Pronkzucht wordt al te vaak met de paplepel ingegeven, dus om snobs in de dop elke kans tot dure praatjes te ontnemen, kiezen bepaalde scholen voor een uniform. Een artificieel mini-universum zonder rang of stand. Maar niet alleen scholen zoeken eenheid in kledij, overal duiken geüniformeerden op. Het leger spant ongetwijfeld de kroon. Gezien de vele blauwgestreepte inspiraties doorheen de modegeschiedenis, lijkt de marine het meest tot de verbeelding te spreken. Camillo Ciot, vertegenwoordiger van de marine in de kledijcommissie van Defensie, ziet vaak mensen wegdromen. "Als ik in uniform op de trein naar het werk zit, vuren ze vragen af over onze reizen naar vreemde landen." Zijn vrouwelijke collega, Micheline Porta, beaamt de romantiek van een marine-uniform, zij trouwde zelf met een marinier. Maar mensen durven zich weleens te vergissen, zo blijkt : "Ze hebben me in de Brico al eens gevraagd welke verf ze moesten kiezen."

Nochtans is de marine overbekend en bleef hun uniform al sinds de jaren zeventig zo goed als onveranderd. Ciot : "Op een bepaald moment wilde Defensie de dubbele knopenrij laten verdwijnen, maar dat stuitte op protest. Wij moeten internationaal herkenbaar zijn, marinekledij is bijna overal ter wereld gelijk : donker, met een anker op de knopen, graden op de mouwen en meestal een dubbele rij knopen. In tegenstelling tot de andere legercomponenten is de nationale driekleur enkel verwerkt in ons hoofddeksel en dragen we dus geen Belgisch vlaggetje op ons uniform. We zijn niet landgebonden, de zee is een héél groot land." Het bekende witte tropenuniform (zie foto) wordt bij de Belgische marine eigenlijk alleen ten zuiden van de kreeftskeerkring gedragen, in de tropen dus.

elke dag een ander kleur

Dat traditie ook telkens een nieuw jasje kan krijgen, heeft Truong Thi Quyên goed begrepen. In haar restaurant Little Asia (Sint-Katelijnestraat 8, 1000 Brussel, 02 502 88 36) dienen de serveersters elke dag in een ander kleurtje op, van oudroze tot aubergine, of zoals vandaag in zuiver wit. Maar altijd in aodai : "Dat is het traditionele uniform voor Vietnamese vrouwen, vroeger droegen alle studentes deze witte versie. Nu wordt het vooral gedragen op feesten zoals Nieuwjaar of op een trouwfeest, maar dan in heel felle kleuren of versierd met bloemen of tekeningen."

Elk jaar gaat Quyên naar Vietnam om nieuwe setjes te laten maken. "Je kunt ze los in winkels kopen, maar van de vele draken en andere opvallende tekeningen krijg ik meestal oogpijn. In mijn restaurant moet het strak en eenvoudig zijn, in kleuren die passen bij het interieur, dus ga ik bij een echte kleermaker." De typische lange zwarte rok en wit hemd, zoals je in zoveel restaurants ziet, vindt ze "een beetje saai". Haar eigen uniformen stralen veel meer klasse uit, net als het interieur : op deze witte dag staan kaarsen te flakkeren in witte houders, geflankeerd door prachtige lotussen. Quyên zelf draagt ook een uniform, maar een beetje anders dan de meisjes, zodat de klanten blijven zien wie de baas is.

uniform mag geen afstand scheppen

Maar een verschillend uniform wijst niet altijd op een hiërarchisch verschil. Soms is de stof gewoon op. Bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België lieten ze enkele jaren geleden een uniform ontwerpen door Gérald Watelet, maar intussen is de originele stof uitgeput, dus is er een subtiel kleurverschil tussen de uniformen van de opzichters. Maar ze hebben wel allemaal hetzelfde, aparte model. Dat moet een bepaalde gezelligheid en gastvrijheid uitstralen, aldus Régis Hespel van het museum : "Het mag niet te veel afstand scheppen tussen opzichters en bezoekers. Bovendien wilde het museum dat het uniform een beetje ons land weerspiegelt. En hoe kan dat beter dan met een Belgisch ontwerper ?"

Intussen zijn er wel een paar aanpassingen gebeurd door een andere firma, omdat er geen contact meer is met Watelet sinds hij naar Parijs is vertrokken. Het ontwerp bleef onveranderd, maar de stof en binnenkant van de uniformen zijn comfortabeler gemaakt voor het personeel. Want mode of niet, in een uniform moet nog altijd worden gewerkt.

Door Stefanie Van den Broeck I Foto's Michel Vaerewijck