Zij is super intelligent, maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt", lees ik op de cover van Aanpakken !, de nieuwste titel van Sophie Kinsella, bestsellerauteur van onder andere de Shopaholic !-serie en Hou je mond ! Dat zijn een hoop uitroeptekens bij elkaar en dan heb ik het nog niet over de blurbs op de achterflap. "Oergeestig !" vinden ze bij Avantgarde, terwijl de Telegraaf gewag maakt van miljoenen vrouwen die zich in het oeuvre van mevrouw Kinsella herkennen. De coverfoto is alleszins intrigerend. We zien het onderlichaam van een jonge vrouw die zit te lezen op het toilet. Nu ja, het deksel is dicht, de uitgeverij houdt het netjes. Ze heeft mooie slanke benen, de vrouw, maar haar voeten steken in prozaïsche Birkenstocks. Er staat een thermos in beeld en een emmer en zwabber. "Waar gaat dit in hemelsnaam over ?" vraagt de potentiële lezeres zich af en dat is natuurlijk de bedoeling. Enter Samantha Sweeting, een jonge Londense topadvocate die keihard werkt en "het heerlijk vindt als de adrenaline door haar slanke lijf jaagt". Tot ze een enorme fout maakt die haar hele carrière op de helling zet. Door een speling van het lot komt Sam in een grote villa terecht waarvan de eigenaars niet vermoeden dat hun nieuwe huishoudster, die niet eens een strijkplank kan uitklappen, een IQ van 158 heeft. Maar Sam valt nog liever steendood dan de aantrekkelijk bemodderde tuinman om hulp te vragen bij het bereiden van haar eerste gastronomische maaltijd...
...

Zij is super intelligent, maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt", lees ik op de cover van Aanpakken !, de nieuwste titel van Sophie Kinsella, bestsellerauteur van onder andere de Shopaholic !-serie en Hou je mond ! Dat zijn een hoop uitroeptekens bij elkaar en dan heb ik het nog niet over de blurbs op de achterflap. "Oergeestig !" vinden ze bij Avantgarde, terwijl de Telegraaf gewag maakt van miljoenen vrouwen die zich in het oeuvre van mevrouw Kinsella herkennen. De coverfoto is alleszins intrigerend. We zien het onderlichaam van een jonge vrouw die zit te lezen op het toilet. Nu ja, het deksel is dicht, de uitgeverij houdt het netjes. Ze heeft mooie slanke benen, de vrouw, maar haar voeten steken in prozaïsche Birkenstocks. Er staat een thermos in beeld en een emmer en zwabber. "Waar gaat dit in hemelsnaam over ?" vraagt de potentiële lezeres zich af en dat is natuurlijk de bedoeling. Enter Samantha Sweeting, een jonge Londense topadvocate die keihard werkt en "het heerlijk vindt als de adrenaline door haar slanke lijf jaagt". Tot ze een enorme fout maakt die haar hele carrière op de helling zet. Door een speling van het lot komt Sam in een grote villa terecht waarvan de eigenaars niet vermoeden dat hun nieuwe huishoudster, die niet eens een strijkplank kan uitklappen, een IQ van 158 heeft. Maar Sam valt nog liever steendood dan de aantrekkelijk bemodderde tuinman om hulp te vragen bij het bereiden van haar eerste gastronomische maaltijd... Zal Sophie Kinsella met Aanpakken ! een Pulitzer winnen ? Vast niet. Zal haar bankrekening er wel bij varen ? Reken maar. Het moet zijn dat er een publiek is voor dit soort boeken, want alleen al de laatste week belandden er een zestal nieuwe titels op mijn bureau. Gemakkelijk te herkennen aan hun covers in pastelkleuren, hun titels in metalige foliedruk en de aanbevelingen op de achterflap : "Briljant" ( Cosmopolitan) - "Warme, klassieke chicklit. Terwijl je op zoek bent naar Mr. Right kun je nog veel plezier hebben met Mr. Wrong" ( InStyle) - "Het snelle tempo van een sitcom, echt lachen, verfrissend" ( People). De koopster in spe weet meteen : dit is een lekker boek, daar wil ik straks mee naast het zwembad liggen. Waarom heet chicklit überhaupt chicklit ? Vrouwen schreven toch altijd al over vrouwen. Als Jane Austen vandaag zou leven, zouden we Pride and Prejudice tot de chicklit rekenen ? Is TheCatcher in the Rye van Salinger dan dicklit ? Om nog te zwijgen van High Fidelity van Nick Hornby. Maar laten we even terugbladeren in Het dagboek van Bridget Jones, 59 kilo en de oermoeder van het genre. In 1995 dook ze voor het eerst vrij geruisloos op in Helen Fieldings wekelijkse columns voor de Britse krant The Independent. Een wat morsige, verwarde vrijgezellin van in de dertig die als secretaresse-achtige redactrice bij een uitgeverij werkt, maar meer geïnteresseerd is in haar charmante versierder van een baas dan in haar job. Als ze bij een boekvoorstelling Salman Rushdie tegen het lijf loopt, weet ze niets anders te verzinnen dan : " Do yóu know where the toilets are ?" Haar ambities, zoals ze die in de aanloop tot haar dagboek in de vorm van goede voornemens uitdrukt, zijn pertinent, maar niet echt hooggegrepen : stoppen met roken, niet meer dan veertien eenheden alcohol per week drinken, met een anticellulitisdieet de omvang van haar dijen met zeven centimeter verminderen (dat wil zeggen 3,5 cm per dij), een stabiele relatie aanknopen met een verantwoordelijk, volwassen persoon. Na veel verwikkelingen en hilarische situaties valt ze uiteindelijk op de advocaat Mark Darcy, even degelijk, trots en saai als Jane Austens Mr. Darcy. Op aandringen van Helen Fielding werd dat personage in de filmversie trouwens gespeeld door Colin Firth, de Britse acteur die ontelbare vrouwen deed smachten toen hij eerder vol onderdrukte passie gestalte gaf aan de 'echte' Darcy in de succesvolle BBC-televisiebewerking van Pride and Prejudice. Want het was wel degelijk op die literaire klassieker vol romantische hunkering dat Fielding haar postfeministische bestseller baseerde. Joneshaters betogen dat Bridget een en ander kan leren van Austens vastberaden spinsters. In hun ogen beschrijft het dagboek niet louter de particuliere twijfels van een hysterische overjarige tiener, maar de werkelijke, wat gênante wanhoop van een hele generatie overschietende vrouwen. Ze zijn een eind in de dertig of zelfs veertig, redelijk opgeleid en hebben in het beste geval een aardige carrière, maar hun liefdesleven is een puinhoop. Geen fijn rolmodel voor de aankomende jeugd, vinden de critici, geeft geen goede indruk van de potentie van het vrouwelijk bestaan. Maar wie heeft ooit beweerd dat Jones/Fielding dat zou willen ? Er is nu eenmaal bitter weinig rolmodellerigs of heldinnerigs aan Bridget en zelf zou ze de eerste zijn om dat toe te geven. Het immense succes van het dagboek én de verfilmingen bewijst dat het personage hoe ook voldoende aanknopingspunten levert om vrouwen met haar te doen sympathiseren. Dat is op het eerste gezicht iets minder het geval met de Amerikaanse tegenhangers van Bridget, de vier kokette New Yorkse vriendinnen uit Sex and the City. Ook zij ontsproten aan het brein van een columniste, in dit geval de onverbiddelijk glamoureuze Candace Bushnell, maar werden wereldwijd populair dankzij de televisieserie die nu als een oneindige tape avond na avond op VijfTV loopt. Zijn de zes seizoenen uitgezonden, dan beginnen ze gewoon van voren af aan, ook al is de serie intussen allang op dvd verkrijgbaar. Net als Bridget blunderen Carrie, Miranda, Samantha en Charlotte dat het lieve lust is, maar dan met een duurdere garderobe en betere kapsels en op stiletto's van Manolo Blahnik of Jimmy Choo. En terwijl er bij de Britse eerder sporadisch sprake is van simpel shagging, is het seksleven van de vier Manhattanites oneindig gevarieerd. Mannen kunnen er veel van leren : zet een jonge knul voor de televisie en uit een paar afleveringen steekt hij meer op over vrouwelijke erotiek en seksuele etiquette dan uit het verzameld werk van Kinsey en Shere Hite samen. Doen keurige vrouwen aan anale seks ? Nee, tenzij met het juiste glijmiddel. Zijn alle vibrators veilig ? Ja, vooral als je bij het gebruik een skibroek aanhebt. Alles bij elkaar bestaan er dus weinig overeenkomsten tussen de leefwereld van slonzige, niet bijster succesvolle Bridget en die van de wereldwijze, Cosmopolitan-nippende carrièrevrouwen over de grote plas. En toch zijn in beide voorbeelden alle elementen van de chicklit verenigd : zelfrelativering, humor, een rake observatie en herkenbaarheid. Elementen die eigenlijk altijd al in vrouwenboeken aanwezig waren. Mijn eerste 'literaire' heldin, op Tiny na, was Bonnie Malone. Ik heb ze nog allemaal, de vergeelde, enigszins mufruikende Prisma Juniores waarin haar avonturen verschenen. Bonnie kwam uit een chaotisch, maar warm Amerikaans gezin waarin voortdurend cakejes gebakken werden en artisanaal pepermuntijs gemaakt. Ze had rode vlechten en sproeten en haar bijnaam was Vossenstaart. Geld voor mooie kleren had ze niet en er waren altijd mooiere en rijkere meisjes in het spel, maar Bonnie was wel hoofdredactrice van het schoolblad Hark Ye en door haar joligheid en spontaniteit en zelfgebakken koekjes won ze telkens het hart van buurjongen Andy. De sympathieke underdog die nooit echt een loser wordt, het is een type heldin met wie wij vrouwen ons graag identificeren. Een heel ander type antiheldin is Isadora Wing, de ik-figuur van Fear of Flying, in het Nederlands vertaald als Het ritsloze nummer. Ik moet een jaar of negentien geweest zijn toen ik deze klassieker van de feministische bekentenisliteratuur verslond. Met rode oortjes, want Isadora's even stomende als verwarde sekscapades, geheel in de geest van de vroege jaren zeventig, dat was heel andere koek dan de onschuldige zoenen van Bonnie en Andy. "Haar geest wil vrijheid, onafhankelijkheid, het recht om te werken, te schrijven. Haar lichaam wil seks, seks, seks en liefde en troost", zo stond het op de achterflap. Erica Jong had beslist meer literaire ambities dan de gemiddelde chicklitauteur, ze was niet voor niets een protegee van Henry Miller, maar de zelfspot en de soms navrante humor maakten haar romandebuut voor mij een stuk verteerbaarder dan het klagerige The Womens Room ( Ruimte voor vrouwen) van Marilyn French of Anja Meulenbelts De schaamte voorbij, het soort boeken dat toen tot bh-verbrandingen, echtscheidingen en abortussen leidde. Uit Het ritsloze nummer kon je leren dat ook slimme vrouwen soms verliefd worden op mannen met remsporen in hun onderbroek en dat was voor mij al ontnuchterend genoeg. Dezelfde bevrijdende humor zat ook in The Life and Loves of a She-Devil ( Leven en liefdesvan een duivelin) van Fay Weldon, nog zo'n semiliteraire voorloper van de chicklit, over een foeilelijke vrouw die zich gruwelijk wreekt op haar ex en zijn nieuwe vriendin. Academici kijken graag neer op de populaire brutalemeidenboeken. De Britse schrijfster Beryl Bainbridge noemt het genre 'louter schuim'. De feministe Doris Lessing is het met haar eens : "Jonge vrouwen zouden over het echte leven moeten schrijven, niet van dat halfdronken gewauwel over hun gewicht en welke jurk ze moeten aantrekken en hoe ze een vent kunnen strikken." Niet iedereen is zo streng. Professor Julia MacDonnell, die aan de universiteit van New Jersey een cursus creatief schrijven geeft, ziet wel iets in chicklit : "Het genre bulkt van de clevere, ironische verhalen over eigenzinnige jonge vrouwen die hun draai in het leven proberen te vinden. Het niveau ligt meestal lichtjaren boven dat van de doorsnee Boeketreeksromance. Naast puur entertainment krijg je tussen de regels ook vinnige inzichten mee over de manier waarop we tegenwoordig leven."Ik kan dat alleen maar beamen. In het Angelsaksisch taalgebied horen Margaret Atwood en Anne Tyler tot mijn favoriete auteurs, maar ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik ook lol beleefde aan Plum Sykes Bergdorf Blondes. The Girls' Guide to Hunting and Fishing ( Vrouw zoekt man) en The Wonder Spot ( Wonderland) van Melissa Bank zijn pakkend geschreven en Come Together ( Hou van mij) en Come Again ( Blijf bij mij), de chick- & ladlit van het echtpaar Josie Lloyd en Emlyn Rees zijn simpelweg sympathieke ontspanningslectuur. En nee, het ziet er niet naar uit dat chicklit een voorbijgaande rage is. Van een veeleer pejoratieve benaming is het een regelrechte marketingterm geworden. Er is ook sprake van een verregaande diversificatie. Er is mystery chicklit, met snuggere vrouwelijke detectives als heldinnen, mom lit - een aardig voorbeeld is I don't know how she does it ( Hoe krijgt ze hetvoor elkaar) van Allison Pearson, bigger girls lit over jonge vrouwen die met hun gewicht worstelen en christian chicklit, voor de meer conservatieve Amerikaanse markt. Het fenomeen groeit ook mee met de auteurs en de lezeressen : er is nu al chicklit voor meisjes van vijftig en zestig. Anderzijds laat de formule van het genre weinig afwijkingen toe. De al tegrote fantasie van Olivia Joules, Fieldings opvolger van de Bridget Jones dagboeken, flopte grandioos omdat de heldin, een beautyjournaliste die zich tot een vrouwelijke James Bond ontpopt, elke herkenbaarheid mist. Candace Bushnells Lipstickjungle, een soort grown-upgirls' guide to power, was dan weer te somber van toon om te bekoren. Is chicklit een puur Angelsaksische aangelegenheid ? In Vlaanderen zijn er nog geen echt succesvolle vertegenwoordigers opgestaan, net zoals wij ook geen Vlaamse Rosamund Pilcher of Maeve Binchy hebben, schrijfsters van wat zoeterige, maar enorm populaire romantische vrouwenromans. Tussen Boeketreekspulp en literaire auteurs als Kristien Hemmerechts, Annemie Verbeke en Margot Vanderstraeten gaapt bij ons een grote leegte. In Nederland krijgt de grappigevrouwenfictie wel voet aan de grond. Knackcollega Anna Luyten, juryvoorzitter van De Gouden Uil Literatuurprijs, verwees er zelfs naar in haar juryrapport. Speelt hier het Heleen Van Royen-effect ? Hoewel Een gelukkige huisvrouw en Godin van dejacht misschien net iets te cynisch zijn om ze tot de chicklit te kunnen rekenen. Titels als Sushi & chardonnay van Yoyo van Gemerde en Beau ravage van Esther Blinker voldoen wel aan alle criteria van het genre. Anna Luyten : "Dit jaar zaten er opvallend veel hilarisch bedoelde verhalen over het vrouw zijn in het aanbod. Alles wat maar enigszins naar vrouwenboek ruikt, wordt door de Nederlandse uitgevers op de markt gegooid. Je merkt dat de auteurs proberen de juiste tongue in cheeck-toon te vinden, maar vaak is het een gemakkelijkheidsoplossing die leidt tot middelmatigheid en melige humor." Falende rolmodellen, flauwe grappen. Moeten we ons misschien toch zorgen maken over Bridget, Carrie en hun vele klonen ? Niet volgens de Nederlandse angliciste Christien Franken die in 2001 al een heldere analyse van chicklit maakte in het literaire tijdschrift De Gids. Zij ziet het genre als een parodie op de Bildungsroman of de Britse novel of education waarin heldinnen als Jane Eyre of de Bennet-zussen uit Pride and Prejudice allerlei crisissen doormaakten en daar gesterkt en als een beter mens uitkwamen. Dat vrouwelijke getob nu het onderwerp van zelfspot in fictie is zou je als een vorm van emancipatie kunnen beschouwen. Weg met het ideaal van de perfecte mens, leve de ironie. Hoe ook, de cirkel is rond. Zowel Bridget als Carrie werden voor het eerst opgevoerd als heldin van een dagboekachtige column. Dagboeken zijn ook de nieuwste rage in het chiclit genre. Niet op papier, maar online. Als Girl with a one track mind, Belle de jour en Washingtonniene maken bad girls het internet onveilig met hun onverbloemde commentaar op hun eigen (seks)leven en dat van anderen. Winnaar van de Bloggie, de beste Europese weblog zeg maar, werd ook dit jaar de in België wonende Zoe McCarty, met het geestige My boyfiend is a twat. Haar commentaar in The Independent on Sunday : "Ik moet de eerste man nog tegenkomen die fatsoenlijk over seks en relaties kan schrijven. Hun hersens zitten gewoon niet op de juiste plek." www.myboyfriendisatwat.com Door Linda Asselbergs