De Zweedse hoofdstad binnenvaren, is wonderlijk : tussen 24.000 eilandjes en scheren, langs bossen en inhammen is de archipel al bijna mooier dan de stad, ginder ver weg aan de einder, dat silhouet van het Venetiaanse noorden met torens, paleizen en herenhuizen. Aan land geniet je het mooiste uitzicht van op het eiland Kungsholmen, in een parkje bij het stadhuis waar in de blauwe zaal de Nobelprijzen worden uitgereikt. Daar staat het naakte beeld van Strindberg, Zwedens beroemdste schrijver, aan de voet van dat Stadshuset, dat met rode bak...

De Zweedse hoofdstad binnenvaren, is wonderlijk : tussen 24.000 eilandjes en scheren, langs bossen en inhammen is de archipel al bijna mooier dan de stad, ginder ver weg aan de einder, dat silhouet van het Venetiaanse noorden met torens, paleizen en herenhuizen. Aan land geniet je het mooiste uitzicht van op het eiland Kungsholmen, in een parkje bij het stadhuis waar in de blauwe zaal de Nobelprijzen worden uitgereikt. Daar staat het naakte beeld van Strindberg, Zwedens beroemdste schrijver, aan de voet van dat Stadshuset, dat met rode baksteentoren en gouden koepel het waarmerk is van Stockholm. Het panorama is schitterend, van op de toren of vanaf de waterkant van het Mälarenmeer. Aan de overkant, de veerboot is gewillig, ligt Gamla Stan, de parel van de hoofdstad. Hoe deze stad op het loodblauwe water drijft, met al die statige monumenten en bruggen die het ene eiland met het andere verbinden ! Gamla Stan staat voor Oude Stad, een middeleeuws universum met het rood van muren, het oker van gevels en het groen van daken en koepels. Nergens is slenteren behaaglijker. Eender welke hoek of steeg is even dromerig als kleurrijk : een binnenplaats met een bronzen meisje ; Storkyrkan, de kathedraal die haar schaduw over het stegenlabyrint werpt ; kasseistraatjes met vurige gevels en pleintjes uit een sprookje. Op Stortorget, het marktplein, drinken wandelaars koffie tegen een gotische trapgevel, een bloemenverkoopster draagt vlechten als Pipi Langkous. Pleintjes zijn het mooist, kaden ook. Open water alom. Stoomboten puffen zwarte wolkjes uit, cruiseschepen en plezierboten zetten koers naar de eilanden voor een daguitstap. Bij het koninklijke paleis, ook hier lossen soldaten met punthelm de wacht af, zet een veerboot over naar Strandvagen en de statige gevels. Dat is de charme van Stockholm : eilandjes die aaneengeregen zijn, grillige kronkels land vol herenhuizen, grote hotels en kerken. Zo romantisch dit kleine hart, zo zakelijk is het nieuwe Stockholm. Langs winkelstraat Drottinggatan verliest de stad zich in koele gebouwen van administratie en hightech, al telt de stad 150 groene rustpunten. Orfeus staat tussen fruit en groenten op de markt van Hötorget. Voor een koffie met gebak lokt Berns Salonger, een chic café-restaurant met luchters als kristallen sterren. In de winter een ijskoningin, bewaart de waterstad ook in de zomer haar breekbaarheid : wandelen langs oevers en parken, een ferry naar een overkant, naar de beboste wijk van Djurgården. Daar wacht Skansen, het equivalent van ons Bokrijk. Maar het topadres is het Vasamuséet met dat vlaggenschip dat uit de zeventiende-eeuwse modder is heropgestaan. Indrukwekkend ! Na zoveel maritieme pracht is de terugkeer aan boord een tijdsprong vooruit naar het comfort van cabine, bar en eetzaal voor een verhalenrijk diner.