hij beschreef de geneeskracht van de schors van de schietwilg (Salix Alba) voor de behandeling van koorts en pijn. Pas in de 19de eeuw werd de verantwoordelijke scheikundige stof in schietwilg geïdentificeerd als salicine. Hieruit werd niet veel later salicylzuur bereid, een poedertje dat op grote schaal als koortsverlagend en pijnstillend middel werd gebruikt. Het had echter een paar vervelende nevenwerkingen. Wie salicylzuur innam, raakte wel af van koorts en pijn, maar kampte vaak met irritatie van mond, maag en darmen. Er werd dus naarstig gezocht naar een middel met een analoge werking maar zonder de nadelen. De Franse chemicus Gerhardt ontdekte in 1853 de chemische stof die dit kon waarmaken : acetylsalicylzuur. Dit product had niet langer de storende bijwerkingen, maar helaas was de bereiding ervan te complex om het op grote schaal te kunnen produceren. De Duitser Felix Hoffmann, in dienst van de verffabrieken Bayer & Co, vereenvoudigde in 1899 de synthese van acetylsalicylzuur (ASZ), waardoor massaproductie wel mogelijk werd. Hij nam er een patent op en doopte het nieuwe middel Aspirine. In 1900 produceerde Bayer het poeder in de vorm van tabletten, en de successtory kon beginnen. Het wonderlijke aan dit verhaal is dat het nog ettelijke decennia duurt eer wetenschappers ontdekken hoe ASZ eigenlijk werkt. Miljoenen mensen namen de tabletjes ondertussen in zonder het effect ervan in hun lichaam te kennen. De werking van acetylsalicylzuur is drievoudig : het verzacht pijn, het weert koorts, en het is ontstekingremmend. In 1971 vindt de Britse Nobelprijswinnaar Vane de verklaring. Acetylsalicylzuur remt de aanmaak van het lichaamseigen hormoon prostaglandine. Dit hormoon speelt een rol in het doorseinen van pijnsignalen naar de hersenen, beïnvloedt daarenboven de warmtethermostaat in de hypothalamus, en werkt ook nog eens in op ontstekingsprocessen. Een middel dat de werking van dit hormoon blokkeert, vangt drie vliegen in een klap ! Wat nu volgt, is een sterk vereenvoudigde les biochemie. Hoe remt aspirine pijn ? We worden van gekwetste of ontstoken lichaamsdelen op de hoogte gebracht door het onaangename gevoel pijn. Om te vermijden dat we verderlopen met blaren, slechte tanden of verbrande vingers, vertrekt van de probleemplek een boodschap naar de hersenen zodat we er ons bewust van worden en kunnen reageren. In dit chemisch proces spelen onder meer ook prostaglandinen een rol. Acetylsalicylzuur in aspirine remt de aanmaak van dit hormoon, zodat het doorseinen van pijnsignalen naar de hersenen niet meer normaal kan verlopen. De pijn is er nog, want de oorzaak is niet weggenomen. Maar wat onze hersenen niet registreren, voelen we ook niet. Hoe weert aspirine koorts ? Diezelfde prostaglandinen beïnvloeden bij ziekte de warmtethermostaat in de hersenen waardoor de lichaamstemperatuur stijgt en er koorts ontstaat. Koorts is niet echt functioneel en kan zelfs gevaarlijk zijn. Verlagen is dus de boodschap. Aangezien ASZ in aspirine de prostaglandineproductie verhindert, kan deze stof de hypothalamus niet bereiken en blijft de thermostaat daar in de normale stand staan. Een voordeel van ASZ is dat als je het inneemt bij een normale lichaamstemperatuur (bijvoorbeeld als pijnstiller bij tandpijn) de warmteregelaar in de hypothalamus ongemoeid blijft. Van aspirine zal de lichaamstemperatuur dus niet abnormaal dalen. En hoe komt het dat aspirine ook nog ontstekingremmend werkt ? Een ontsteking is een nuttig wapen van ons afweermechanisme tegen vreemde ziekteverwekkers. Soms loopt het ontstekingsproces uit de hand en heeft het ook geen zin als afweergeschut. Hoe dit alles precies verloopt, is nog niet helemaal in kaart gebracht, maar wel is bekend dat een verhoogde productie van (opnieuw) prostaglandinen ontstekingsverschijnselen stimuleert. Opnieuw verklaart de remmende werking van ASZ op de prostaglandineproductie de ontstekingremmende werking van aspirine. En het wordt steeds spannender. Want er volgde nog een ontdekking in verband met het effect van aspirine. Wanneer de productie van prostaglandinen wordt onderdrukt, hebben bloedplaatjes de neiging om minder snel samen te klitten. Dit betekent dat acetylsalicylzuur ook in staat is om te verhinderen dat bloedvaatjes dichtslibben en dat bloedklonters worden gevormd. In een tijdperk waar ziekten aan hart- en bloedvaten de belangrijkste doodsoorzaak zijn, is dit een spectaculaire ontdekking. Terwijl haar tijdgenoten al lang naar het museum zijn verhuisd, treedt aspirine opnieuw op het voorplan. Al in 1985 erkennen Amerikaanse Federal Health Officials dat één aspirientje per dag het risico op hartaanvallen verkleint. In 1989 wordt bevestigd dat een lage dosis aspirine om de andere dag het risico op hartaanvallen met 44 % doet afnemen. Het verhaal van aspirine lijkt geen einde te kennen. Op dit ogenblik wordt intens verder gewerkt op de verrassend positieve resultaten in de behandeling van acute hartaanvallen. Ook lopen er onderzoeken die de rol van acetylsalicylzuur in de behandeling van kanker nagaan. Maar nu even concreet. Want wat betekent dit alles voor u en mij ? Moeten we nu met z'n allen een dagelijkse dosis acetylsalicylzuur innemen ? Neen. Experimenten zijn een zaak voor laboratoria. Al ligt de kwestie wel gevoelig wanneer u weet of vermoedt dat u tot de risicogroep voor hart- en vaatziekten behoort. Dan kunt u aspirine ter sprake brengen bij uw volgende bezoek aan de huisarts of cardioloog. Aspirine is overigens geen mirakelmiddel. De preventie van hart- en vaatziekten, en ook van kanker, heeft nog altijd veel meer met onze levenswijze te maken dan met de inname van een medicijn. Felix Hoffmann, hij moest het eens weten. Hij zocht naar een middel dat zijn aan gewrichtsontsteking lijdende vader zonder nevenwerkingen van pijn kon afhelpen. Hij ontdekte een medicijn dat vandaag meer dan ooit in het middelpunt van de wetenschappelijke belangstelling staat.