Dat er een schrijnwerkerij werd opgestart in 1940 was niet ongewoon in het Duitse bosrijke stadje Stadtlohn, maar in het geval van Aloïs Hüls is het een gedenkwaardige gebeurtenis. Want zijn werkplaats is in zeventig jaar tijd uitgegroeid tot Hülsta, een van de bekendste meubelmerken in Europa. En dat is het niet geworden dankzij hyperflashy meubelen of flamboyante topontwerpers, zoals bij Italiaanse bedrijven. Maar wel door een enorm vakmanschap en Duitse gründlichkeit in het maken van de meubelen : salontafels, dressoirs, commodes, bedden, tafels en stoelen. Hülsta houdt zowel het ontwerp, de fabricatie én de distributie in eigen ...

Dat er een schrijnwerkerij werd opgestart in 1940 was niet ongewoon in het Duitse bosrijke stadje Stadtlohn, maar in het geval van Aloïs Hüls is het een gedenkwaardige gebeurtenis. Want zijn werkplaats is in zeventig jaar tijd uitgegroeid tot Hülsta, een van de bekendste meubelmerken in Europa. En dat is het niet geworden dankzij hyperflashy meubelen of flamboyante topontwerpers, zoals bij Italiaanse bedrijven. Maar wel door een enorm vakmanschap en Duitse gründlichkeit in het maken van de meubelen : salontafels, dressoirs, commodes, bedden, tafels en stoelen. Hülsta houdt zowel het ontwerp, de fabricatie én de distributie in eigen handen. Meesters zijn ze in maatwerk en systeemmeubelen : een televisiewandkast, een plafondhoge bibliotheek, een elegante opbergruimte langs een trap of onder een schuin dak,... Het is bijna haute couture voor de woonkamer en de slaapkamer. Bijna, want Hülsta werkt met collecties : in plaats van specifieke kasten verkoopt het 'mogelijkheden' : een aantal modules met specifieke ophangsystemen, afwerkingen en combineerbaarheden. Het gros van de meubelen wordt op die manier verkocht. Maar er is ook een echte maatwerkafdeling en er bestaat een lijn meeneemmeubelen die Hülsta now ! heet. Dat het Duitse bedrijf de toekomst rooskleurig ziet is duidelijk : in dit jubileumjaar 2010 stelt het niet minder dan vijf nieuwe modellen of collecties voor. De opvallendste is de Elea-collectie die eind januari gelanceerd werd en massieve eik en levendige beuk ten volle in de schijnwerpers zet. Daarmee zit de collectie volledig in de trend van stevige, stoere en authentieke natuurlijke materialen die we zagen op de eerste meubelbeurzen van januari. Hülsta-productontwerper Detlev Rook werkte de serie mee uit : "De opdracht was bondig : een massief houten geometrische lijn moest het worden, voor mensen die een modern en vooruitstrevend interieur willen. Voor de afwerking kunnen klanten kiezen uit naturel eik of in de lengte verzaagde beuk. De kasten zijn gemaakt van gefineerde meubelplaten zoals we die altijd gebruiken, maar ze hebben ook massief houten panelen. Het was technisch niet evident om die naadloos in de meubelen te integreren. Indien gewenst krijgen ze bovendien een ruwe look met een geribbeld oppervlak. Dat geeft een speels karakter." Terwijl de productontwikkelaars aan de Elea-collectie werkten, werd meteen ook een nieuwe eettafel ontwikkeld, de ET1400. Die is in veel verschillende dimensies en afmetingen en materialen te bestellen, alleen - en dat is opvallend omdat ze precies uit de puurst houten collectie in jaren geboren werd - niét met een massief houten tafelblad. "Dat weegt te veel. En we kunnen onmogelijk zo flexibel zijn in afmetingen met massief hout als dat we dat kunnen in al de andere materialen", legt Detlev Rook uit. "Een massief houten blad, dat weet iedereen, leeft en kan snel beginnen barsten", voegt Philippe Van Montagu eraan toe. Dus is het binnenkort mogelijk om een gefineerde eettafel te bestellen bij Hülsta die erg eenvoudig te onderhouden is en geen barstjes vertoont, maar die wel de looks heeft van een grote, stoere houten tafel. Precies zoals Aloïs Hüls ze in 1940 gemaakt zou hebben.DOOR LEEN CREVE